Vleeskuikens
250+ resultaten
Weergave:

De langetermijnprognose voor saldo’s van leghennen, vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren is verhoogd.


Rune en Olaug Vang houden 37.000 vleeskuikens voor de integratie van Norsk Kylling in Noorwegen. Met hun bovengemiddelde schaal en resultaten realiseren ze een nagenoeg gegarandeerd inkomen van zo’n €180.000 per jaar.


Traag groeiende vleeskuikens, gehouden op de ECC-norm, veroorzaken ruim twee keer meer ammoniakemissie per vierkante meter staloppervlak dan reguliere. Dat blijkt uit tussentijdse resultaten van tot 2025 lopend onderzoek op Proefbedrijf Pluimveehouderij in Geel (B).


Amerikaanse wetenschappers onderzochten of het dierenwelzijn ook verbeterd kan worden door reguliere kuikens langzamer te laten groeien bij een lagere bezetting. De resultaten zijn wellicht niet verrassend: het leidt tot enige verbetering van het welzijn, maar ook tot hogere kosten.


Strenge ketenregie én het anticiperen op maatschappelijke wensen vóórdat activisten op de stoep liggen, is de succesformule van Norsk Kylling. De 142 pluimveehouders hebben een stabiel, nagenoeg gegarandeerd inkomen. De keten groeide bijna 2% in vleesafzet in 2023.


We hadden tijdens de bouw besloten om de warmtewisselaars naar de achterkant van de stal te verplaatsen.


Jan Pieter, Aletta en Jan Dirk Bierema houden 66.000 Beter Leven-vleeskuikens. Uniek: ze bouwden eerst de overdekte uitloopruimtes en zetten pas daarna hun eerste sterkuikens op. Ook niet vanzelfsprekend is het feit dat de Bierema’s hun sterkuikens niet op contractbasis houden.


Een vleeskuikenbedrijf in het Brabantse Someren mag vanaf nu geen vleeskuikenouderdieren meer opfokken. Het bedrijf krijgt twee weken de tijd om de betreffende pluimveestallen te ontruimen en leeg te houden.


De onderkanten van de pootjes van keurmerkloze vleeskuikens vertonen vaak ontstoken wonden en dat komt vooral doordat de dieren de hele tijd in hun eigen zure mest staan, aldus Wakker Dier.


Langzaam groeiende vleeskuikens die larven van de zwarte soldatenvlieg vreten, hebben een gunstiger voerconversie. Dat blijkt uit Wagenings onderzoek. Hoe minder bewerkingen de larven hebben ondergaan, hoe beter.
