Kabinet gaat afstandsnorm instellen bij nieuwbouw rond geitenbedrijven
Het kabinet wil bij nieuwbouw een afstandsnorm van 500 meter instellen tussen geitenbedrijven en woningen, scholen en zorginstellingen. Voor bestaande bedrijven wordt bekeken welke maatregelen nodig zijn om gezondheidsrisico’s voor omwonenden te beperken.

Hoewel geen oorzakelijk verband is aangetoond tussen geitenbedrijven en longontstekingen, stelt het kabinet bij nieuwbouw een afstandsnorm van 500 meter in tussen geitenbedrijven en woningen. Minister Hermans van VWS doet dit op basis van het door het RIVM aangetoonde verhoogde risico op longontstekingen. Foto: Peter Roek
Bij nieuwbouw van geitenbedrijven, woningen of gebouwen met een gevoelige functie komt een afstandsnorm van 500 meter. Dat hebben minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur besloten. Aanleiding zijn de onderzoeken naar de effecten van veehouderij op de volksgezondheid (VGO-onderzoeken), waaruit blijkt dat rond geitenbedrijven een verhoogd risico op longontstekingen bestaat. Voor bestaande locaties wordt via maatwerk bekeken of maatregelen nodig zijn.
In het kort
- Er komt bij nieuwbouw een afstandsnorm van 500 meter tussen geitenbedrijven en woningen, zorginstellingen of scholen. Het duurt 2,5 tot drie jaar voordat deze wetgeving klaar is.
- De maatregelen worden genomen op basis van het voorzorgsprincipe.
- Voor bestaande bedrijven (114 in de in de 500-meterzone) wordt in overleg met provincies en gemeenten bekeken of en welke maatregelen nodig zijn. Wanneer er effectieve emissiereducerende maatregelen zijn, worden die verplicht.
- Verplaatsing of uitkoop gebeurt alleen op basis van vrijwilligheid.
Afstandsnorm grijpt in waar het risico het hoogst is
In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Hermans dat het verhoogde gezondheidsrisico voor omwonenden is aangetoond en dat de maatregel op basis van het voorzorgsprincipe wordt genomen. Het kabinet is wel bereid de afstandsnorm in te trekken als het gezondheidsrisico voor de omgeving met andere maatregelen kan worden teruggebracht. Het gaat dan om het reduceren van emissies van bacteriën, endotoxinen en fijnstof.
Het kabinet kiest nu voor een afstandsnorm in plaats van het in stand houden van een landelijk moratorium, omdat een afstandsnorm effectiever en gerichter is. “Een afstandsnorm grijpt in waar het risico het hoogst is, maar laat ruimte voor ontwikkeling in andere gebieden. Een landelijk kader draagt bovendien bij aan meer eenvormigheid en duidelijkheid”, aldus de minister.
338 geitenbedrijven in 500-meterzone
De afstandsnorm gaat alleen gelden voor nieuwbouw, zowel van geitenbedrijven als van woningen. Uit de impactanalyse blijkt dat er momenteel 338 geitenbedrijven zijn gevestigd binnen 500 meter van een woonkern of van gebouwen met een gevoelige functie, zoals een school, kinderdagverblijf of zorginstelling.
In totaal staan er 13.586 woningen binnen een straal van 500 meter rond geitenbedrijven. Bij 114 bedrijven staan 25 of meer woningen binnen een straal van 500 meter. Vooral in Noord-Brabant en Gelderland komt dit veel voor.
In de impactanalyse is ook gekeken naar bouwplannen. In totaal zijn er binnen een straal van 500 meter ongeveer 509 woningen opgenomen in zogenoemde harde plannen en 1.118 woningen in zachte plannen, die zich in een minder vergevorderd stadium van ontwikkeling bevinden.
In de economische impactanalyse zijn de gevolgen voor de geitensector vergeleken met de huidige situatie, waarbij in negen van de twaalf provincies een totaalverbod geldt op uitbreiding of nieuwvestiging van geitenbedrijven. Logischerwijs is er bij de afstandsnorm minder waardeverlies voor de sector dan nu, al kan de impact voor individuele bedrijven wel verschillen. Er is geen vergelijking gemaakt met een scenario waarin geen beperkingen gelden voor de geitenhouderij, zoals vóór de ingestelde moratoria.
Voordat de norm wordt ingevoerd, moeten alle wettelijke procedures worden doorlopen. Dit duurt volgens het kabinet ongeveer 2,5 tot drie jaar. Provincies wordt gevraagd in de tussentijd het moratorium op de geitenhouderij in stand te houden op locaties die onder de afstandsnorm vallen.
Belangrijk om dit in overleg te doen met gemeenten, met de provincies en de geitenhouders
Maatwerk bij bestaande bedrijven
Bestaande bedrijven in de 500-meterzone hoeven nu nog niets te doen. De overheid gaat wel prioritaire bedrijven aanwijzen. Dat zijn bedrijven waar kwetsbare groepen dichtbij wonen, waar veel geitenbedrijven dicht bij elkaar liggen of waar juist veel woningen dicht bij een geitenbedrijf staan.
Het kabinet wil voor deze bedrijven extra maatregelen nemen. Welke maatregelen dat zijn, is nog niet bekend. Gedacht wordt aan vrijwillige uitkoop of verplaatsing en het verplicht nemen van effectieve emissiereducerende maatregelen. Onderzoek naar maatregelen die de uitstoot van fijnstof, bacteriën en endotoxinen verminderen, loopt. Wageningen University & Research ontwikkelt momenteel een meetprotocol.
Het potstalsysteem met stro dat in de geitenhouderij wordt gebruikt en de mestopslag worden als grootste risicofactoren gezien. Zodra er een lijst met effectieve maatregelen is, moeten bedrijven binnen de zone deze gaan treffen.
Of dit zal leiden tot bedrijfsverplaatsingen, wil minister Hermans nog niet vooruitlopen. “Het blijft ook echt belangrijk om dit in overleg te doen met gemeenten, met de provincies en de geitenhouders. We moeten daarbij ook echt goed kijken wat het risico is en welke effecten het heeft op bijvoorbeeld woningbouw. Dat kan per geval verschillen”, aldus Hermans.
Het kabinet zal gemeenten en provincies ondersteunen bij het bekijken welke maatregelen op basis van de huidige regelgeving mogelijk zijn. Hierbij wordt in overleg met de veehouders maatwerk geleverd, op basis van vrijwilligheid, aldus staatssecretaris Silvio Erkens. Hij voegt eraan toe dat verplaatsing van bedrijven niet de insteek van de regeling is, maar dat dit na overleg met veehouders, gemeenten en provincies wel tot de mogelijkheden behoort.
Erkens: verbetering voor geitenhouders
Staatssecretaris Erkens ziet de maatregel als een verbetering voor geitenhouders ten opzichte van de huidige situatie. “Er zijn nu in negen van de twaalf provincies moratoria op uitbreiding en nieuwvestiging. Deze maatregel betekent dat twee derde van de ondernemers, die niet in die 500-meterzone zitten, nu door kan met ondernemen, terwijl we in de 500-meterzones gaan werken aan emissiereducerende maatregelen, zodat ook die ondernemers perspectief krijgen.”
Vervolgonderzoek
Over de VGO-onderzoeken is veel onrust. Diverse wetenschappers hebben twijfels over de onderbouwing van het onderzoek, onder meer omdat de longontstekingen bij patiëntenonderzoeken niet met aanvullend onderzoek zijn onderbouwd, maar zijn vastgesteld op basis van bevindingen van huisartsen.
Bovendien werden bij vervolgonderzoek te weinig patiënten gevonden, waardoor het onderzoek werd gebaseerd op ruim honderd in plaats van achthonderd patiënten. Nu komt er een epidemiologische vervolgstudie over de jaren 2023 tot en met 2025. Ook daarna zal monitoring plaatsvinden.
De onrust over de onderzoeken is voor de minister van Volksgezondheid geen reden om de uitkomsten in twijfel te trekken. “Dat er een verhoogd risico is voor de volksgezondheid staat voor ons niet ter discussie. Tegelijkertijd is het ook duidelijk dat er niet één ziekteverwekker is aan te tonen die dit veroorzaakt. Het is een combinatie van factoren die ertoe leidt dat we al lange tijd een verhoogd risico op longontstekingen zien rondom geitenbedrijven. En dan heb je als minister van Volksgezondheid met het kabinet de verantwoordelijkheid om maatregelen te nemen om de volksgezondheid te beschermen”, aldus Hermans.
Geen extra maatregelen voor bedrijven met zorgfunctie
Geitenbedrijven worden vaak gecombineerd met een zorgtak of een andere neventak. Daar hoeven nu geen aanvullende maatregelen te worden genomen, laat minister Hermans desgevraagd weten. De zorgfunctie kan gewoon doorgaan.








