Home

Achtergrond

Vicevoorzitter Ceja: ‘Meer focus op belang jonge boer’

Iris Bouwers is sinds kort vicevoorzitter van de Europese jonge boerenorganisatie Ceja. Op het juiste moment, want de onderhandelingen over het gemeenschappelijke landbouwbeleid voor de jaren na 2020 gaan komende maanden van start. Ze maakt zich hard voor de belangen van meer dan 1 miljoen jonge boeren.

Het kan allemaal snel gaan. Nog maar 24 jaar en dan al gemeenteraadslid in Dronten, dagelijks bestuurslid van NAJK en sinds kort vicevoorzitter van de Europese jonge boerenorganisatie Ceja. En dan runt ze ook nog samen met haar ouders een agrarisch bedrijf in het Drentse Zuidwolde. Het maken van een afspraak met de fotograaf is ingewikkeld. Vandaag is ze in Dronten, morgen in Brussel en overmorgen in Drenthe.

Iris Bouwers, vicevoorzitter van de Europese jonge boerenorganisatie Ceja: “Het is hoog tijd voor een landbouwbeleid dat aansluit bij de boerenpraktijk.” - Foto: Hans Banus
Iris Bouwers, vicevoorzitter van de Europese jonge boerenorganisatie Ceja: “Het is hoog tijd voor een landbouwbeleid dat aansluit bij de boerenpraktijk.” - Foto: Hans Banus

Iris Bouwers is de laatste om hoog op te geven over haar snelle bestuurlijke en politieke carrière. Natuurlijk, ze is gedreven, wil dingen bereiken voor de 8.000 jonge boeren in Nederland en – nu vanuit Ceja – voor meer dan 1 miljoen jonge boeren in Europa. Ze is bepaald niet op haar mondje gevallen. Voor de rest is ze dezelfde gebleven.

Actief in politieke arena

Voor haar profielwerkstuk in het laatste jaar van de middelbare school interviewde ze een wethouder, een gedeputeerde en de toenmalige staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) Henk Bleker over de toekomst van de landbouw. Het was Bleker die haar, toen net 18 jaar, aanraadde om de politiek in te gaan. Hij dacht overigens met een journaliste te maken te hebben. Als je echt iets voor de landbouw wilt bereiken, kun je beter in de politieke arena actief zijn dan vragen stellen, zei hij. Zit wat in, dacht ze op weg naar huis. Bouwers werd lid van het CDA en stond algauw op een verkiesbare plek voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Twee jaar geleden zocht NAJK een portefeuillehouder Internationaal. Die functie was haar op het lijf geschreven. Wat is er nou mooier dan opkomen voor de belangen van jonge boeren in Brussel? Want als je echt iets wilt bereiken voor jonge boeren en tuinders in Nederland, dan moet je het daar doen, dacht ze. Daar in het hart van de Europese Unie worden de echte beslissingen genomen.

‘Als je echt iets wilt bereiken voor jonge boeren en tuinders in Nederland, dan moet je dat in Brussel doen’

Meepraten over gerichter uitbetalen landbouwsubsidies

Nu zit ze dus in het bestuur van Ceja, samen met jonge boeren uit België, Tsjechië, Ierland en Duitsland. Precies op het juiste moment, zegt ze, want de onderhandelingen over het gemeenschappelijke landbouwbeleid 2020-‘26 gaan nu van start. Daar wil ze dolgraag over meepraten. Bijvoorbeeld over een nieuwe invulling van de vergroening en over een veel gerichtere uitbetaling van landbouwsubsidies.

Dat Europese beleid kan en moet allemaal minder bureaucratisch en vooral ook beter passend bij de boerenpraktijk in de afzonderlijke deelgebieden van Europa, vindt Bouwers. De innovatieve akkerbouwer in Flevoland met topopbrengsten op grond van meer dan een € 100.000 per hectare is in niets vergelijkbaar met zijn verre collega in Letland of Slovenië. Er is volgens haar alle reden om met die verschillen rekening te houden.

‘Innovatieve akkerbouwer in Flevoland is in niets vergelijkbaar met zijn verre collega in Letland of Slovenië’

Ze wil graag nog even wat zeggen over die verschrikkelijke bureaucratie. Brusselse regels zijn de reden dat de provincies, die nu verantwoordelijk zijn voor de uitbetaling van Europese premies aan bedrijfsopvolgers, dat geld maar moeilijk kunnen uitgeven. Er blijft geld op de plank liggen. Het is hoog tijd voor een praktische invulling, beter toegesneden op de praktijk.

Met goede argumenten komen

Lastig om als vrouw in een mannenwereld te functioneren? Ze had zich op alle mogelijke vragen voorbereid, maar niet op deze. Het blijft lang stil, ze zegt dan: daar heb ik eigenlijk nooit over nagedacht. Nee, ze heeft zich nooit ongemakkelijk gevoeld tussen de mannen aan tafel. Als je met goede argumenten komt, wordt er echt wel naar een vrouw geluisterd. Het geslacht van de spreker maakt dan niet uit.

Toekomst ligt op de boerderij

Ze droomt er overigens niet van om ooit LTO-voorzitter te worden. Absoluut niet. Haar toekomst ligt op die prachtige boerderij in Drenthe. Ze is samen met haar ouders op zoek naar gewassen voor nichemarkten zoals glutenvrije haver en valeriaan. Dat laatste gewas staat al op hun land, ze telen het voor de homeopatische geneesmiddelenindustrie. Uiteindelijk is er toch niks mooiers dan met nieuwe gewassen te beginnen en gaandeweg te ontdekken hoe je dat het beste kunt doen.

Of registreer je om te kunnen reageren.