‘Uitzendverbod leidt niet vanzelf tot betere arbeidsomstandigheden’
De ervaringen in Duitsland laten zien dat een uitzendverbod in de vleessector niet vanzelf leidt tot betere arbeidsomstandigheden. Het succes hangt uiteindelijk af van intrinsiek goed werkgeverschap, niet van wetsteksten.

Afbeelding ter illustratie. Foto: Martijn ter Horst
De discussie over arbeidsmigratie in Nederland is actueel en complex. Het voorgenomen uitzendverbod in de vleessector voelt dubbel. De vleessector vertegenwoordigt slechts 3% van alle arbeidsmigranten in Nederland, maar staat desondanks volop in de schijnwerpers terwijl andere sectoren vooralsnog buiten beeld blijven. De vleessector heeft al diverse maatregelen genomen, zoals strengere eisen aan uitzendbureaus, sociale audits, een onafhankelijk meldpunt en het streven naar meer vaste contracten. De ambitie om 75% vaste contracten te realiseren, is voor veel bedrijven haalbaar. Tegelijkertijd is er de brede maatschappelijke urgentie om verbeteringen te realiseren rond eerlijke uitbetaling, goede huisvesting en de uitrol van automatisering.
De Nederlandse F&A-keten draait systematisch op tijdelijk en seizoenswerk, waarbij men sterk afhankelijk is van arbeidsmigranten uit andere EU-landen. De grijze druk in Europa neemt toe: het aantal 65-plussers stijgt sneller dan het aantal werkenden. In Nederland groeit de grijze druk van 32% in 2023 naar 47% in 2050, en in grote herkomstlanden van buitenlandse medewerkers als Polen en Bulgarije zelfs naar respectievelijk 52% en 56%. Hierdoor neemt het aantal beschikbare arbeidskrachten af en ontstaat meer concurrentie wat betreft werving van personeel.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








