Varkenshouderij

Achtergrond

PRRS-aanpak begint in eigen stal

Collectief PRRS bestrijden is vooral zinvol om elkaar te motiveren, kennis te delen en samen bezig zijn te met de diergezondheid. Veterinair gezien zijn de voordelen van Area Region Control gering.

PRRS (Porcine reproductive and respiratory syndrome) lijkt er bij te horen in Nederland. Het gros van de varkensbedrijven kampt in meer of mindere mate met het virus. Op vermeerderingsbedrijven wordt de gemiddelde schade van een uitbraak berekend op € 126 per zeug. In de vleesvarkenshouderij gaan bedragen rond van € 4,16 per dier.

Aantal projecten beperkt

De ziekte regionaal aanpakken lijkt logisch. Wat de buren niet hebben, kan ook niet overslaan naar mij, is de gedachte erachter. Desondanks blijft in Nederland het aantal projecten om gezamenlijk PRRS te bestrijden beperkt, blijkt uit een inventarisatie door Boerderij. In het onderstaande overzicht staan enkele projecten omschreven van groepen varkenshouders die onder begeleiding van hun dierenartsen grip willen krijgen op PRRS.

Sommige van deze projecten draaien al een aantal jaren, andere nog maar kort. Het PRRS-project Noord-Nederland dat in 2013 van start ging, is wegens geldgebrek een stille dood gestorven. Met het verdwijnen van de productschappen stopte ook de financiering.

Motivatie cruciaal

Cruciaal voor een gezamenlijke PRRS-bestrijding is de motivatie van de deelnemende varkenshouders. Bij hen moet de wil aanwezig zijn om het PRRS-virus buiten spel te zetten. Regionaal met het virus afrekenen is vooralsnog te hoog gegrepen. Dat beseft men ook bij de collectieven die nu draaien. Als eradicatie (uitroeien) de doelstelling is om collectief PRRS aan te pakken, zal het resultaat tegenvallen. Belangrijk bij de aftrap van een PRRS-collectief is daarom concrete en haalbare doelen te formuleren. Anders draait een project uit op een teleurstelling.

Veel kruisverbanden

In bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Spanje zijn ze veel verder met Area Region Control (ARC), zoals lokale PRRS-aanpak internationaal wordt genoemd, dan in Nederland. De structuur van de sector (de integrale aanpak) en de geografie in deze landen leent zich beter voor een regioaanpak dan in Nederland. In Nederland zitten de bedrijven op een kluitje en werken de varkenshouders allemaal met andere zakenpartners. Op 10 varkensbedrijven komen dikwijls evenzoveel voerbedrijven, handelaren en dierenartsen op het erf. De kruiscontacten zijn zodoende legio. Dat is een belangrijke reden dat een regionale PRRS-aanpak in Nederland minder aanslaat en minder voor de hand ligt dan in bijvoorbeeld Spanje, zegt dierenarts Herman Prüst van farmaceut Hipra.

Lees ook: Vlamingen pakken PRRS aan bij begin van keten

Voordelen van groepsaanpak

Prüst verwacht daarom geen wonderen van een collectieve PRRS-aanpak in Nederland. Desondanks ziet hij wel voordelen. De grootste winst van een groepsaanpak zit volgens hem in het feit dat de ziekte de aandacht heeft van de varkenshouders en in het delen van kennis. Aandacht voor een bedrijfsonderdeel is altijd goed, stelt Prüst. “Daar gaat het beter van draaien.” Dat is ook de ervaring van varkensarts Arjan Schuttert van dierenartsenpraktijk De Oosthof. Zij begeleiden onder de naam Noaberbig 2 collectieven. Schuttert: “De varkenshouders zijn bereid gezondheidsinformatie over hun bedrijf te delen. Dat levert veel praktijkkennis op. Wij leren er ook veel van.” De Noaberboeren komen tweemaal per jaar bij elkaar om de monitoringsresultaten te vergelijken, kennis te delen en zich bij te laten praten over de jongste inzichten omtrent PRRS.

Dierenarts Herman Prüst van Hipra voert een PRRS-risicoscan uit op een biggenopfokbedrijf. Hij overlegt hierbij met de veehouder en zijn bedrijfsdierenarts. - Foto: Bert Jansen
Dierenarts Herman Prüst van Hipra voert een PRRS-risicoscan uit op een biggenopfokbedrijf. Hij overlegt hierbij met de veehouder en zijn bedrijfsdierenarts. - Foto: Bert Jansen

Alleen vaccineren onvoldoende

Bart de Jongh is varkensarts bij DAP de Grensstreek. De deelnemers van zijn collectief vaccineren driemaal per jaar, op hetzelfde moment hun zeugen. Dat heeft de diergezondheid verbetert op de bedrijven, stelt hij vast. De Jongh: “Voor 2016 deed iedereen van alles. Nu doen we samen hetzelfde.” Een extra winstpunt van de collectieve aanpak volgens De Jongh is dat de deelnemende varkenshouders ook bewuster bij hygiëne stil staan. Dat laatste is niet overbodig. Zodra het over PRRS gaat is iedere varkensarts ervan overtuigd dat alleen enten van zeugen en biggen onvoldoende effect heeft om het virus te parkeren. Farmaciebedrijven zien dat ook. Zij komen daarom met allerlei hygiënescans op de markt. Een voorbeeld is de Combat-App van Boehringer Ingelheim. Dit digitale hulpmiddel geeft inzicht in de risico’s van PRRS-overdracht op een bedrijf en biedt verbeterpunten. In Nederland hebben 60 varkenshouders de Combat-scan uitgevoerd.

De oplossing zit niet in het flesje, maar het flesje kan wel in de oplossing zitten

Dierenarts Martijn Steenaert is technisch adviseur bij Boehringer Ingelhem en heeft een duidelijke visie over vaccineren tegen PRRS. “De oplossing zit niet in het flesje, maar het flesje kan wel in de oplossing zitten.” PRRS-bestrijding bestaat volgens Steenaert uit 3 dingen: voorkomen van insleep, voorkomen van verspreiding op het bedrijf en specifieke immuniteit opbouwen, hetgeen gebeurt met vaccinatie.

Biggen lopen dikwijls al PRRS op in de zoogperiode. Om dat te onderbouwen is onderzoek nodig om het virus aan te tonen. - Foto: Ronald Hissink
Biggen lopen dikwijls al PRRS op in de zoogperiode. Om dat te onderbouwen is onderzoek nodig om het virus aan te tonen. - Foto: Ronald Hissink

Motivatie en openheid

Niet alle regionale initiatieven houden stand en sommige zien zelfs niet het levenslicht. Het laatste is het geval in de Gelderse Vallei. In de omgeving van Voorthuizen wilden 10 varkensbedrijven ook collectief PRRS te lijf gaan en het liefst de diergezondheid bedrijfsbreed verbeteren. Een van hen is varkenshouder Pieter Bouw. Hij legt uit dat het idee om voor de voet weg alle zeugen op de bedrijven tegen PRRS vaccineren niet bij alle varkenshouders goed viel. Sommige zijn bang dat dit tot meer terugkomers zal leiden. Bouw betreurt het dat het initiatief niet van de grond kwam. “Ik denk dat een regionale aanpak voordelen heeft. We zitten hier in een straal van 5 kilometer met best veel varkensbedrijven. Als meningen verschillen en het gaat om geld, dan komt zo’n plan helaas niet van de grond.”

Bij Advee-dierenartsen staat het project dat zij begeleiden al een tijd op een laag pitje, vertelt varkensarts Max Nuyens. De deelnemende varkenshouders hebben andere prioriteiten dan PRRS aanpakken, vertelt hij.

Bereidheid informatie te delen

Het succes van regionale aanpak hangt tevens af van de mate waarin varkenshouders ziekte-informatie willen delen. Dat doet de jongere generatie varkenshouders wel makkelijker, ervaart varkensarts Maurice Moonen van Dierenartsencombinatie ZuidOost.

Gezamenlijk iets doen tegen PRRS kan zeker zinvol zijn, maar zal er in Nederland niet toe leiden dat bedrijven van het virus afkomen. Een risico van een collectieve aanpak is dat varkenshouders stoppen met vaccineren als PRRS na verloop van tijd tot rust komt op de bedrijven. De gevolgen van een nieuwe uitbraak zijn dan vaak heviger dan voorheen.

Besmetting

Het PRRS-virus waait niet zomaar van de ene stal naar de andere, zoveel is wel duidelijk. Besmetting gebeurt in eerste instantie door overdracht tussen dieren, dan door toedoen van mensen, dan door ongedierte en ten slotte via de lucht, vertelt Herman Prüst van Hipra. Dat blijkt ook wel uit de monitoringsresultaten op de bedrijven. Steenaert schat dat 80% van de PRRS-uitbraken wordt veroorzaakt door een stam die al jaren op een bedrijf zit. Dit percentage onderstreept het belang van interne biosecurity om PRRS te bestrijden en laat tevens zien dat van een regionale aanpak geen wonderen zijn te verwachten. Het virus is immers sterk bedrijfsgebonden en kan zich door de gehanteerde werkwijze op de meeste bedrijven eenvoudig handhaven.

Belgische varkenshouders willen ook grip op PRRS

Uitgangspunt in het Belgische PRRS-programma is in eerste instantie om de ki-centra serologisch negatief te krijgen en dit eventueel uit te breiden naar de berenopfokbedrijven. Beren mogen op termijn geen PRRS-virus en geen antistoffen tegen dit virus bij zich dragen. Eind dit jaar wordt gestart met het toekennen van PRRS-serologisch negatieve statuten aan ki-centra.

PRRS-Monitor Biggen

Daarnaast wordt binnen dit programma op zeugenbedrijven al 4 jaar de PRRS-druk bij gespeende biggen inzichtelijk gemaakt. Dit gebeurt met de PRRS-Monitor Biggen waar zeugenbedrijven vrijwillig aan deelnemen, vertelt varkensarts Tamara Vandersmissen die namens de Diergezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) betrokken is bij het project. Bij pas gespeende biggen wordt met gebruik van een PCR-test het virus aangetoond in het bloed. Bij oudere biggen wordt ook naar antistoffen tegen PRRS gekeken. Een eyeopener is dat een derde van de biggen net na opleg het PRRS-virus bij zich draagt. Bij PRRS in deze levensfase vormen de zeugen en de kraamstal de bron, legt Vandersmissen uit. Zij schat dat 80 à 90% van de zeugen in Vlaanderen is gevaccineerd. Desondanks wordt het PRRS-virus veel aangetroffen bij de gespeende biggen. Meer aandacht voor quarantaine en adaptatie van jonge zeugen en een betere interne biosecurity zijn volgens haar de belangrijkste maatregelen om meer biggen te spenen zonder het PRRS-virus. Vandersmissen: “De veterinaire stabiliteit van de zeugenstapel moet op deze bedrijven beter.”

Vraag vanuit varkenshouders

De Vlamingen willen grip krijgen op PRRS. Dit jaar zijn al 90 PRRS-monitors biggen uitgevoerd. De monitoring heeft driemaal per jaar plaats. De varkenshouder krijgt te zien hoe de PRRS-druk in de biggenstal ontwikkelt en welke stammen er zitten. De ervaring is dat de aanwezige PRRS-stammen flink wisselen.

De vraag om PRRS aan te pakken, komt van de varkenshouders. Vanuit het Sanitair Fonds (een calamiteitenpot) is geld beschikbaar, zodat boeren tegen een sterk gereduceerd tarief bloedonderzoek kunnen laten doen bij hun biggen. Niettemin zou Vandersmissen wensen dat een groter aantal Vlaamse varkenshouders gemotiveerd is om aan de monitoring deel te nemen. Dat komt het programma en de op die manier de gezondheidsstatus van alle varkensbedrijven ten goede.

Of registreer je om te kunnen reageren.