Opfokken van leghaantjes om aan de Duitse eis Ohne Kükentöten (OKT) te kunnen voldoen. Het vinden van opfokcapaciteit is of wordt een flinke uitdaging voor de pluimveesector. - Foto: Marcel Berendsen PluimveeArticle

Leghaantjes opfokken of geslachtsbepaling in broedei?

Ohne Kükentöten (OKT) is dé grote uitdaging voor de eiersector. Kiezen we voor een technische oplossing (geslachtsbepaling in het broedei) of gaan we leghaantjes opfokken? Lastige keuzes voor alle schakels in de eierketen.

Duitsland gaat het doden van eendagshaantjes van legrassen verbieden. Nadat enkele Duitse supermarkten alweer enkele jaren geleden, het voortouw namen om eieren Ohne Kükentöten (OKT) aan te bieden, volgde de Duitse overheid door het doden van de eendagshaantjes bij wet te verbieden, vanaf 1 januari 2022.

Doordat Duitsland de belangrijkste afzetmarkt van Nederlandse eieren is, hebben de Nederlandse eierhandelaren, pluimveehouders en opfokorganisaties/legbroederijen met OKT te maken. Nederlandse eieren (en opfokhennen) die naar Duitsland gaan, moeten aan de Duitse eisen voldoen. Wat betekent dat voor de Nederlandse eiersector? Hoe wordt hierop ingespeeld?

Lees ook: Technische oplossingen voor ‘ongewenste’ mannetjes

Concurrentiegevoelige informatie

Pluimveehouderij ging informeren bij eierhandelaren en opfokorganisaties en kreeg amper respons. Alle partijen houden de kaarten voor de borst. Concurrentiegevoelig. Slechts een enkeling wilde informatie delen, maar anoniem.

Partijen hebben weinig behoefte om er in de pers over te communiceren

Anton Butijn, voorzitter koepelorganisatie COBK

Broederijen/opfokorganisaties verwijzen naar koepelorganisatie COBK. Voorzitter Anton Butijn zegt onder meer dat de eierhandel het eerste aanspreekpunt is, dat de vijf legbroederijen in deze problematiek faciliterend zijn, dat ieder individueel oplossingen heeft en dat die oplossingsrichtingen gevoelig liggen. “Partijen hebben geen behoefte om er in de pers over te communiceren.”

Twee opties voor OKT-eis

Om aan de OKT-eis te voldoen zijn er twee opties:

  1. De leghaantjes opfokken en slachten.
  2. Voorkomen dat leghaantjes worden geboren door het geslacht van het embryo in het broedei te bepalen en ‘mannelijke’ broedeieren niet verder te bebroeden.

Voor de technische oplossing bestaan inmiddels meerdere technieken die in verschillende fasen van ontwikkeling verkeren of al op (beperkte schaal) in de praktijk worden toegepast. Deze in-ovo-technieken, die worden toegepast tussen dag 8 en dag 14 van het broedproces, voldoen nu aan de Duitse wetgeving. Maar als die wet per 1 januari 2024 wordt aangescherpt niet meer; embryo’s mogen dan niet meer na de zesde incubatiedag gedood worden. Dé grote uitdaging wordt om het in-ovo-seksen te vervroegen.

In-ovo-geslachtsbepaling, zoals van het Leidse bedrijf In Ovo, is een andere mogelijkheid om OKT-eieren te produceren. - Foto: In Ovo
In-ovo-geslachtsbepaling, zoals van het Leidse bedrijf In Ovo, is een andere mogelijkheid om OKT-eieren te produceren. - Foto: In Ovo

Haantjes opfokken

De variant ‘leghaantjes opfokken’ blijft ook na de aanscherping aan de Duitse wet voldoen. In Duitsland is voor deze variant gekozen voor de biologische en ecologische houderij. Van naar schatting een derde van de ongeveer 2,4 miljoen bioleghennen in Duitsland in 2020 zijn de broertjes opgefokt, zo vertelde de directeur van Bio-Initiative, een vereniging van bioboeren, tijdens de digitale beurs EuroTier afgelopen februari. Bio-Initiative verwacht dat er volgend jaar in Duitsland 4,5 miljoen biohennen zijn, waarvan 64% broederhaantjes wordt opgefokt.

De biologische pluimveesector in Nederland is niet uitgesproken vóór het afmesten van de leghaantjes, laat Hans Fuchs, projectleider kennis & innovatie bij Bionext, weten. De hoofdreden is dat het afmesten van de haantjes nog niet altijd vlekkeloos verloopt (doordat er nog weinig kennis en ervaring mee is). Daarnaast scoren de haantjes slecht qua footprint: er is veel voer nodig voor een kilo vlees.

Twee varianten broederhanen

Bij het opfokken van de leghaantjes worden in Duitsland twee broederhaanvarianten onderscheiden: de broed-equivalent en de kop-equivalent.

Bij de broed-equivalent worden de haankuikens opgefokt van dezelfde uitkomst in dezelfde broederij als de henkuikens. Het zijn dus ‘echte’ broederhaantjes, de broertjes van een bepaald koppel (op)leghennen.

Bij de kop-equivalent worden haankuikens opgefokt van een uitkomst in een broederij. Die haantjes mogen maximaal twaalf maanden voor de henkuikens geboren zijn en moeten geslacht zijn voordat de jonge hennen in de legstal komen. Een koppel leghennen kan aan meerdere hanenkoppels toegewezen worden.

Beide herkomstvarianten van de haantjes staan in de KAT-handleiding voor de (biologische) opfok. Met de opmerking erbij dat die handleiding uiterlijk in de eerste helft van 2022 wordt aangepast op het punt van de herkomst van de haantjes. De kop-variant gaat namelijk vanaf 1-1-2022 vervallen. Vanaf dan zullen haantjes alleen nog worden opgefokt volgens de broed-variant.

Door het wegvallen van de kop-variant wordt het mesten van haantjes minder flexibel. Opzetten van nieuwe koppels hennen zijn niet gelijkmatig over het jaar verdeeld, maar verlopen met pieken en dalen. Hierdoor wordt opfokcapaciteit niet altijd maximaal benut. Soms is juist alle capaciteit nodig is. Dan is er geen ruimte over voor de haantjesopfok.

Hoe realiseer en organiseer je OKT?

Een vraag is hoe OKT te realiseren en te organiseren. Broeiers hebben calculaties gemaakt over wat OKT gaat betekenen voor de Nederlandse eiersector als geheel, maar die zijn voor intern gebruik.

Uitgaande van 70% vervanging van de Nederlandse leghennenstapel, zou per jaar voor 24 miljoen opfokhennen een OKT-oplossing moeten worden gevonden. In Duitsland zou het gaan om 37 miljoen opfokhennen. Maximaal, want niet alle hennen hoeven OKT-eieren te produceren.

Het is/wordt een hele zoektocht naar opfokcapaciteit voor de haantjes. In Nederland is die er onvoldoende. Momenteel zijn er, door de slechte marktsituatie in de vleeskuikensector, wat vleeskuikenstallen beschikbaar. Maar als de kuikenmarkt weer aantrekt, zal die capaciteit wegvallen. En als de (welzijns)eisen aan de haantjesopfok worden aangescherpt (zitstokken, e.d.), dan zijn vleeskuikenstallen daarvoor niet langer geschikt.

Sommige opfokorganisaties hebben capaciteit buiten Nederland gevonden. Naar verluidt biedt Agromix opfokcapaciteit aan in Polen, dichtbij de slachterijen (gunstig, want in Nederland is ook te weinig slachtcapaciteit voor de haantjes). In Duitsland biedt broederij/opfokorganisatie Gutendorf-Ankum haantjesopfok aan en ziet ook voercoöperatie Emsland-Vechta een verdienmodel in de haantjesopfok.

Wat gaat OKT kosten?

Een andere vraag is: wat gaat dit allemaal kosten? Tijdens zijn presentatie op de digitale beurs Eurotier toonde de directeur van Bio-Initiative een berekening met onder de streep nettokosten van het opfokken van broederhaantjes: regulier € 3,40, bio € 4,40 en eco € 8,50.

Landbouweconoom ir. Peter van Horne van Wageningen Economic Research becijferde de kosten van haantjes mesten op € 3 to € 4. Omgerekend 1 cent per ei bij reguliere productie ei en 1,5 tot 2,0 cent bij biologisch. Dat was eind januari tijdens een inleiding bij de IEC. Bij het huidige prijspeil van het voer zijn de kosten nu € 3,50 tot € 3,70, aldus Van Horne.

In dezelfde inleiding becijferde hij de kosten van in-ovo-seksen op € 4 per hen (Seleggt), ofwel 1 tot 1,5 cent per ei.

Dr. Anke Förster, reproductiespecialist bij Lohmann Tierzucht GmbH, noemde tijdens de digitale EuroTier als kosten van in-ovo-seksen: Seleggt € 3-4, In Ovo € 2-3, Plantegg € 4-5, AAT € 1,10 per henkuiken. De AAT-methode is alleen toepasbaar op bruine eieren.

Wie gaat extra kosten OKT betalen?

De hamvraag is: wie gaat de extra kosten van de productie van OKT-eieren betalen? Uiteindelijk de consument, is de bedoeling. Voor de partijen in de keten is de eerste vraag: wie gaat het voorfinancieren?

Eierhandelaar Ronald van Beek zei in september 2020 hierover: “Die kosten kunnen we niet op het bordje van de pluimveehouder leggen. Ik verwacht dat de pakstations de kosten van het in-ovo-seksen of die van het opfokken van de leghaantjes zullen betalen aan de opfokorganisatie, zodat de opfokhen er niet duurder door zal worden. En dat wij die kosten zullen terughalen bij de retail.”

Eierhandelaren maakten vorig jaar afspraken met de opfokorganisaties over het opfokken van de haantjes, min of meer buiten de pluimveehouders om. De factuur ging naar de eierhandel. “Wij betalen de haantjes wel.” De pluimveehouder kreeg OKT-hennen voor de ‘normale’ hennenprijs en een ‘gewone’ eierprijs. Nu lijkt het er meer en meer op dat de eierhandel het toch niet allemaal wil voorfinancieren, omdat het bij elkaar om miljoenen euro’s gaat.

Factuur in-ovo-seksen naar eierhandelaar

Inmiddels zijn al koppels hennen opgezet waarvan de pluimveehouder heeft betaald voor de opfok van de haantjes en een plus op de eierprijs krijgt. De rekening voor het in-ovo-seksen willen de eierhandelaren nog wel betalen, zo lijkt het nu. Seleggt en Plantegg brengen de kosten van het in-ovo-seksen in rekening bij de eierhandel; Seleggt factureert een bedrag per leghen, Plantegg per broedei. “Een leghen of een consumptie-ei wordt niet anders van in-ovo-seksen. ‘Zonder kuikendoden’ is iets wat de consument vraagt, maar waar de pluimveehouder niks aan kan doen”, zegt Martijn Haarman van Seleggt/Plantegg. “We moeten dus zorgen dat de meerkosten niet op het bord van de pluimveehouder belanden.”

Reacties

  1. In Israel kan een bedrijf met Crispr de hanen van de moederdieren aanpassen zodat de eieren oplichten als het haantjes zijn. VOORDAT het ei de broedmachine ingaat. Dit ei kan dus gewoon verkocht worden aan de industrie, omdat het niet eens bebroed is. De ideale oplossing, duurzaam, goedkoop. Maar gaan onze broederijen dit willen, als ze volledig ingezet hebben op 1 van de meerdere hele dure alternatieven.
    De belangen zijn heeeeeel groot. Voor de eierhandel, en de broederijen. En dan willen ze de pluimveehouder tussen de wal en het schip laten vallen , door alleen het risico daar te leggen, en niet een stukje van het rendement. ( die de pluimveehouder dus hard nodig heeft.) Ik hoop op gezond verstand. ??
    Laten we de politiek goed informeren, zodat dit mogelijk wordt.

  2. Deze constructievormen van financiering rondom het okt gaan nog veel stof doen opwaaien als blijkt dat er heel veel geld verdiend wordt door iedere partij, behalve de legpluimveehouder. Een geweldig verdienmodel is gecreëerd door diverse partijen rondom de eierhandel, en dit onder het mom van de wil van de consument. 99% vd consument zit niet te wachten op nog duurdere eieren in het schap. De pluimveehouder zou WEL zelf de duurdere hen moeten betalen en ZELF de regie in handen moeten houden over de afzet van zijn eieren. Al het andere wat verzonnen wordt is uiteindelijk in het nadeel van de boer zelf. Hij is al bijna de gehele regie kwijt over wat ie wel en niet mag als zelfstandig ondernemer laat dit niet ook nog gebeuren. Met alle respect maar zo langzamerhand is de pluimveehouder gewoon een Poolse werknemer die toevallig nog wel de Nederlandse taal beheerst. Wie wil dit nog langer??