Minister Van Essen voorzichtig positief over emissiereductie via aanzuren mest
Landbouwminister Jaimi van Essen ziet mogelijkheden om het aanzuren van drijfmest via het Deense SyreN-systeem goed te keuren als emissiearme aanwendtechniek.

Het verdunnen van drijfmest met water in combinatie met een sleepvoet is toegestaan als emissiearme techniek voor het bemesten van klei en veen. Het aanzuren van mest via het SyreN-systeem ziet minister Van Essen niet echt als alternatief voor deze werkwijze. Foto: Mark Pasveer
Met name bij grasland op zandgrond ziet de minister mogelijkheden. ‘Het aanzuren van mest in combinatie met het gebruik van een zodenbemester lijkt een kansrijke manier om ammoniakemissies verder te reduceren’, schrijft Van Essen in een brief aan de Tweede Kamer. Hij benadrukt dat aanvullend onderzoek onder de Nederlandse omstandigheden nodig is, voordat de werkwijze definitief wordt toegelaten.
Om ammoniakemissie te reduceren, moet bemesten van grasland emissiearm gebeuren. Op zandgrond kan dit met een zodebemester waarmee de mest in de grond wordt gebracht. Op klei- en veengrond mag de mest ook met een sleepvoet op de grond worden gebracht, mits de mest verdund is met een derde water.
Het landbouwministerie heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) gevraagd een, voor Nederland, nieuwe techniek te beoordelen, waarbij aan de drijfmest zwavelzuur wordt toegevoegd om dit vervolgens met sleepslangetjes uit te rijden op het gras. Dit Deense systeem, genaamd SyreN, wordt al ruim tien jaar toegepast in Denemarken en Duitsland. Uit het onderzoek blijkt dat bij gebruik van het SyreN-systeem in combinatie met een sleepvoet inderdaad sprake is van emissiereductie in het eerste etmaal na uitrijden. De reductie neemt later echter af, omdat de emissies later alsnog op gang komen. CDM verwacht mede daarom meer effect van het aanzuren in combinatie met een zodebemester.
Aanvullend onderzoek nodig
Van Essen vindt op basis van het CDM-onderzoek dat het specifieke SyreN-systeem op dit moment nog onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd is, maar ziet vooral kansen voor emissiereductie door het aanzuren van mest op grasland waarbij gebruik wordt gemaakt van een zodenbemester. Op basis van nader onderzoek zal een emissiefactor moeten worden vastgesteld. Verder onderzoek loopt via Bemest op zijn best.
Het aanzuren van mest bij gebruik op bouwland ligt volgens CDM minder voor de hand. ‘Enerzijds omdat het injecteren van mest op bouwland tot een zeer lage emissie leidt. Anderzijds omdat het gebruik van aangezuurde mest bij een gemiddelde zuurdosering leidt tot overbemesting bij de meeste gewassen.’
CDM wijst in het onderzoek naar het aanzuren van mest ook op de risico’s bij extra toevoeging van zwavel aan de bodem. ‘Dit brengt beperkingen met zich mee voor de toepassingsmogelijkheden. Daarnaast vraagt dit om een goed systeem van borging en handhaving om de risico’s te mitigeren’, aldus Van Essen.








