Foto: Anne van der Woude RundveeNieuws

Flynth: meer dan 90% melkveehouders kiest voor GVE-regeling

Voor meer dan 90% van de 4.000 melkveehouders die klant zijn bij accountantskantoor Flynth, zal de GVE-regeling het voordeligst zijn. Dat zegt Jan Breembroek, vakdirecteur Agro Advies.

Dit is een aangepaste versie van het artikel dat verscheen op 27 december 2016.

Breembroek baseert zijn inschatting op de uitkomst van berekeningen die Flynth maakte voor zijn klanten. “Voor ten minste 90% van onze klanten is de GVE-regeling veel gunstiger dan de melkverminderingsregeling.”

Bij de GVE-reductieregeling krijgt een melkveehouder een GVE-referentie op basis van het aantal dieren op referentiedatum 2 juli 2015 minus 4%. Voor grondgebonden bedrijven geldt de korting van 4% niet. Het bedrijf moet het aantal dieren reduceren tot op of onder dit niveau. Elke GVE wordt gezien als 800 kilo melk in het melkgeld, ongeacht de werkelijke melkproductie.

Volgens Breembroek is voor drie categorieën melkveehouders de melkverminderingsregeling interessant: melkveebedrijven met een lage melkproductie per koe; bedrijven met relatief veel jongvee, die deze ook per se willen behouden. Bijvoorbeeld melkveehouders die over de lange termijn hun veestapel nog flink willen uitbreiden en daarom veel jongvee in 2017 willen aanhouden, en melkveehouders die in 2015 wel molken, maar op de peildatum 2 juli 2015 een laag dieraantal hadden. Dit geldt voor starters, nieuwbouw, ziekte of andere calamiteiten. Deze bedrijven hebben minder nadeel van de melkverminderingsregeling, omdat zij op 2 juli veel minder of helemaal geen vee hadden. Voor alle overige bedrijven is de melkverminderingsregeling niet interessant.

Rekenen met kengetallen

Breembroek benadrukt dat het heel belangrijk is dat melkveehouders echt gaan rekenen met hun kengetallen van de afgelopen jaren. “De uitdaging is vervolgens om goed naar de regelingen te gaan kijken en een strategie te bepalen. Bedrijven die gebruik kunnen maken van de solidariteitsregeling, weten al de scherpe kantjes van de regelingen af te halen. Dat is gunstig.”

Minder optimistisch dan de Rabobank, is Breembroek over de deelname aan de stoppersregeling. Rabobank verwacht dat 10% van de melkveebedrijven mee zullen doen. “Uit eigen onderzoek blijkt op basis van ons klantenbestand dat 4 tot 5% van de melkveehouders wil stoppen in 2017. Daar komt bovenop 1 à 2% die ook daadwerkelijk moet stoppen in 2017.”

Fosfaatreductieplan en GVE-reductieregeling

Flynth reageert hiermee op regelingen in het fosfaatreductieplan van de zuivelsector. Het fosfaatreductieplan gaat via twee sporen werken: een melkgeldregeling en een Grootvee-eenheid (GVE)-reductieregeling.

Bij de melkgeldregeling krijgen melkveehouders een referentievolume melk toegekend, op basis van de melkproductie in 2015 minus 4%.