Kostprijsstijging in de varkenshouderij zet door
“Ondanks alle uitdagingen is er altijd toekomst. De varkenshouderij is een veerkrachtige sector, waarbij samenwerking in de keten van belang is om te groeien door beter te worden.” Zo opende Koen Brinkman, directeur Varkens en Pluimvee bij ForFarmers, het seminar voorafgaand aan de open dag van de nieuwe innovatieve vleesvarkensstal van de familie Oude Voshaar in Geesteren (Ov.).

Meer gebruik van circulaire grondstoffen in het varkensvoer verlaagt de CO2-voetafdruk van varkensvlees. Foto: Ronald Hissink
Brinkman gaf een doorkijk naar de toekomst van het varkensbedrijf in de komende tien jaar. De varkenshouderij wordt niet gespaard in de voorgestelde stikstofplannen van het kabinet, ondanks alle gedane inspanningen. Beslissingen worden daardoor wel complexer.
Voor het produceren van varkensvlees voor de wereldmarkt is de kostprijs binnen de EU te hoog. ForFarmers verwacht de komende vier jaar een krimp in de sector, maar ook een krimp in de voerproductie. De hoeveelheid en snelheid van deze krimp hangen af van wetgeving en de rendementen op de varkensbedrijven. Deze marktontwikkeling heeft impact op de gehele keten, supermarkten worstelen met prijzen en de betaalbaarheid van varkensvlees is, zeker voor de internationale markt, moeilijk.
De krimp van de sector biedt ook weer kansen voor varkenshouders in samenwerkingen binnen ketens of andere vormen van integratie, maar wel voor de productie binnen de EU. In een krimpende sector zijn er voor ondernemers ook kansen om zich te onderscheiden in circulariteit, lagere CO2-footprint (FP) en door samenwerking binnen ketens voor afzet binnen de Europese Unie.
Circulariteit
Het varken is bij uitstek een circulair dier. “De voeders van ForFarmers bevatten op dit moment gemiddeld 23% circulaire grondstoffen”, vertelt Maarten Boerrigter, nutritionist bij ForFarmers. Bij zeugen en vleesvarkens is dat percentage hoger en bij biggen lager. De grondstoffen zijn vooral reststromen uit de humane industrie. Van energieleverende producten, zoals koekjes, broodmeel, zetmeelproducten zoals aardappelstoomschillen, graanbijproducten, reststromen van zuivel, bier of suiker, tot groente – en fruitresten zoals erwten, wortels, uiensap of avocadopulp. Het gebruik van circulaire grondstoffen heeft meerdere voordelen: het concurreert niet met humane voeding, vervangt soja-import en heeft een potentieel lagere voetafdruk. Het gebruik van bijproducten heeft ook een keerzijde. Die zit onder meer in de variabele samenstelling, voederwaarde, de wisselende beschikbaarheid en de hygiëne en opslag.
Lagere CO2-voetafdruk
Onderzoek op praktijkbedrijven van ForFarmers laat de potentie zien van circulaire producten voor de CO2-FP. Bakkerijproducten geven 32% reductie bij gespeende biggen. Broodmeel geeft 64% reductie bij biggen en peulvruchten levert 23% reductie op bij vleesvarkens. Daarbij is optimalisatie wel van belang, door de verschillende bijproducten in te zetten bij de juiste dieren, op het juiste niveau. Voor de reductie van de CO2-FP draagt de voerleverancier bij via de inkoop van circulaire producten. Maar voor de realisatie van het doel is de varkenshouder veruit de belangrijkste schakel. Van invloed op de CO2-voetafdruk zijn onder meer de voerefficiëntie en grondstoffenkeuze, emissiearme stalsystemen en mestaanpak door dagontmesting, luchtwassers en putkoeling.
Samenwerking
Samenwerken is voor de toekomstige Nederlandse varkenshouderij van belang om concurrerend te blijven, blijkt uit de presentatie van Bart Hooijer, business developer bij Cooperl. “Alleen varkenshouders die investeren in maatregelen om CO2-FP en methaanuitstoot te reduceren zijn de blijvers in de sector”, vertelt Hooijer. “Het kost ongeveer 3 kilo CO2 Equivalenten om 1 kilo varkensvlees te produceren. Indien de maatschappelijke opgaven voor reductie hiervan, die naar schatting op €0,15 per kilo liggen, in de kostprijs opgenomen zouden worden, moet er op tijd gestart worden met de reductie van de CO2-FP. Om concurrerend te blijven is het reduceren van de CO2–FP mogelijk met dagontmesting en mestverwerking en daarnaast het verbeteren van de technische resultaten. Met smart farming en door dieren individueel te volgen en te voeren is er nog veel meer uit het bedrijf te halen op het gebied van voerefficiëntie. Op dit moment is er nog weinig data beschikbaar van vleesvarkensbedrijven, maar in de toekomst verandert de stal in meer dan alleen een productielocatie. Door het delen van data wordt de stal een strategische schakel in een duurzame keten, omdat het een ketenverantwoordelijkheid betreft”.
Investering stal
De kostprijs van een vleesvarken bepaalt mede de investeringsmogelijkheid van een nieuwe stal of uitbreiding, presenteert Rick ter Haar, branchespecialist intensieve veehouderij bij Countus. InterPig-cijfers geven aan dat de kostprijs in Nederland hoger ligt dan in andere landen. De oorzaak is voornamelijk de mestafzetkosten, die 6 tot 8% van de kostprijs uitmaken. De laatste vijf jaar is de kostprijs gestegen van €1,58 per kilo naar €1,82 per kilo.
“De uitdagingen op het gebied van dierenwelzijn en het reduceren van emissies in de komende jaren zullen kostprijsverhogend werken. Een aanvraag voor een financiering bij de bank voor een nieuwe stal of uitbreiding voldoet bij een reserveringscapaciteit van meer dan €25 per varkensplaats meer dan 5% van de omzet en een garantievermogen van meer dan 35%. Dat vergt veelal een hogere voerwinst na investering en dat is niet voor iedereen weggelegd. Daarnaast is voor een vleesvarkensbedrijf dat voor de vrije markt produceert minimaal een buffer van €400,- tot €500,- per varken nodig om na de hoge piekperioden de diepe dalen te kunnen overbruggen”, aldus Ter Haar, die aangeeft dat het ook belangrijk is om keuzes te maken die bij je passen voordat je investeert in een stal van de toekomst.








