Foto: Jan Willem Schouten en Peter Roek BoerenlevenAchtergrond

Boer zijn is veel meer dan werk

Passie, hobby, way of life en zelf aan de knoppen draaien, boeren leggen uit waarom ze boer zijn.

Vraag kinderen in de basisschoolleeftijd wat ze later willen worden en er komt van alles uit, behalve boer. De droom van jongetjes is om later profvoetballer te worden of professioneel gamer. Meisjes willen het liefst juffrouw worden of dierenarts. Een en ander blijkt uit een recente inventarisatie van vriendenboeken.nl, een website waar je – de naam zegt het al – vriendenboeken kunt samenstellen en laten drukken.

Eigen bedrijf

In de top tien van wensberoepen staat ook het hebben van een eigen bedrijf. Wat voor bedrijf dat dan moet zijn, is niet specifiek uitgezocht, maar een restaurant of eigen kledinglijn scoren hoog. Het hebben van een eigen agrarisch bedrijf, komt niet terug in de lijstjes van 1.500 ondervraagde kinderen. Daar kunnen allerlei verklaringen voor zijn. Boer of boerin worden, kan meestal niet zomaar. Zonder agrarische achtergrond, kom je misschien zelf niet op het idee en als je het idee al hebt, is de uitvoering nogal ingewikkeld.


Lees verder onder de foto.

Boer of boerin worden. Waarom kiezen mensen voor dit beroep? De komende dagen geven negen agrarische ondernemers antwoord op de vraag: daarom ben ik boer. Op de foto, van linksboven en met de klok mee: IJsbrand Snoeij (54), gemengd bedrijf met zorgboerderij, akkerbouwer Trudy Schoenmakers-de Jong (37), Jomien van Eenennaam (52) van Zuivelboerderij Hoogelande, vleesveehouder Bart van den Broek (37) en varkenshouder Gert Altena (49).

Boer of boerin worden. Waarom kiezen mensen voor dit beroep? De komende dagen geven negen agrarische ondernemers antwoord op de vraag: daarom ben ik boer. Op de foto, van linksboven en met de klok mee: IJsbrand Snoeij (54), gemengd bedrijf met zorgboerderij, akkerbouwer Trudy Schoenmakers-de Jong (37), Jomien van Eenennaam (52) van Zuivelboerderij Hoogelande, vleesveehouder Bart van den Broek (37) en varkenshouder Gert Altena (49).

Boer worden zonder ouders met een bedrijf

Even een boerderij beginnen, is nou eenmaal niet mogelijk. Het is kostbaar en de benodigde vergunningen liggen niet voor het oprapen. Maar helemaal onmogelijk is het ook niet. Boer worden zonder ouders met een bedrijf, kan wel degelijk. Dat bewees IJsbrand Snoeij. Hij vertelt later deze week op boerderij.nl dat hij als kind al de droom had om later boer te worden. De vonk sloeg over toen het gezin verhuisde naar het platteland en de jonge IJsbrand tussen de boeren terechtkwam. Zijn vader en hij zouden samen iets beginnen en om kennis te vergaren ging IJsbrand alvast naar de mas. Het liep allemaal anders, door omstandigheden kwam het er niet van. Maar de droom bleef hem achtervolgen met als resultaat dat IJsbrand nu, samen met zijn vrouw, een boerenbedrijf runt. Geen traditioneel bedrijf, maar toch een echte boerderij.

Drive om boer te worden is er bij velen wel degelijk

IJsbrand maakt lange dagen, en ja, hij maakt ook winst. Maar dat is eerder een middel dan een doel. Diepe voldoening haalt hij uit het onderling verbinden van mensen met elkaar en de omgeving. “Ik ben zo dankbaar”, zegt IJsbrand over de kans die hij kreeg.

Ook al komt dit in de top-tienlijstjes van gedroomde beroepen niet naar voren, de drive om boer te worden, is er bij velen wel degelijk, vooral als ze van boerenkomaf zijn. Lange dagen, wisselende opbrengsten, het weerhoudt ze er niet van om voor het vak te kiezen.

Genieten van werk in de varkensstal

Er is veel dat opweegt tegen de nadelen. Neem varkenshouder Gert Altena. Op zijn veertiende kwam hij al voor de keuze te staan: boer worden of niet? Geen seconde twijfelde hij, het was meteen ‘ja’ en twee jaar later zat hij in het bedrijf. Met vallen en opstaan leerde hij hoe het moest, nu draait hij technisch meer dan goed met 40 gespeende biggen per zeug per jaar. Dat betekent dat hij vele, vele uren in de stallen doorbrengt, maar daar zit hij totaal niet mee. Sterker nog, hij geniet ervan. De aanblik van rijen glanzende biggen aan de uier van de zeug, is alle inspanningen meer dan waard.


Lees verder onder de foto.

Ook deze ondernemers vertellen richting Kerstmis waarom zij voor het vak boer kozen. Op de foto, vanaf linksboven en met de klok mee: melkveehouder Berend Hannema (42), pluimveehouder Carolien van Hooijdonk (25), melkveehouder en kaasmaker Wilco de Crom (34) en melkveehouder Guido Lemlijn (26).

Ook deze ondernemers vertellen richting Kerstmis waarom zij voor het vak boer kozen. Op de foto, vanaf linksboven en met de klok mee: melkveehouder Berend Hannema (42), pluimveehouder Carolien van Hooijdonk (25), melkveehouder en kaasmaker Wilco de Crom (34) en melkveehouder Guido Lemlijn (26).

Boerin

Ook Caroline van Hooijdonk koos voor het beroep van boerin al was ze dat aanvankelijk niet van plan. Dierenarts, dat was de bedoeling, geheel in overeenstemming met het lijstje van vriendenboek.nl. Toch ging ze de has doen omdat ze daarmee een bredere basis zou hebben. En toen gebeurde het, tijdens een stage bij een pluimveehouder besefte ze ineens: ik wil ondernemer worden. Maar niet zomaar ondernemer, het moest in combinatie met kippen want een kip, die hééft iets. En dus verraste ze haar ouders met de vraag of ze alsnog de ouderlijke pluimveehouderij kon overnemen. Inmiddels zit ze in het bedrijf en geniet ze ervan dat ze, ondanks grote onzekerheden over stikstof, zelf aan de knoppen kan draaien. “Ik kan m’n eigen ding doen”, zegt ze over haar motivatie.

Zelf kaas maken

Eigen baas zijn, is belangrijk. Ook Wilco de Crom voelde zich daar sterk tot aangetrokken al had hij een goede en leuke baan buiten de deur. Maar hij wilde zélf ondernemer zijn en dus voegde hij zich onlangs bij het ouderlijk melkveebedrijf waar hij voortborduurde op wat er al was. Dat leidde onder meer tot een CO2-neutrale kaasmakerij want alleen koeien melken, daar zag hij niet genoeg uitdaging in.

Dat ‘eigen ding kunnen doen’, blijkt een van de belangrijkste drijfveren voor iemand om een eigen bedrijf te willen runnen. En wie boer of boerin wordt, zoekt daarbij de combinatie met vee, gewassen, natuur en buitenlucht.

Familiebedrijf doorgeven aan volgende generatie

En dan zijn er nog de tradities want niet zelden is een bedrijf al generaties in de familie. Wie boer of boerin is, heeft daarmee een groot persoonlijk belang, behalve de schoonheid van het werk, is er een diepe wens om de familietraditie te behouden en vervolgens zelf weer door te geven aan een volgende generatie. Toch is dat laatste niet meer vanzelfsprekend. Varkenshouder Gert Altena heeft bijvoorbeeld geen opvolger. Dat heeft consequenties voor zijn bedrijfsopzet, uitbreiden bijvoorbeeld, zal hij niet meer doen. Maar stoppen of een beetje doorboeren om nog wat te doen te hebben, dat is ook niet aan de orde. Hij blijft werken om eruit te halen wat erin zit. Het bedrijf is nou eenmaal meer dan alleen maar een bedrijf, het is zijn hobby. Eigenlijk is het zijn leven. Voor melkveehouder Berend Hannema is het net zo. “Andere hobby’s heb ik niet, mijn werk is mijn passie.”

Inkomen niet het belangrijkste om voor een beroep te kiezen

Roberto Flören, hoogleraar Familiebedrijven en Bedrijfsoverdracht bij Nyenrode Business Universiteit, doet al jaren onderzoek naar familiebedrijven waartoe ook de meeste boerenbedrijven behoren.

Steevast blijkt dat de drijfveren van iemand om het bedrijf over te nemen weinig te maken hebben met veel geld verdienen maar alles met ondernemerschap in combinatie met familiewaarden. Vandaar ook dat er een flinke dosis emotie bij komt kijken. Dat kan een valkuil zijn, soms is het moeilijk om de bedrijfsvoering over een andere boeg te gooien of om het uit handen te geven aan de volgende generatie. Maar de emotie uit zich ook in een enorme betrokkenheid en dat is juist een kracht. Het maakt dat iemand bereid is om lange dagen te maken, handen uit de mouwen te steken, in weer en wind en soms zonder dat het werk voldoende betaald wordt.

Vrijheid
Dat laatste is iets waar boeren veel over mopperen. Inkomens staan voortdurend onder druk, deels omdat de kosten almaar stijgen. Maar toch blijven ze boer, geen haar op hun hoofd die eraan denkt de tent te verkopen. Er is dus duidelijk meer dan alleen geld verdienen om boer te willen worden, te zijn en te blijven. Een hoog inkomen blijkt trouwens voor vrijwel niemand het belangrijkste om voor een beroep te kiezen, ook niet buiten de landbouw. Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de universiteit van Amsterdam, was betrokken bij het meerjarige onderzoek De waarde van werk. De resultaten werden recent gepresenteerd en het bleek dat er in het algemeen drie heel belangrijke drijfveren zijn te onderscheiden om bepaald werk graag te doen: vrijheid, persoonlijke ontwikkeling en zingeving. Op een boerenbedrijf komen ze alle drie samen.

Foto‘s: Mark Pasveer, Peter Roek en Jan Willem Schouten