Het is voor elke provincie een enorme uitdaging om 1 juli een gebiedsprogramma klaar te hebben. – Foto: Canva AlgemeenAchtergrond

Provincies puzzelen met gebiedsplannen op maat

De provincies zijn druk bezig met de gebiedsplannen op maat. 1 juli moeten de twaalf provinciale plannen in Den Haag worden ingeleverd. Welke dilemma’s en uitdagingen komen ze tegen? En hoever zijn ze?

Startversie, houtskoolschets, routekaart, stand van zaken-notitie, voorontwerpversie. De mooie benamingen buitelen over elkaar heen als er gevraagd wordt naar het plan voor het provinciale gebiedsprogramma. De ene provincie klinkt nog voorzichtiger dan de andere. Niet vreemd, want het is voor elke provincie een enorme uitdaging om 1 juli een gebiedsprogramma op maat klaar te hebben.

Gelderland heeft bijvoorbeeld al laten weten dat het niet gaat lukken. De materie is ontzettend ingewikkeld; de spelregels vanuit het Rijk zijn (nog) volop in beweging, deadlines worden telkens verschoven en een Brussels akkoord voor de uitkoopregelingen liet lang op zich wachten. Ook de uitslag van de provinciale verkiezingen speelt mee, want de keuzes waar provincies voor staan zijn vaak zeer politiek gevoelig.

Toch leert een inventarisatie dat de provincies niet op hun handen blijven zitten. “We moeten aan de bak en niet lamgeslagen afwachten”, klinkt het in Limburg. Deze provincie heeft met 25 boeren een overeenkomst weten te sluiten voor vrijwillige uitkoop. Volgens een woordvoerder een uiterst tijdrovende klus. “Elke situatie is anders en uniek, en kent eigen specifieke oplossingen. Die moet je samen vinden.”

Friesland afhankelijk van Rijk

In andere provincies is dit echter niet of nauwelijks gelukt. In Friesland zijn geen eigen financiële middelen vrijgemaakt voor vrijwillige opkoop, waardoor de provincie afhankelijk is van de rijksregelingen. Volgens een woordvoerder hebben zo’n honderd boeren aangegeven mogelijk te willen verkopen. De provincie schat in dat daar wellicht 20% van overblijft.

De oorzaken zijn dat de betreffende boeren niet binnen de regelingen passen, omdat hun bijdrage te gering is of omdat ze niet dicht bij Natura 2000-gebieden liggen. “Er moeten heel wat vinkjes worden gezet. En als dat om wat voor reden niet kan, dan houdt het op. Dat is voor alle partijen zuur, ook voor ons als provincie. Want dan krijgen wij voor de voeten dat we geen uitvoeringskracht hebben. Dat remt het gebiedsproces, doet het vertrouwen geen goed en trekt twijfelende boeren niet over de streep”, aldus de programmamanager in Friesland.

Artikel gaat verder onder de afbeelding

Ook in Noord-Holland speelt dit. Daar meldden zich circa dertig ondernemers voor vrijwillige uitkoop. Maar doordat het om bedrijven met relatief weinig depositie ging, liepen de gesprekken uiteindelijk op niets uit. Of deze ondernemers en hun stikstofrechten nog steeds beschikbaar zijn, weet de provincie niet. Het kan goed zijn dat juist andere marktpartijen met geld wel tot een overeenkomst konden komen, waarmee de bedrijven en de rechten van de markt zijn.

Draagvlak voor gebiedsplannen onder druk

Er is veel onrust en onduidelijkheid. Dat doet het draagvlak voor de gebiedsplannen op maat geen goed en bemoeilijkt het maken van keuzes, vindt Utrecht. Ook ziet deze provincie nog heel wat onduidelijkheden waarop men graag antwoord heeft van de minister. Zo liggen de meeste van de Utrechtse Natura 2000-gebieden in meerdere provincies. En de rijksoverheid hanteert verschillende reductiepercentages in hetzelfde gebied. Zo is voor het Lingegebied in het Utrechtse deel een reductiepercentage van 47% opgenomen en voor het aangrenzende deel in Gelderland 12%. Dat is lastig uit te leggen in een (gezamenlijk) gebiedsproces.

Groningen besloot daarom anders en stuurde onlangs een persbericht: de provincie levert het gebiedsplan voor heel Groningen in april 2024 op. Een woordvoerder benadrukt dat het geen vertraging is, maar dat het hier gaat om zorgvuldig handelen. “In februari heeft Provinciale Staten een startnotitie voor de transitie van het landelijk gebied vastgesteld. Op 1 juli wordt een stand-van-zaken aangeboden in Den Haag.”

Co-creatie van onderop

Provincies dienen in de gebieden zelf op te halen hoe mogelijke oplossingsrichtingen eruit komen te zien. In hip bestuurdersjargon heet dat ook wel co-creatie van onderop. Veel provincies doen dat door het organiseren van inspraakavonden, of samen te praten aan gebiedstafels.

Noord-Holland doet nog iets anders: zij hebben een inwonersraadpleging online gezet. Tot 26 mei kon iedere Noord-Hollander zijn mening geven. Esther Rommel, gedeputeerde Natuur & Stikstof: “Door deze raadpleging kunnen Noord-Hollanders op de stoel van de bestuurder zitten en aangeven hoe het landelijk gebied er in de toekomst moet uitzien. Daarnaast geven ze aan waar zij het geld en de middelen aan zouden besteden. De kennis van onze inwoners helpt ons vervolgens bij het maken van beter beleid.”

Stikstofdepositie vanuit het buitenland

In een aantal provincies wordt ook nadrukkelijk naar andere actoren gewezen als het gaat om stikstofreductie en natuurherstel. Zeeland benadrukt dat het niet alleen om de agrarische sector gaat, maar dat alle sectoren een bijdrage moeten leveren. Veelgenoemd zijn dan industrie, mobiliteit, scheepvaart en het buitenland. “Veruit het grootste deel van de stikstofdepositie op de overbelaste Natura 2000-gebieden is afkomstig van het buitenland en scheepvaart. Dit zijn bronnen waar de provincie geen of weinig invloed op heeft, maar waarvoor de verantwoordelijkheid bij het Rijk ligt”, aldus de woordvoerder.

Uit Noord-Brabant, Limburg en Drenthe komen soortgelijke signalen. De Limburgse woordvoerder: “Limburg heeft te maken met zaken die spelen in België en Duitsland, we hebben zeker last van het Duitse mijngebied. En voor wat betreft de opdrachten die er liggen voor water: water heeft de neiging naar zee te stromen, maar ook daar komt allerlei vervuiling vanuit andere landen mee. Dat is een hele grote uitdaging: van alles wat we in het verleden gedaan hebben, krijgen we nu bepaalde resultaten voorgeschoteld.”

Artikel gaat verder onder de afbeelding

Wachten op provinciebesturen

Hoe alle uitdagingen te tackelen in de lappendeken van gebiedsprocessen per provincie is de grote vraag. De echte keuzes die tot resultaten moeten leiden, worden pas gemaakt als alle nieuwe provinciebesturen zijn geïnstalleerd. Of, zoals de Overijsselse woordvoerder het kort maar bondig samenvat: “Ambtelijk is Overijssel er helemaal klaar voor. In januari hebben we een startversie van het gebiedsprogramma gepresenteerd aan de partners in de diverse gebieden. Daarmee zijn we nu in gesprek, om de kanttekeningen en de suggesties die door hen zijn aangedragen te verwerken. Je moet niet vergeten dat het macro-plannen zijn, waarbij vooral richting wordt gegeven. De echte uitwerking moet nog zijn beslag krijgen. Dat gebeurt in de gebieden.”

Reacties

  1. Net het ontwerp van Noord Holland gelezen. Volledige old school stuk. De boer heeft t gedaan, en moet inleveren Enorme ruimte claim voor alle mogelijke doelen, bossen, woningbouw, natuur, waterbergingen, recreatie. Uitgaan van kdw doelen in 2030, let wel, heeft geen wettelijke basis! Gewoon negeren dat er geen verband is tussen de kdw en de staat van de natuur. Veenweideboeren in de ban, vernatten die handel. KRW doelen stellen die veel verder gaan dan de EU eisen, kijk zo kom je wel van die boeren af. En dit is dan een extensieve provincie met veel grondgebonndenheid, nee hoor, niet goed, nog veel verder extensiveren maar helaas wordt de grond letterlijk onder de voeten gehaald. Kneitergroenlinks stuk.

Beheer
WP Admin