Akkerbouw

Achtergrond 2 reacties

Zetmeelaardappel vaste waarde in Veenkoloniën

Als Avebe de zetmeelproductie op peil wil houden, moet het teeltgebied worden uitgebreid. Nog intensiever kunnen fabrieksaardappeltelers namelijk niet produceren, terwijl door het uitputten van de grond de productie wel daalt.

Veenkoloniale akkerbouwers zijn vergroeid met de aardappelteelt. Dat blijkt uit een gesprek met Hendrik Prins en Homme Zwiep, cliëntadviseurs bij Trippel aaa, over de waarde van zetmeelaardappelteelt in de Veenkoloniën. De bedrijven zijn er technisch volledig op ingericht om alles zelf te kunnen doen. Daarbij is Avebe, zeker sinds de economische revitalisatie van het bedrijf in 2006, altijd een stabiele factor geweest voor de telers. Stoppen is sowieso eigenlijk geen optie, omdat de aandelen leveringsplicht geven. Als je ervan af wilt, kost je dat een fortuin.

Veenkoloniale bouwplan

Feit is dat de Veenkoloniën eerder krimpen dan groeien. “Wegenbouw, natuur, groene energie. Alles trekt aan de grond. Dus de akkerbouw gaat hier zeker niet groeien”, legt Hendrik Prins uit.

Ik ben trots op het bijzonder stabiele Veenkoloniale bouwplan

Prins, die ooit een leerzaam jaar planning en logistiek ervoer bij Avebe, is verknocht aan ‘zijn’ Groningse Veenkoloniën. “De ruilverkaveling is net afgerond, dus het zijn allemaal mooie percelen. De mensen zijn sociaal en creatief. Ik ben trots op het bijzonder stabiele Veenkoloniale bouwplan. Er is van alles geprobeerd, zoals groenteteelten. Met uitzondering van de uien was dat allemaal geen succes. Peen is met de 1-op-8-rotatie een zware belasting voor onze streek. En de zekerheid van een goed saldo is met zo’n nieuw gewas ver te zoeken.”

Geen zekerheden uien

Wel wordt de laatste jaren met uien goed geboerd. De markt was prima en vorig jaar prijstechnisch zelfs uitgesproken fantastisch met recordhoge uienprijzen door de schaarste. Maar het gewas kan ook niks opbrengen of zelfs geld kosten voor het afvoeren als kopers ontbreken. Geen zekerheden dus, maar een vrij kostbare teelt met kans op extra inkomsten. Ook de hennepteelt is een vaste gast in de Veenkoloniën, uitbreiding hiervan vindt plaats in het goedkopere buitenland.

Saldo: € 1.000 per hectare

Het gemiddelde saldo van € 1.000 per hectare dat de zetmeelaardappelteelt garandeert, blijft dus interessant voor deze akkerbouwers. Net als tarwe trouwens; hiervan schommelt het saldo ook rond de duizend euro. Reden om de aardappelen in te ruilen voor tarwe is dat zeker niet. Naast dat telers op de aardappelteelt zijn ingericht, is variatie aan gewassen is nodig voor de vruchtwisseling.

Op de vraag wat er was gebeurd als Avebe het niet had gered in 2006 kan Prins niet eens een direct antwoord formuleren, zo onvoorstelbaar vindt hij het. “De zetmeelaardappelteelt hoort bij de Veenkoloniale akkerbouw”, zegt hij stellig.

Tot 3 jaar geleden was suikerbieten een fantastisch gewas in de Veenkoloniale akkerbouw, voegt Zwiep toe. “Superopbrengsten en een goede prijs. Maar met het vervallen van het quotum is het maar heel gewoontjes geworden.”

Krappe rotatie blijft

De krappe 1-op-2-rotatie kan niet eeuwig zo doorgaan, beseffen de heren. Zwiep: “Met ruilen kom je nog wel een heel eind, maar in je eigen bouwplan loop je snel tegen de grenzen aan door toenemende ziektedruk.” Aangezien de verhouding veeteelt-akkerbouw in de Veenkoloniën grofweg 25-75% is, zijn de ruilmogelijkheden best beperkt. Aardappelmoeheid in de grond remt zeker de teeltuitbreiding, maar ook groei van de kilo-opbrengsten. Deze zijn met gemiddeld 42 ton per hectare al jaren stabiel, extreem droge jaren als 2018 en 2019 buiten beschouwing gelaten (Prins: “Rotjaren, de slagroom op de taart is dan weg“).

Druk om rendement te halen

Extensivering van de zetmeelaardappelteelt zien de heren niet gebeuren, ondanks dat het de teelt gezonder zou maken. Enerzijds wegens het ruimtegebrek en anderzijds vanwege de druk om rendement te halen, omdat er financiering zit op het bedrijf.

Winst behaal je met teeltoptimalisatie en schaalvergroting, zien de heren in de dagelijkse praktijk. “Met goed of slecht oogsten kun je winnen en verliezen”, zegt Zwiep. “En eerlijk gezegd zien we ook dat ondernemers die zich volledig op hun akkerbouwbedrijf richten, beter presteren dan akkerbouwers met een neventak of baan buitenshuis.”

Stabiel gewas

Plusjes en minnetjes, daar gaat het om. Geen drastische verschillen. Het blijft een stabiel gewas. Zwiep: “Die Avebe-ambitie van 50 ton per hectare zie ik voorlopig ook nog niet gebeuren. Wel stijgt het zetmeelgehalte, door rasontwikkeling en teeltoptimalisatie. Hoe je omgaat met omstandigheden heeft dus grote invloed op het teeltresultaat. Zo maakt het voor je zetmeelgehalte nogal uit of je voor of na de regen het loof klapt. Mechanisatie speelt ook mee. Alles in één werkgang, sneller, preciezer en daarbij de bodem ontzien.”

Kostprijs drukken met schaalvergroting

Met schaalvergroting wordt de kostprijs gedrukt. Prins ziet elk jaar wel twee of drie klanten uit zijn klantenbestand opgaan in collega-bedrijven. “Toen ik begon was 40 hectare voldoende om een inkomen te genereren. Tegenwoordig heb je daar 140 hectare voor nodig. Als ik dat doortrek naar de toekomst, verwacht ik dat de grond die nu door zeven boeren wordt gebruikt, over tien jaar door twee ondernemers wordt beheerd.” Zwiep voegt toe: “De groei is hier groter dan in de rest van Nederland.” Komt door de indeling van het gebied, legt hij uit. “Als je in Flevoland de grond van de buurman koopt, is dat gelijk een kostbaar stuk van 50 hectare. Die drempel ligt dus een stuk hoger dan in deze regio, waar ook wel eens 10 of 15 hectare vrijkomt. Dan bouw je makkelijker op.”

Mega-akkerbouwbedrijven

Het gevolg is dat er meerdere mega-akkerbouwbedrijven zitten in de Veenkoloniën. Een bouwplan van meer dan 1.000 hectare is nog steeds wel bijzonder, maar niet meer uniek. “Die doen alles in het groot en krijgen het met drie man rond, in het voor- en najaar geholpen door loonwerkers en losse krachten”, weet Zwiep. “Vaak zijn dit gewoon familiebedrijven, zonder vreemde investeerders.”

Flink geïnvesteerd in toekomst

Ook meedoen op de energiemarkt verlaagt de kostprijs van akkerbouwers. Er is flink geïnvesteerd dankzij de, inmiddels ontkoppelde, bedrijfstoeslagen. Het machinepark is hierdoor ook piekfijn op orde. Bewaarplaatsen worden gebouwd. Dat maakt zetmeelaardappeltelers weerbaar voor de toekomst. Bovendien heeft Avebe goed geanticipeerd op het loskoppelen van de toeslagen, door meerwaarde uit het product te halen. Dat maakt deze keten heel sterk. “De basisprijs voor zetmeelaardappelen was vroeger 5 cent en nu, zonder EU-steun, 8 cent”, schetst Prins. “Avebe en de telers hebben sinds 2006 veel opgebouwd samen. Dat was ook nodig, want concurrentie ligt op de loer, vlak over de grens en in de vorm van frites- en chipsfabrieken. Avebe moet harder werken en blijven presteren zonder subsidie en is daar succesvol in. En ja, de kosten stijgen mee. De huurprijs van aardappelland stijgt als de basisprijs van zetmeelaardappelen stijgt. Toch zijn de toegerekende kosten per hectare met zo’n 30% al jaren stabiel.”

Plus in het zetmeelgehalte

De zetmeelaardappelteelt, en daarmee Avebe, blijft dus de steunpilaar onder de Veenkoloniale akkerbouw. Wat betreft opbrengst en kosten verandert er niet zoveel. Wel is de streek bij de tijd met verkaveling, machines, groene energie en gebouwen.

Wie die factoren gebruikt om net wat preciezer te telen kan tot een plus komen in het zetmeelgehalte en dus saldo. Het aantal Avebe-aandelen is stabiel. Als het bedrijf de productie op peil wil houden, is areaaluitbreiding noodzakelijk en dat zal buiten de Veenkoloniën moeten gebeuren. Meer poten op een hectare zou ook een beetje kunnen helpen, daarmee wordt geëxperimenteerd. Ook wordt steeds minder eigen pootgoed (TBM) geteeld en meer aankocht. Dat pootgoed heeft een betere kiemkracht. Dat kan voor een kwaliteitsimpuls zorgen. Kleine veranderingen, maar grofweg blijft de waarde van de zetmeelaardappelteelt stabiel in de Veenkoloniën.

Schot in de roos in roerige tijden

In 2005 werd Trippel aaa opgericht vanuit de Noordelijke Accountants Unie. Het kantoor kwam tegenover Avebe in Veendam. Doel van Trippel aaa was om agrariërs aan de keukentafel te begeleiden, in plaats van vanaf een kantoor. Het concept bleek een schot in de roos. Vanwege de roerige tijden bij het zetmeelconcern en het opgaan van CSM in Suiker Unie hadden akkerbouwers veel behoefte aan financiële en administratieve begeleiding. Op de beurs in Hardenberg hing Trippel aaa een grote foto op met de werknemers, vertelt Zwiep, om bekendheid te genereren. De agenda’s stroomden gelijk vol, omdat de medewerkers bekenden waren in de sector. In 2019 heeft Trippel aaa 4 vestigingen; Hoogezand, Stadskanaal, Emmen en Meppel. Hier zijn 10 agrarische cliëntadviseurs in dienst. Tevens heeft Trippel aaa 5 (agrarische) fiscalisten aan het werk en nog een MKB-tak; Triacc.

Laatste reacties

  • Mooi. Laat opvolgers van melkveehouders in intensive zandgrond gebieden eens stagelopen op zetmeelaardappel bedrijf.
    Dan gaat misschien voor jonge boeren de ogen open dat er ook alternativen zijn. Nu word daar na mijn mening te weinig Over nagedacht .

  • agratax(1)

    @10:17. Lijkt me een goed idee. Laten we dan meteen onderzoeken in hoeverre een samenwerking tussen beide vakgebieden mogelijk is om op die manier tot een ruimer teeltplan te komen met kunstweide en graan/mais voor "eigen" gebruik. Hiermee kan vermoedelijk een stuk mest / fosfaat probleem de wereld uit geholpen worden. Als de plannen uit het Provinciehuis in Den Bosch doorgaan, dan zullen er nog wel de nodige varkens en intensieve melkveebedrijven richting "goedkope" Veenkolonie" gaan, deze grond moet eigenlijk voor 50 % beschikbaar blijven voor AVEBE en niet voor 100 % richting dierhouderij gaan. Zou hier een systeem van gezamenlijk grondgebruik een oplossing kunnen zijn???

Of registreer je om te kunnen reageren.