‘Handelsbeleid staat goed voedselbeleid in de weg’

Plannen voor een gezonder en duurzamer voedselsysteem kunnen rekenen op steun van de NAV. Wel moet aan de economische kant van de plannen nog wat worden gesleuteld.

Minister Schouten van LNV en staatssecretaris Blokhuis van VWS hebben op 16 april in een brief aan de Tweede Kamer hun ideeën geformuleerd voor het voedselbeleid van de komende jaren, dat moet leiden tot een gezonder en duurzamer voedselsysteem. De Nederlandse Akkerbouw Vakbond streeft naar een ecologisch en economisch duurzame landbouw en steunt daarom deze kabinetsplannen.

Economische aspecten verdienen nog extra aandacht

De NAV vindt dat de economische kant van de duurzaamheid in de plannen van het kabinet nog verbetering verdient. Want transparantie van prijzen en de margeverdeling in de keten leiden niet automatisch tot betere prijzen voor boeren.

En verder zet het kabinet heel sterk in op gedragsverandering van de consument om via die weg tot verandering van het voedselsysteem te komen. De ervaring leert dat op deze manier veranderingen heel erg langzaam gaan. Een voorbeeld hiervan is het aandeel biologisch in de Nederlandse markt en het areaal, dat de laatste 35 jaar is gegroeid van 2% naar 3%. Wanneer we de gehele voedselproductie willen verduurzamen moeten de maatregelen ook voor iedereen gelden, inclusief import. En moeten boeren ook kostendekkend voor hun inspanningen betaald worden. Anders blijven deze goedbedoelde plannen steken in kleine initiatieven en deelmarkten.

Vrijhandelsverdragen zitten goed voedselbeleid in de weg

Hier zien we dat het huidige Nederlandse en Europese handelsbeleid met de vrijhandelsverdragen een goed voedselbeleid enorm in de weg zit. Omdat we door de regels die binnen de wereldhandelsorganisatie WTO zijn afgesproken in die vrijhandelsverdragen de normen van andere landen moeten erkennen, kunnen we geen eisen stellen aan de productiewijze van importproducten.

Om de boeren in Nederland en Europa niet in een nog ongunstigere concurrentiepositie te brengen dan nu (de normen zijn al hoger dan in de rest van de wereld), is het eigenlijk niet mogelijk om aan Nederlandse productie wel eisen te stellen. Dat kan alleen in nichemarkten waar een groep consumenten bereid is ook extra te betalen voor duurzaamheid. We zien juist dat door de keiharde wereldwijde concurrentie, die ontstaat door de liberalisering en globalisering, de productie eerder minder duurzaam wordt. De concurrentie gaat nauwelijks om kwaliteit of duurzaamheid, maar vooral op prijs. Die prijs van de producten moet zo laag mogelijk zijn om in die concurrentieslag mee te kunnen doen.

Uitbannen honger en ondervoeding

Het Nederlandse kabinet heeft ook de ambitie om met Nederlandse kennis en kunde stevig bij te dragen aan het uitbannen van honger en ondervoeding in de wereld en een duurzame verhoging van de kleinschalige landbouwproductie. Daar staat de NAV helemaal achter, want iedere economische ontwikkeling begint met een ontwikkeling van de landbouw. Tegelijkertijd sluit de EU economische partnerschapverdragen vooral met Afrikaanse landen, waarin deze landen worden gedwongen hun grenzen te openen voor goedkope importproducten. Hierdoor wordt die ontwikkeling ook direct weer teniet gedaan. De gevolgen van de vrijhandelsverdragen zijn dat de landbouw in de EU verarmt en de landbouw in de Derde Wereld zich niet kan ontwikkelen.

De NAV is van mening dat de in beginsel goede plannen van het kabinet voor een voedselbeleid in Nederland en wereldwijd, alleen kans van slagen hebben als landbouw en voeding buiten de vrijhandelsverdragen worden gehouden. Voedsel is veel te belangrijk om het helemaal aan de vrije markt over te laten.

Of registreer je om te kunnen reageren.