Saldo weidende bedrijven €2,32 hoger dan niet-weidende bedrijven
Melkveebedrijven die weidegang toepassen, presteren op meerdere onderdelen beter dan niet-weidende bedrijven. Uit een analyse over de periode 2021-2025 ziet aaff een saldo dat gemiddeld €2,32 per 100 kilo melk hoger ligt dan bij niet-weidende bedrijven.

Weidende bedrijven hebben een hogere melkopbrengst en lagere kosten dan niet-weidende bedrijven. Foto Ronald Hissink
Over de periode 2021-2025 bedraagt het gemiddelde saldo voor beweiders €30,66 per 100 kilo melk, tegenover €28,76 voor niet-weiders. Na aftrek van mestafzet en loonwerk voor het voeren blijft een saldo over van €29,54 per 100 kilo melk; niet-weiders komen uit op €27,22. Een verschil dus van €2,32. Op een bedrijf met 1,3 miljoen kilo melk betekent dat een verschil van een kleine €30.000 per jaar.
Hogere opbrengsten weiders
Beweidende bedrijven realiseerden de afgelopen vijf jaar gemiddeld een totale melkopbrengst van €51,30 per 100 kilo melk; niet-weiders behaalden €49,88. Het grote verschil tussen de bedrijven ligt in de toeslagen. Weiders ontvangen gemiddeld €2,84, terwijl niet-weiders op €1,20 blijven steken. Daarnaast realiseren beweiders meer opbrengsten uit het bouwplan, gemiddeld €1,40 per 100 kilo tegen €0,94. Dit komt voornamelijk door hogere beheers- en ganzenschadevergoedingen.
€0,88 lagere totale voerkosten
Beweidende bedrijven behalen met gemiddeld €21,23 per 100 kilo melk €0,88 lagere totale voerkosten. Dit is inclusief de eigen voerkosten. De kosten voor aangekocht voer liggen voor weiders op €14,70 per 100 kilo, voor niet-weiders is dat €15,76.
Ook de kosten voor gas, water, elektra en onderhoud van de melkinstallatie komen met €2,02 per 100 kilo melk 50 cent lager uit. De mestafzetkosten bedroegen gemiddeld €1,06 voor weiders, tegenover €1,43 voor niet-weiders.








