‘Fabel van de verstikkende deken’

Foto: Dennis Wisse Photography
Het eerste debat rondom de nieuwe stikstofplannen is een feit. Wie de plannen bestudeert, ziet dat de melkveesector aan de lat staat voor stikstofreductie. Pluimvee wordt ontzien, vooral omdat de sector zijn zaakjes op orde heeft met voorlopende staltechnieken en bijvoorbeeld mest droging en verbranding. Desondanks blijft het opletten. Ook de pluimveesector produceert stikstof en de huidige bediscussieerde plannen zijn nog niet vastgelegd in de wet.
Je hoeft het een boer niet te vertellen, een bioloog overigens ook niet. Stikstof is de belangrijkste bouwsteen voor de groei van planten, oftewel zonder mest groeit er niets. Desondanks heerst het geloof buiten boer en bioloog dat stikstof een verstikkende deken over ons land legt en dat alles en iedereen daaronder lijdt of moet lijden. Vooral de natuur is de Sjaak, tenminste als we de door onszelf gedefinieerde omschrijving van natuur en de door onszelf opgelegde stikstofneerslaghoeveelheden aanhouden. Berekende hoeveelheden bovendien, niet de feitelijke.
Wat zijn de plannen van Van Essen waard?
In deze realiteit zit ons land op slot. De sleutel van dit stikstofslot ligt bij de landbouw, zo leert onder andere landbouwminister Jaimi van Essen ons. De landbouw moet bewegen, krimpen om precies te zijn en dan komt alles goed. Maar wat zijn zijn plannen waard? Zijn ministerie bedacht zones rondom natuurgebieden, grootvee-eenheden per hectare en een procentgetal voor minder uitstoot. Daarover is onderhandeld – onder andere onder het genot van een wijntje met LTO – en daarover wordt nog onderhandeld met belanghebbenden én met politiek. Mocht dit tot een gedragen uitkomst leiden, rijst de vraag of deze papieren of politieke realiteit inderdaad de sleutel voor het stikstofslot gaat zijn.
Puur nattevingerwerk
Nu al zijn de uitonderhandelde richtgetallen boterzacht en wars van de praktijk. Zones van 500 of 1.000 meter rondom natuurgebieden, getrokken los van de heersende windrichting? Puur nattevingerwerk. Zo’n 42 tot 46% minder uitstoot landelijk, maar bijna 70% bij natuurzones? Rekenkundig broddelwerk. Zelfs al wordt dit ooit definitief, een nieuw probleem, een nieuwe rechtszaak of een nieuwe politieke wind en we kunnen weer van vooraf aan beginnen. Van Essen ziet perspectief, ook voor de landbouw. Maar wie goed luistert en zijn boerenverstand gebruikt, ziet dat perspectief niet. Voor boeren in natuurzones ziet Van Essen de toekomst in extensivering, biolandbouw, voedselbossen en natuurbeheer. Het Haagse droombeeld van landbouw in Ot-en-Sien-stijl komt daar toch weer om de hoek kijken. Wellicht een mooi plaatje in de ogen van sommigen, maar economisch perspectief voor de landbouw en een bijdrage aan een betaalbare en duurzame voedselvoorziening biedt dat niet.
Niet echt waardering voor de boerenstand
Boeren zijn niet overtuigd en boos op het Haagse minder-minder-minder beleid. Werd de boer ooit als rentmeester van grond én natuur gezien en bewoog hij mee met de eisen van de tijd om tot de meest innovatieve en productieve landbouw ter wereld uit te groeien, ziet men hem nu liever gaan dan komen. Uit strenge regels en dreigende kortingen op productierechten, geflankeerd door een zak geld voor bedrijfsverplaatsingen, uitkoop- en stopmogelijkheden blijkt niet echt een waardering voor de boerenstand. En de stikstofdeken? Die gaan we in de toekomst niet meer berekenen, maar echt meten. Met behulp van een vliegtuig met TNO-meetapparatuur dat rondjes boven de boerderijen gaat vliegen. Gelukkig stoot dat vliegtuig boven de 3.000 voet op papier geen stikstof uit.








