Home

Achtergrond

Bedrijfsopvolger Lars: wees innovatief en zoek nichemarkt

Een bedrijfsovername is in iedere situatie uniek. Zo ook in de situatie van Lars Raemakers, die een viskwekerij van zijn vader Johan Raemakers over wil nemen. Innovatie, communicatie en specialisatie blijken belangrijk voor vader en zoon Raemakers.

Lars Raemakers wil het viskwekerijbedrijf van zijn vader Johan Raemakers in Nederweert (L.) in de nabije toekomst overnemen, maar hij wil eerst nog werkervaring opdoen. Het liefst bij een viskweker, maar Lars heeft ook interesse in de varkenswereld. Zijn vader runt een viskwekerij, waar hij zich gespecialiseerd heeft in het fokken van steuren. Het is geen complete verrassing dat de interesse van Lars in de agrarische sector ligt. Zijn vader Johan is opgegroeid in de landbouw en begon destijds zelf met een leghennenbedrijf. Ook Lars’ opa zat al in het vak. Zelf zit Lars nu in zijn laatste studiejaar ‘varkenshouderij’ van Helicon Opleidingen. Hij deed samen met zijn vader mee aan het project ‘duurzame bedrijfsopvolging’ van de onderwijsinstelling.

Lars Raemakers (18) en vader Johan Raemakers (55) bij 1 van de kweekbakken in de viskwekerij in Nederweert (L.). Lars wil het bedrijf op de korte termijn overnemen. - Foto: Bert Jansen
Lars Raemakers (18) en vader Johan Raemakers (55) bij 1 van de kweekbakken in de viskwekerij in Nederweert (L.). Lars wil het bedrijf op de korte termijn overnemen. - Foto: Bert Jansen

Andere visie dan vader Johan

Als Lars het bedrijf overneemt, is hij van plan een andere weg in te slaan. Hij heeft minder affiniteit met de steurfokkerij en ziet meer toekomst in het kweken van paling. “Mijn vader is begonnen met paling nadat hij de pluimveerechten verkocht had, maar hij wilde wat nieuws en uitdagends gaan doen”, vertelt Lars. Vader Johan valt in de rede: “De steurfokkerij is een richting en specialisme van mij. Je moet de keuze maken waar je een goed gevoel bij hebt. En een goed businessmodel. Als Lars dat met paling heeft, moet hij daar zeker voor kiezen.”

Volgens vader en zoon Raemakers is het moeilijk om tegenwoordig een goede marge te pakken in de landbouwsector. In de visteelt zien zij echter wel mogelijkheden: “Uitblinken, uniek zijn en de nichemarkt opzoeken; dat brengt kansen om meer marge te pakken”, zegt Johan. Lars voegt toe: “Kijk bijvoorbeeld naar de palingmarkt. Het is een relatief duur product voor de consument. Met exclusief en moeilijk te kweken vissen kun je de meeste marge pakken. Daar wil ik mij op focussen.”

Van pluimvee naar vissen

In 1990 runde Johan een leghennenbedrijf op 2 locaties, in Ospel en Nederweert. Al gauw verkocht hij het bedrijf in Ospel. “Ik kreeg een vergunning om de 130.000 kippen op natte mest om te zetten naar 215.800 kippen op droge mest in Nederweert, maar toen moest ik mestquotum bijkopen. Dat heeft mij aan het denken gezet, aangezien het een forse investering is. Ik heb de keuze gemaakt om het mestquotum en de ammoniakrechten los te verkopen.” In 1996 is Johan begonnen met de viskwekerij. De eerste 8 jaar heeft hij paling gekweekt. ” Maximaal 250.000 kilo per jaar. Maar de productie kwam onder druk te staan. De markt dwong tot meer productie, maar het werd moeilijker om goede marges te halen.”

Dat was dan ook de voornaamste reden om op zoek te gaan naar iets nieuws, iets uitdagends. In 2004 begon hij met de kweek van steuren en andere buitenlandse vissen. De steuren worden bij Raemakers overigens niet voor de winning van kaviaar gehouden. Hij kweekt de steuren alleen voor de reproductie en verkoopt de bevruchte eieren of kleine steurtjes naar andere steurkwekerijen. Johan omschrijft het bedrijf als relatief kleinschalig: het pand heeft een oppervlakte van zo’n 350 vierkante meter en er zit 2,5 hectare grondeigendom bij. Het plan is ook niet om de bedrijfsvoering flink op te schalen: “Dat werkt averechts. De prijzen zullen zakken en daarmee ook de marges”, aldus opvolger Lars.

Eerst ervaring opdoen

Over ongeveer 5 jaar wil Lars het bedrijf overnemen. Concrete plannen voor de bedrijfsovername zijn er nog niet. Lars zit in zijn laatste studiejaar en wil na zijn studie eerst nog een paar jaar elders aan het werk. Het liefst in de visteelt, maar dat blijkt niet zo gemakkelijk. “Die bedrijven zijn er niet zo veel in Nederland.” Maar een paar jaar in de varkenshouderij lijkt Lars ook interessant en leerzaam. “Hier in het zuiden van het land zijn veel interessante varkenshouderijen. Het lijkt mij goed eerst voor een andere ‘baas’ te werken”, vertelt hij. Ondertussen is wel het plan om in de vrije uurtjes langs te gaan bij collega-viskwekers om inspiratie op te doen voor optimale kweeksystemen.

Viskwekerijen zijn schaars in Nederland

Uit het gesprek met vader en zoon Raemakers blijkt dat viskwekerijen in Nederland schaars zijn. Vooral steurfokkerijen. Naast de steurkwekerij van Johan zouden er in Nederland nog 2 steurkwekerijen zijn, die de steuren verder laten groeien voor de consumptie. Op de vraag of dit niet juist kansen biedt voor starters of bedrijven die omschakelen, antwoordt Lars: “Nee, dat denk ik niet. De kostprijs in de viskwekerij is erg hoog en er is veel druk op de markt vanuit andere marktspelers, zoals het ruime aanbod wildvangst op zee. Ook wordt er altijd nog veel goedkope vis geïmporteerd.” De discussie om milieueisen in Noorwegen brengt volgens de bedrijfsopvolger wél mogelijkheden voor viskwekerijen in Nederland. Het kweken van zalm op land is een stuk duurder dan kweek op het water. Door de hogere kostprijs ziet Lars kansen om in te stappen.

Ik zou niet met mijn broer of zus samen willen werken in 1 bedrijf. Het moet gezellig blijven aan de keukentafel

Bedrijf en familie gescheiden houden

Vader en zoon kunnen goed met elkaar samenwerken. “Ik heb graag iemand naast me die ondersteuning biedt. Daar kunnen mijn vader en ik elkaar goed in vinden.” Lars is binnen de familie Raemakers de enige die affiniteit heeft met de agrarische sector en het bedrijf over wil nemen. Zijn oudere broer en zus hebben voor een andere richting gekozen. “Gelukkig maar. Ik zou niet met mijn broer of zus samen willen werken in 1 bedrijf”, reageert Lars. Op de vraag waarom hij liever niet met zijn broer of zus samenwerkt antwoordt hij: “Ik wil discussie met hen en binnen de familie voorkomen. Het moet gezellig blijven aan de keukentafel.” Ook vader Johan reageert: “Als ze alledrie hetzelfde zouden willen, dan wordt het een complexer verhaal. Maar dat is op dit moment niet aan de orde.”

Vader en zoon geven aan dat de communicatie goed is. Lars zegt dat hij het vooral belangrijk vindt dat iedereen in het dorp meedenkt, meedoet en zijn of haar steentje bijdraagt. Daartoe is hij actief betrokken bij de lokale CDA-fractie. Betrokkenheid en samenspraak vindt hij belangrijk, naast dat het CDA ook pro-landbouw is. Daarmee heeft hij een bepaalde binding met het dorp en de lokale bevolking.

Of registreer je om te kunnen reageren.