Hittegolf zet deur open voor Alternaria
Na de hittegolf van eind juni neemt de druk van Alternaria in aardappelgewassen snel toe. Dat meldt het Duitse landbouwplatform Topagrar op basis van informatie van de aardappelteeltadviesdienst in Heilbronn.

Alternaria wordt veroorzaakt door de schimmels Alternaria solani en Alternaria alternata. Omdat de symptomen niet altijd eenvoudig van andere bladziekten zijn te onderscheiden, blijft gewascontrole na perioden van hitte volgens de Duitse adviseurs belangrijk. Foto: Peter Roek
Door de combinatie van hoge temperaturen en droogte zijn op veel plaatsen aardappelplanten verzwakt, waardoor de bladschimmel zich gemakkelijker kan ontwikkelen.
Hitte vergroot ziektedruk
Alternaria is een zogenoemde opportunistische schimmel. Gezonde, vitale planten zijn vaak goed bestand tegen deze schimmel, maar zodra een gewas onder stress staat door hitte, droogte of insectenvraat krijgt Alternaria meer kans om zich te vestigen. De hitte vergroot bovendien de kans op een aantasting door de coloradokever. De vraatschade van deze kever zet het gewas verder onder druk en creëert daarmee gunstige omstandigheden voor de ontwikkeling van Alternaria. Volgens Topagrar wordt de druk van Alternaria in veel Duitse regio’s momenteel zelfs hoger ingeschat dan die van Phytophthora.
Gerichte aanpak voorkomt schade
Het grootste risico bestaat bij aardappelgewassen die nog langere tijd op het land moeten blijven. Het loof moet daarbij nog actief en groen blijven om via fotosynthese de knollen verder te laten uitgroeien. Een te vroege aantasting door Alternaria kan het loof versneld doen afsterven, waardoor de knolgroei eerder stopt. Dat kan grote gevolgen hebben voor zowel de opbrengst als de kwaliteit.
Volgens Heiko Höllmüller van de aardappelteeltadviesdienst in Heilbronn zijn specifieke fungiciden het meest effectief tegen de schimmel. Middelen met werkzame stoffen als mefentrifluconazol of combinaties van fluopyram en prothioconazol zijn specifiek ontwikkeld voor de bestrijding van Alternaria en presteren volgens hem beter dan standaardmiddelen die vooral zijn gericht op Phytophthora. Tegelijkertijd geeft hij aan dat het afwisselen van werkzame stoffen belangrijk blijft om resistentieontwikkeling te voorkomen.
Bladmeststoffen ondersteunen, maar bestrijden niet
Daarnaast benadrukt Höllmüller dat bladmeststoffen geen alternatief zijn voor een gerichte bestrijding. Ze kunnen de aardappel wel ondersteunen door de voedingstoestand en daarmee de vitaliteit van de plant te verbeteren, waardoor het gewas beter bestand is tegen stress. Een bestaande Alternaria-aantasting wordt er echter niet mee bestreden. Ook waarschuwt hij dat sommige combinaties van gewasbeschermingsmiddelen en bladmeststoffen onder warme omstandigheden juist bladschade kunnen veroorzaken.








