Varkenshouders verliezen strijd tegen diergezondheidsheffing in hoger beroep
Rechter wijst bezwaar van 34 varkenshouders tegen diergezondheidsheffing af. ‘Zijn niet onevenredig benadeeld’.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verwierp de bezwaren van varkenshouderijen tegen de heffing, bevestigend dat de minister bedrijven terecht als afzonderlijke eenheden behandelde volgens de I&R-regeling. - Foto: Henk Riswick
Vierendertig varkensbedrijven hebben geen gelijk gekregen in hun beroep tegen de diergezondheidsheffing van 2018. Ze vonden dat de heffing, gebaseerd op het aantal afgevoerde varkens tussen verschillende locaties, hen onevenredig trof. De heffing werd opgelegd op basis van gegevens die de houders aanleverden voor identificatie en registratie van de dieren. De bestuursrechter bevestigde de juistheid van deze werkwijze.Het College van Beroep voor het bedrijfsleven wees de bezwaren van de varkenshouderijen af. Zij stelden dat de heffingssystematiek, waarbij elke locatie met een uniek UBN-nummer wordt gezien als een apart bedrijf, hen onevenredig benadeelde. De rechter vond echter dat de minister terecht elk bedrijf als een unieke entiteit behandelde, conform de Regeling identificatie en registratie van dieren.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









