Zo ging het toen
250+ resultaten
Weergave:

Met een schepnet door het water en dan de vangst bekijken. In en om een sloot was van alles te beleven.


Hoefsmeden hadden vroeger veel werk aan het beslaan van werkpaarden. Met de komst van de trekker werd dat een stuk minder.


Het regende nauwelijks in 1976. Sloten stonden droog, kleigrond scheurde, gras en gewas verschroeide. Boeren hadden grote zorgen vanwege de droogte.


Nu is het iets voor een demonstratie van oude ambachten maar nog niet zo heel lang geleden maaiden boeren het graan écht met de hand.


Hoe rijker de boer hoe groter de hooiberg. Men bouwde ze vroeger met wat er voorhanden was. Daarom was er geen een hetzelfde.


Geen zere ruggen meer. Geen prikkende kafnaalden in kleding. De zelfbinder was een knap staaltje techniek.


Melkbussen boenen was vroeger een heel karwei. Met diepkoelers was dat nog niet voorbij. Naast spoelen bleef schrobben nodig.


Stedelingen kregen vrije tijd en boeren hadden ruimte. Eén plus één bleek twee. Het plattelandstoerisme was al snel populair.


Het nummer-1 ruwvoer vroeger was hooi. Het kostte alleen onnoemelijk veel tijd om het te maken. Met ruiters was de arbeid en het risico te spreiden.

