Deens biobedrijf groeit in hectares, niet in koeien
Zo circulair mogelijk produceren en meebewegen met maatschappelijke verandering. Dat zijn de uitgangspunten op het biologische gemengde bedrijf Kroghsminde. Kalveren blijven lang bij de koe en in de akkerbouwtak verschuift de focus van productie van voedergewassen naar humane voeding. Het bedrijf wil groeien in hectares, niet in vee.

Op het biologische bedrijf Kroghsminde gaan de mest en restproducten van de akkerbouwtak in de biogasinstallatie. Het effluent gaat als kunstmestvervanger op de landerijen. Het graanstro wordt gebruikt in de drie potstallen waar de koeien en kalveren worden gehuisvest. Foto’s: Henk Riswick
Jens Krogh en zijn vrouw Lisbeth Arnbjerg vormen de zevende generatie op Kroghsminde. Ze namen de boerderij in 1989 over van Jens’ vader. Enkele schandalen over pesticiden in het grondwater in de jaren negentig zetten hen aan het denken en in 1995 stapten ze over op biologisch. Een spannende tijd was het wel. “In de biologische landbouw kun je niet corrigeren met middelen en moet je op het juiste moment aanwezig zijn. Biologisch is geen concept, maar een voortdurende ontdekkingstocht. We dagen elkaar telkens weer uit om te kijken of het beter kan.”Toen Jens bij zijn vader in het bedrijf kwam, liepen er 50 koeien op 50 hectare grond. Nu telt het bedrijf 225 koeien en ongeveer 1.000 hectare land, waarvan 700 hectare in eigendom. Het bouwplan bestaat uit een mix van 200 tot 300 hectare blijvend en tijdelijk grasland en zo’n 14 verschillende akkerbouwgewassen die 700 tot 800 hectare beslaan.
Kroghsminde in Strellev, Denemarken
Andreas (32) en Jens (63, rechts) houden op hun gemengde biologische bedrijf 225 koeien en 400 stuks jongvee. Om de boerderij ligt zo’n 1.000 hectare grond, waarvan 700 hectare in eigendom. De resterende 300 hectare wordt gepacht, waarvan 150 hectare natuurland. De koeien produceren gemiddeld 9.500 kilo melk met 5,5% vet en 4,2% eiwit. Sinds twee jaar lopen de kalveren de eerste drie à vier maanden bij de koe. Een biogasinstallatie levert jaarlijks 2,2 miljoen kuub groen gas. Buiten Jens en Andreas werken er 9 fte op het bedrijf.
10 tot 12 kilo droge stof uit gras
De veestapel bestaat uit een mix van rassen. Er lopen Jerseys, Holsteins, Zweeds roodbont en Montbéliarde. Het ondereind van de veestapel kruisen ze met Angus en Charolais. De melkproductie ligt gemiddeld op 9.500 kilo per koe per jaar. Ze houden alle kalveren aan, waardoor er in de zomer erg veel dieren rondlopen. Het gros van de kalveren wordt afgemest en verkocht op een leeftijd van 22 tot 30 maanden.Het grootste deel van het grasseizoen weidt al het vee dag en nacht. Het doel is om minimaal 12 kilo droge stof per dag uit gras in de koe te krijgen. In het grasseizoen voeren de veehouders wekelijks versgrasanalyses uit. Op basis daarvan stellen ze het rantsoen bij.Vorig jaar augustus kwamen er drie melkrobots op het bedrijf. “Nu moeten we de koeien leren om vaker naar de stal te komen. Ik heb veel bij collega’s gekeken en denk dat het lukt om met robots nog steeds 12 kilo droge stof uit gras in de koe te krijgen”, vertelt Andreas. Met de robots hopen ze naar een productie van minstens 10.000 kilo melk per koe te gaan.
Kalf en consument delen de melk
De melk gaat sinds 2002 naar Naturmælk, een kleine biologische zuivelonderneming in Zuid-Jutland met 27 ledenmelkveehouders. Jens Krogh is er sinds 2019 voorzitter van. Een nieuw product van Naturmælk is Økologisk Delemælk, oftewel biologische deelmelk. Dit moet het visitekaartje worden van melkveehouders die de kalfjes de eerste maanden bij de koe laten lopen. “Met deze naam willen we de consument aangeven dat de melk wordt gedeeld tussen het kalf en hem of haar. Maar wel op de voorwaarden van het kalf. Het kalf drinkt eerst en u, de consument, krijgt de rest”, vertelt Krogh als voorzitter.Als boer levert hij de melk. Op zijn bedrijf blijft de koe 10 tot 14 dagen bij haar kalf voordat zogende moeders het overnemen. Zodoende blijven de kalveren altijd minstens drie maanden bij de moederkoe óf een ‘zoogtante’, wat volgens Naturmælk bijdraagt aan een beter dierenwelzijn.De melk is voorzien van een keurmerk met drie hartjes voor dierenwelzijn en het logo van de Deense Dierenwelzijnsvereniging. In de winkels kost deze ongeveer 13 cent meer dan Naturmælks reguliere biologische melk. Het concept sluit volgens Krogh aan bij de groeiende trend dat Deense consumenten steeds meer waarde hechten aan een beter dierenwelzijn. “Hierover kregen we steevast vragen van burgers die ons bedrijf bezochten. Daar spelen we op in.”Opmerkelijk genoeg krijgen de Kroghs voor hun inspanningen geen plus op de melkprijs, die in juni 74 cent per liter bedroeg. “Eerst moeten we de meerwaarde maar eens verdienen in de markt”, zegt Jens. “Ik ben ervan overtuigd dat Økologisk Delemælk snel zal uitgroeien tot een gerenommeerd zuivelmerk, dat ons helpt om een goede biologische melkprijs te blijven realiseren.”
10 tot 15 liter melk per dag
Jens vertelt dat de kalveren 10 tot 15 liter melk per dag drinken, afhankelijk van hun grootte en leeftijd. “In kalverhokken kun je gemakkelijk in de gaten houden wat een kalf binnenkrijgt. Dat is met dit systeem een stuk lastiger. Je moet het kalf elke dag recht in de ogen kijken om er zeker van te zijn dat het genoeg te eten krijgt en gezond en sterk is.”Met vallen en opstaan worden de ervaringen steeds positiever. Per zoogkoe lopen er twee tot drie kalveren. “Het kalf volgt zijn zoogmoeder en leert van haar gras en kuilvoer eten. Dit helpt bij het ontwikkelen van sterke koeien”, is de overtuiging van Krogh.De scheiding tussen kalf en koe verloopt volgens hem soepel. “Na 3,5 tot 4 maanden laten we 1 à 2 koeien samen met 15 à 20 kalveren. De kalveren zijn dan al zo gewend aan vast voer dat kalf noch koe nauwelijks moeite heeft met de scheiding. Het is een spannende, innovatieve, maar ook een veel leukere manier om voor kalveren te zorgen.”Het gemengde bedrijf ontvangt jaarlijks veel bezoekers en die vinden het prachtig allemaal. “Denemarken heeft 5.000 melkveehouders op een bevolking van 6,5 miljoen”, zegt Jens. “Weinig mensen staan nog rechtstreeks in contact met boeren. We moeten blijven uitleggen wat boer zijn is en waarom boeren nodig zijn. Als dat niet meer lukt, hebben we de relatie met onze klanten verloren en kunnen we beter wat anders gaan doen.”
Biogasresidu vervangt kunstmest
In 2015 verrees op het erf een biogasinstallatie met een capaciteit van 1,5 miljoen kuub gasproductie. Van de mest op de boerderij en akkerbouwreststromen wordt biogas gemaakt. Via een 6 kilometer lange gaspijpleiding wordt dat bij de kleine fabriek Foersom Bioenergi ApS opgewaardeerd tot groen gas en op het gasnet van Energinet gezet. Het gas wordt verkocht aan energieleveranciers of via handelaren aan industriële afnemers.Het biogasverhaal past bij de filosofie van Kroghsminde om te focussen op circulariteit, waarbij het bereiken van samenhang en het creëren van toegevoegde waarde tussen de verschillende bedrijfsonderdelen centraal staat. “De grootste waarde van de installatie zit voor ons niet in de verkoop van gas, maar in het verbeteren van de mest. Wij verfijnen de koeienmest en afvalstromen uit onze akkerbouw tot hoogwaardige meststof en produceren tegelijkertijd groene energie. Daardoor kunnen we gerichter bemesten, waardoor we andere gewassen dan de klassieke kunnen verbouwen”, zegt Andreas.“Het vee loopt bij ons op stro. Als je met stromest de akkers en het grasland bemest, weet je nooit goed wanneer de mineralen vrijkomen. Met het digestaat kunnen we veel nauwkeuriger sturen. Het is voor ons de perfecte vervanger van kunstmest”, vertelt Andreas.De installatie zorgt voor 50% minder methaanuitstoot en een CO₂-neutrale energieproductie. Het biedt op de wat langere termijn de mogelijkheid om een eigen tankstation op biogas te bouwen. Recent deden de ondernemers een uitbreidingsinvestering. Nu produceert de installatie op jaarbasis 2,2 miljoen kuub groen gas. “De plus op de prijs varieert, maar je moet ongeveer rekenen met een terugverdientijd op de investering van zeven tot acht jaar”, stelt Jens.
Weg van monocultuur en spreadsheet
Het bouwplan van Kroghsminde bestaat onder andere uit blijvend grasland voor beweiding, tijdelijk grasland in de rotatie, diverse granen, waarvan een deel wordt gevoerd aan de koeien, en grasklaver als belangrijke stikstofleverancier. Mais verbouwt het bedrijf niet meer. Ruim 80 hectare biologisch pootgoed is de kurk van de akkerbouwtak. Agrico in Emmeloord is een belangrijke afnemer.De Kroghs focussen meer en meer op kleine, specialistische gewasteelten met hoge marges. Zo telen ze haver voor Duitse producenten van havermelk, maar doen ze ook relatief nieuwe teelten als linzen, hennep en tuinbonen. Om veel organische stof in de bovenste laag te houden, proberen ze het ploegen te minimaliseren. Slechts 5% van de grond is niet groen in de winter, wat betekent dat er volop wordt gewerkt met rotatieteelten. Dit helpt ook om onkruid onder controle te houden.Met rotatie en het groen houden van de bodem houden ze veel stikstof in hun bouwplan. “Door te kiezen voor verschillende kleinere gewassen proberen we weg te raken van grootschalige monoculturen. We willen maximale wisselwerking tussen bodem, koeien en de natuur. We zijn ervan overtuigd dat we zo een gezondere bodem en meer biodiversiteit realiseren. De brede vruchtwisseling helpt bovendien om ziekten en plagen te voorkomen.”Jens vindt dat de Deense landbouw, met de focus op maximale winst en geld verdienen, de basis uit het oog is verloren. “We zijn te veel gespecialiseerd, te veel opgesplitst in verschillende bedrijfstakken, met te veel focus op spreadsheet en data. We moeten weer met onze handen in de grond werken en meer oog hebben voor wat daar gebeurt. We hebben ons decennialang te veel gericht op wat boven de grond groeide en veel te weinig op wat eronder zat. We moeten onze kennis over schimmels, bacteriën en het evenwicht daarin opnieuw gaan opbouwen”, is zijn overtuiging.
Meer humaan en minder veevoer telen
Het meeste veldwerk doen ze zelf, met eigen machines. Alleen het combinen van tarwe en het hakselen van gras hebben ze uitbesteed. Een bewuste keus. “Dan houden we controle op wanneer, waar en op welk tijdstip we het werk kunnen doen. Ook kunnen we de jonge medewerkers zelf instrueren en opleiden voor specifieke werkzaamheden.”De akkerbouwtak op het bedrijf staat nu nog voor de helft in dienst van voedselproductie voor de koeien. De andere helft is bestemd voor verschillende gewassen voor menselijke consumptie. Ook dat moet anders volgens Krogh. “Wij geloven dat een efficiëntere productie van humaan voedsel de toekomst is en werken de komende jaren toe naar een 80/20-plan, waarbij nog slechts een vijfde van de oogst bestemd is voor de productie van dierlijke producten. Ons plan is om door te groeien in hectares, niet in koeien.”Zo denken ze op Kroghsminde voortdurend na hoe de voedselproductie van de toekomst eruit zal zien en hoe ze zich kunnen voorbereiden op de omstandigheden van de toekomst. Over financiële cijfers houden Jens en Andreas zich op de vlakte. “Wij hebben een financieel gezond en robuust bedrijf met meerdere inkomstenbronnen. Onze filosofie is dat boeren in de eerste plaats leuk moet zijn. Daarom proberen we steeds nieuwe dingen uit. Dit stelt hoge eisen aan zowel ons als managers als aan de medewerkers, maar het brengt ook uitdaging en daarmee plezier in ons werk.”








