1953: Voor hooibergen was er geen catalogus
Hoe rijker de boer hoe groter de hooiberg. Men bouwde ze vroeger met wat er voorhanden was. Daarom was er geen een hetzelfde.

Vroeger stonden ze overal. Maar in de jaren ’60 van de vorige eeuw vond men hooibergen maar sta-in-de-weg dingen. Hooiwinning had plaatsgemaakt voor kuilgras, wat moest je er dan nog mee? Vele werden gesloopt of tot kachelhout verzaagd. - Foto: Misset
Twee hooibergen op een boerenerf in 1953. De ene heeft een vierroedige kap, de ander is een zogenaamde tweeroeder. Voor hooibergen was er vroeger geen catalogus. Ze werden gebouwd zoals het uitkwam. Met materiaal dat op dat moment beschikbaar was. Een tweeroedige berg kwam vooral voor in de minder welvarende streken. Niet altijd werd er hooi onder bewaard trouwens. Eigenlijk werd er van alles onder gestopt. Een koppeltje pluimvee of allerlei rommel waar zo gauw even geen andere plek voor was. Tegenwoordig zijn er geen rietgedekte tweeroeders meer. Waar de constructie nog staat, is de dakbedekking vervangen door – meestal – golfplaten.Het ophijsen van de kap kon bij zo’n relatief lichte tweeroeder nog wel met de hand al gebruikte men ook katrollen en lieren. Bij de grotere kapconstructies zoals die van de berg erachter, was een lier of katrol onmisbaar.
Cultureel erfgoed
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









