AlgemeenNieuws

Vogelstand daalt bij gebruik imidacloprid

Nijmegen – De vogelstand daalt in gebieden waar hogere concentraties van het bestrijdingsmiddel imidacloprid in het oppervlaktewater worden gevonden. De spreeuw en de boerenzwaluw – algemeen voorkomende insecteneters – nemen in aantal af als er meer van het gewasbeschermingsmiddel in het water zit.

Dat blijkt uit uitgebreid onderzoek van de Radboud Universiteit in Nijmegen in samenwerking met Sovon Vogelonderzoek Nederland. Het onderzoek is gepubliceerd in het vooraanstaande wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Het is voor het eerst dat een verband is gelegd tussen de toepassing van de insectenbestrijder imidacloprid (een neonicotinoïde) en de (dalende) vogelstand. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van gegevens van de waterschappen over bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater in de periode van 2003 tot 2009 en over de vogelpopulaties in de periode van 2003 tot 2010 in Nederland.

Conclusie is dat in gebieden met hogere concentraties van imidacloprid in oppervlaktewater er sprake is van een daling van de vogelstand of een verminderde groei van de vogelstand. De onderzoekers hebben gekeken naar de bosrietzanger, rietzanger, kleine karekiet, veldleeuwerik, graspieper, geelgors; spotvogel, boerenzwaluw, gele kwikstaart, ringmus, fitis, roodborsttapuit, spreeuw, grasmus en de grote lijster.

Mogelijke andere factoren voor de omvang van de vogelstand, zoals een veranderd landgebruik, verstedelijking, braaklegging, veranderd gebruik van stikstofkunstmest of de teelt van bijvoorbeeld bolgewassen, zijn bij het onderzoek betrokken. Bij een analyse van al die factoren bleek dat de imidaclopridconcentratie in oppervlakte water een duidelijk negatief effect had, de bollenteelt lijkt juist een positief effect te hebben op het aantal insectenetende en -voedende vogels.

Dat de vogelstand lijdt onder het insecticidengebruik wordt eerder verklaard door het wegvallen van een voedselbron (de insecten) dan door de giftige effecten van het bestrijdingsmiddel zelf, vermoeden de onderzoekers. Caspar Hallmann van de Radboud Universiteit zegt dat de onderzochte vogels zelf doorgaans niet eten van de behandelde gewassen of gecoate zaden. Het kan dat vogels via insecten de middelen binnenkrijgen, maar het is de vraag of ze daarvan gezondheidsschade oplopen. In dit onderzoek is daarnaar niet gekeken.

Het gebruik van imidacloprid is – mede als gevolg van de discussie over schadelijke effecten voor bijen van neonicotinoïden – inmiddels aan banden gelegd. Op basis van Europese regelgeving is het gebruik ervan verboden in bij-aantrekkelijke gewassen, met uitzondering van wintergranen, de teelt onder glas en de toepassingen na de bloei. Behandeld zaad mag niet meer worden gebruikt of verhandeld per 1 december 2013.

Beheer
WP Admin