Commentaar

‘Geitenstop heeft gunstig bij-effect’

De geitenhouderij zit in een wonderlijke positie. De afzetmarkt is goed, een mestprobleem is er niet, ondanks forse groei sinds het jaar 2000.

Dit is meer geluk dan wijsheid, want de geiten zitten qua mestplafond in een categorie ‘overig’ samen met schapen, geiten, pelsdieren, vleesvee en paarden. Allemaal sectoren die niet de neiging hebben sterk te groeien.

Toch zit deze kleine sector nu op slot in 8 provincies. Reden: angst voor de gezondheid van de bevolking. Nog meer dan milieu is dat een zeer gevoelig onderwerp. Met de Q-koorts nog vers in het geheugen willen provincies geen risico’s nemen.

Lees ook: Is groei in geiten nog mogelijk?

Geitenhouders tevreden

Een inventarisatie door Boerderij van de stemming in de sector brengt een opvallende uitkomst: binnen de geitenhouderij klinkt niet zoveel ach en wee over die stop. Sterker, geitenhouders die hun bedrijf op orde hebben, vinden het wel best zo. Het bewaken van de volksgezondheid heeft als bij-effect immers dat de markt krap blijft en de melkprijs goed. Het is min of meer het omgekeerde van wat tot 2015 in de melkveehouderij gebeurde. Daar leidde marktbeheersing tot beperking van de mestproductie.

Het doel is goed

Toetsingskader

De geitensector is nu bezig met het opstellen van een ‘toetsingskader’ waar binnen bedrijven zich verantwoord kunnen ontwikkelen. Een lelijk bureaucratisch woord, maar het doel is goed. ‘We willen voorkomen dat we in hetzelfde schuitje komen als de melkveehouderij’, zo verwoordt een LTO-bestuurder het. Terecht.

Of registreer je om te kunnen reageren.