Home

Nieuws

Nederland wil veredelingstechniek op Europese agenda

Met de aanstelling van de nieuwe Europese Commissie zijn er mogelijkheden om de regelgeving voor genetische modificatie opnieuw op de Europese agenda te krijgen.

“Wij zullen niet op onze handen gaan zitten”, zei minister Cora van Nieuwenhuizen donderdagochtend tijdens een symposium over nieuwe veredelingstechnieken.

Crispr-Cas als genetische modificatie beschouwd

Van Nieuwenhuizen bekritiseerde de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in juli van het vorig jaar, toen werd bepaald dat nieuwe veredelingstechnieken als Crispr-Cas moeten worden beschouwd als genetische modificatie.

“Het hof bepaalde dat nieuwe veredelingstechnieken niet worden uitgezonderd van de EU-wetgeving voor genetische modificatie, terwijl klassieke mutagenese wel wordt uitgezonderd. Dat is vreemd. Zoals ik het begrijp is klassieke mutagenese een schot hagel, terwijl nieuwe veredelingstechnieken als Crispr-Cas uitzonderlijk precies zijn”, zegt Van Nieuwenhuizen.

Verandering in wetgeving

“Deze uitspraak is niet goed voor innovatieve plantenveredelaars”, aldus de minister, die eraan toevoegt dat ze samen met landbouwminister Schouten in Europa zal werken aan een verandering in de Europese regelgeving. “Maar dat kost tijd, en dus moeten we ondertussen ook praten wat we kunnen doen binnen de grenzen van de bestaande regelgeving.”

Lees verder onder de foto

Minister Cora van Nieuwenhuizen: "Zoals ik het begrijp is klassieke mutagenese een schot hagel, terwijl nieuwe veredelingstechnieken als Crispr-Cas uitzonderlijk precies zijn." - Foto: ANP
Minister Cora van Nieuwenhuizen: "Zoals ik het begrijp is klassieke mutagenese een schot hagel, terwijl nieuwe veredelingstechnieken als Crispr-Cas uitzonderlijk precies zijn." - Foto: ANP

De minister kreeg een rapport aangeboden van de Commissie Genetische Modificatie (Cogem), waarin op een rij wordt gezet wat de effecten zijn van een meer product-gebaseerde regelgeving in Europa. Nu is in de biotechnologie-richtlijn vooral geregeld dat de techniek van genetische modificatie aan strenge waarborgen en voorzorgen is gebonden. Dat het uiteindelijke product niet te onderscheiden is van een gewas dat ook met klassieke veredeling zou kunnen ontstaan, maakt dat niet anders.

Besluitvorming in EU praktisch onmogelijk

De Cogem-studie kijkt onder andere naar de situatie in Canada, waar meer gekeken wordt naar het eindproduct en minder naar de gebruikte techniek. De Canadese situatie is echter volstrekt afwijkend van die in Europa. In Europa zijn er 28 lidstaten die het samen eens moeten worden over de regelgeving. Omdat in de verschillende landen uiteenlopende ideeën zijn over de veiligheid en wenselijkheid van genetische modificatie, is het praktisch onmogelijk tot besluitvorming te komen.

Als de Europese regelgeving meer zou toezien op het uiteindelijke product en minder op de gebruikte techniek, zou dat waarschijnlijk niets veranderen aan de politieke stroperigheid, zo concludeert de Cogem.

Toch vindt Van Nieuwenhuizen dat een meer productgebaseerde regelgeving een betere aanpak is. “Dan hoeven we alleen te kijken naar de nieuwe eigenschappen van de plant en of die veilig zijn voor mens, dier en milieu, los van de vraag hoe die eigenschappen zijn ontstaan.”

Verbetering ondernemingsklimaat

Van Nieuwenhuizen is benieuwd naar de Canadese aanpak, ook al realiseert ze zich dat er vast geen confectie-oplossing is. Uiteindelijk gaat het haar om de verbetering van het ondernemingsklimaat voor innovatieve biotechnologische bedrijven. Die innovatie is nodig om de groeiende bevolking te blijven voeden, zoals dat ook is gelukt in de jaren na de Tweede Wereldoorlog.

Of registreer je om te kunnen reageren.