Home

Achtergrond 4 reacties

Landbouw als economische motor

De waarde van de export van de Nederlandse landbouw bereikt ieder jaar recordhoogten en is een succesverhaal. Bovendien is Nederland wereldwijd het tweede exportland voor landbouwproducten, na de Verenigde Staten. Wel neemt het aandeel van de landbouw in de Nederlandse economie af. Het CBS licht toe.

Ieder jaar in januari – voor de Duitse landbouwmanifestatie Grüne Woche in Berlijn – komt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met de exportcijfers voor de Nederlandse landbouw. Ook dit jaar meldde het CBS een record: de waarde van de Nederlandse export over 2016 bedroeg € 85 miljard, 4,4% meer dan in 2015. Als daarnaast ook nog landbouwmachines en kassenbouw worden meegerekend, komt de waarde uit op € 94 miljard (grafiek 1).

Het zijn indrukwekkende cijfers. De exportwaarde lijkt echter in contrast te staan met het aandeel van de Nederlandse landbouw in de economie, uitgedrukt in het bruto binnenlands product (bbp). Dat aandeel is in tien jaar afgenomen van 3,5% in 1995 naar 1,8% in 2015. In geld uitgedrukt is wel sprake van een toename van € 10 naar € 11 miljard. De Nederlandse economie in het geheel is echter sneller gegroeid.

Alleen landbouw

“Bij het aandeel van de landbouw in de Nederlandse economie gaat het alleen om de boeren en tuinders en niet over de verwerkende industrie, zoals bijvoorbeeld de zuivel”, zegt Cor Pierik van het CBS. “We praten bij het bbp over de omzet van de Nederlandse land- en tuinbouw, minus de inkoop van onder meer grondstoffen.” Het CBS ziet het afnemende belang van de landbouw niet als een mindere presentatie; het aantal agrarische bedrijven en de hoeveelheid arbeid nemen af, terwijl de productie stijgt.

Innovatie, schaalvergroting en mechanisering noemt het CBS als achterliggende processen bij de stijging van productie en productiviteit. Het aantal landbouwbedrijven liep terug van 410 duizend in 1950 tot 55 duizend in 2016. Het gemiddelde boerenbedrijf besloeg in 1950 ongeveer 5,7 hectare. In 2016 was dat 32,4 hectare.

Export stijgt

Het aandeel van de landbouw in de totale Nederlandse export stijgt wel. In 2016 werd 20% van de totale Nederlandse export ingenomen door landbouwproducten, dat aandeel groeit sinds 2012 (grafiek 2), maar varieert door de jaren heen. In tegenstelling tot het bbp is bij de exportwaarde de omzet bepalend, in feite gaat het om wat buitenlandse afnemers betalen voor Nederlandse producten. Het zegt niets over wat Nederland verdient aan deze export.

De export van Nederlandse landbouwproducten wordt gedragen door de verwerkende industrie en de handel. Zij kopen de grondstoffen in bij boer en tuinder, verwerken deze en exporteren de producten wereldwijd. Pierik ziet de groeiende export en de tweede plaats wereldwijd van Nederland als landbouwexporteur (grafiek 3) als een grote prestatie. “Sectoren zoals de tuinbouw en de zuivel doen het wereldwijd prima. We worden als Nederland steeds meer een zuivelland.”

Naast de landbouwproducten kijkt het CBS in opdracht van het ministerie van Economische Zaken de laatste jaren ook naar andere sectoren die een bijdrage leveren aan de landbouwexport. Te denken valt aan landbouwmachines, zoals melkrobots of eiersorteermachines, en bijvoorbeeld de bouw van kassen in het buitenland. Het CBS becijferde voor deze productgroep over 2016 een exportwaarde van € 9 miljard. Ook voor deze groep is sprake van een stijging van de exportwaarde. Overigens kijkt het CBS niet naar de export van kennis, bijvoorbeeld advisering van organisaties in ontwikkelingslanden. “Dergelijke activiteiten lopen vaak door de sectoren heen.”

’Dozen schuiven’

De grote Nederlandse export komt deels ook door de overslag van landbouwproducten in de Nederlandse havens. Met name Rotterdam speelt daarin een belangrijke rol. Veel citrusvruchten en bananen uit landen in Zuid-Amerika en Zuid-Afrika komen aan in havens, worden overgeslagen en getransporteerd naar buitenlandse bestemmingen. Het CBS maakt voor de exportcijfers wel een duidelijk onderscheid in deze handel. Pierik: “We onderscheiden hierbij twee typen handel: doorvoer en wederuitvoer. Bij doorvoer komen de producten niet in Nederlandse handen en vindt geen enkele bewerking plaats. Dat rekenen we niet mee in exportcijfers. Wederuitvoer tellen we wel mee in de cijfers. Daarbij krijgt het product nog wel een bewerking. Dat kan bijvoorbeeld ook de tijdelijke opslag van fruit in koelcellen zijn.”

De export van de Nederlandse landbouwproducten is voor Pierik dan ook veel meer dan ‘dozen schuiven’. Wel plaatst hij de kanttekening dat er verschillen zijn in de statistieken die organisaties leveren. “Het CBS en Eurostat rekenen de doorvoer niet mee, in de statistieken van de Wereldhandelsorganisaties (WTO) wordt doorvoer wel meegenomen.”

Toegevoegde waarde

De exportwaarde van de Nederlandse landbouw zegt nog weinig over ‘wat we als Nederland aan de export verdienen’. Ook dat wordt door het CBS becijferd. Dan valt op dat in de top 10 van producten waaraan Nederland het meest verdient, de toegevoegde waarde, vijf agrarische productgroepen staan: sierteelt, vlees, zuivel, groente en aardappelen, en bereidingen waaronder babymelkpoeder (grafiek 4). Zo is de toegevoegde waarde van de zuivelexport zo’n € 3,5 miljard voor de Nederlandse economie.

De goede exportcijfers en de positie van Nederland als landbouwland wereldwijd tonen de kracht van de land- en tuinbouw. Pierik noemt innovatie en toekomstgerichtheid belangrijke succesfactoren voor de Nederlandse land- en tuinbouw. “We lopen mee voorop in de wereld en worden ook steeds belangrijker op het gebied van hightech landbouw.”

Werkgelegenheid

De waarde van de landbouw voor de Nederlandse economie is ook te schetsen aan de hand van de werkgelegenheid die de sector biedt (grafiek 5). Het CBS heeft in beeld gebracht dat met name in Zuid-Holland en Brabant de agribusiness veel werk biedt. De glastuinbouw in Zuid-Holland speelt daarin een belangrijke rol, in Brabant is de (intensieve) veehouderij een grote werkgever. In Zuid-Holland is ook de groothandel fors vertegenwoordigd. Ook daarin is de sierteelt een economische motor.

Tot slot onze relatie met onze belangrijkste handelspartner op agrarisch gebied: Duitsland. Van de Nederlandse agrarische export gaat ruim 25% naar Duitsland. De afzet naar Duitsland bestaat vooral uit aardappelen, groente en fruit (18%), sierteelt (12%) en dieren en vlees (12%). Voor sommige agrarische producten, zoals consumptie-eieren en levende varkens, gaat zelfs drie kwart van de Nederlandse export naar Duitsland.

Celtic Cooling bouwt wereldwijd koel- en bewaarinstallaties

Een Nederlandse bedrijf dat steeds meer op de landbouw gerichte apparatuur exporteert, is Celtic Cooling in Nieuw-Vennep. De onderneming bouwt koel- en bewaarinstallaties over de hele wereld, met een focus op Europa, Afrika en Centraal-Azië. Algemeen directeur is Joost van Klink.

Celtic Cooling is bijna twintig jaar wereldwijd actief in de bouw en het onderhoud van koel- en bewaarinstallaties. Begonnen in Nederland, heeft het bedrijf nu lokale vestigingen in verschillende landen in Afrika en Centraal-Azië. Zo werkt de onderneming nu aan een koelinstallatie op het vliegveld van de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.

Ethiopië is een van de landen waar Celtic Cooling al langere tijd actief is en ook beschikt over een lokale vestiging. “We hebben als Celtic Cooling onze focus op Europa, Afrika en Centraal-Azië. Behalve een vestiging in Ethiopië zijn er ook lokale kantoren in Ghana en Kenia. Verder is een regionaal kantoor geopend in Dubai. In vestigingen zoals in Ethiopië werkt Van Klink met lokale medewerkers.

Centraal-Azië is interessante markt

In landen in Centraal-Azië gaat het anders. Celtic Cooling is onder meer actief in Kazachstan, Rusland en Oezbekistan. “In landen als Oezbekistan en Kazachstan is veel behoefte aan koelinstallaties voor hard- en zachtfruit. Dat gaat om enorme volumes. Daarnaast is er vanuit Rusland de wens om de zelfvoorzieningsgraad op te voeren.” Voor Celtic Cooling is dat een interessante markt, natuurlijk door de volumes, maar ook door de hoge eisen die aan de installaties worden gesteld. “De techniek voor opslag van fruit is complex”, geeft Van Kink aan.

Laatste reacties

  • agratax(1)

    Moeten bouw van koelhuizen onder Landbouw vatten of onder Bouw. Volgens mij de laatste. Als ik de statistieken bekijk dan loopt de omzet in geld van de primaire landbouw ver achter bij de inflatie van de afgelopen 22 jaar. Ik vraag me nog steeds af waarom we de arrogantie hebben om bij onze landbouwwaarde de import en export mee te nemen. Deze producten maken we niet en daar komt dan nog even bij dat ook de techniek (bouw, machines etc.) als Landbouw te boek staan bij de statistieken.

  • alphons1

    het politieke beleid is er anders meer op gemaakt om export te verminderen

  • agrobosbouwer

    We importeren en exporteren er inderdaad lustig op los als het om agrarische producten gaat, maar in tegenstelling met wat vaak wordt gedacht, voeden we de wereld niet. Het aandeel van ons land in de wereldwijde productie van zuivel is 1,8%, van vlees 1,1% en van plantaardig 0,24%, zo werd onlangs berekend. Met ons aandeel in het wereldwijde landbouwoppervlak van 0,04% is dat relatief gezien natuurlijk nog heel aardig, maar de wereld is dus bepaald niet afhankelijk van wat wij hier op dit gebied zelf produceren.

  • WGeverink

    Als je kijkt op the list of largest producing countries of agricultural comodities komt Nederland er volgens mij helemaal niet op voor. Het komt er op neer dat ook als nederland helemaal boer vrij zou zijn het nog steets een van de grootste exporteurs van landbouw producten ter wereld is.

Of registreer je om te kunnen reageren.