Vleesvervangers geen echte bedreiging

Foto: Michel Zoeter

Foto: Michel Zoeter


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Vleesvervangers zijn populair. Bij zowel consumenten als bedrijven. Voor Nederlandse veehouders lijkt het vooralsnog geen grote bedreiging. Kansen liggen er in teelt van grondstoffen.Vleesvervangers zijn in trek. Zowel bij consumenten als bij grote foodbedrijven, en zelfs bij slachterijen. Om de haverklap stappen bedrijven in de productie van vleesvervangers. ABN Amro verwacht dat de marktomvang van vleesvervangers zowel in 2019 als in 2020 met 10% groeit. In de afgelopen jaren was de groei gemiddeld 4%. De Nederlandse vleessector ziet de ontwikkelingen niet als een bedreiging, eerder als een kans. Voor Nederlandse veehouders lijken er genoeg mogelijkheden te blijven door de wereldwijde vleesconsumptie die blijft stijgen. Ook liggen er kansen in de teelt van grondstoffen voor vleesvervangers. Producenten streven er namelijk naar hun grondstoffen zo lokaal mogelijk te halen.Groei marktaandeelHoewel ABN Amro een duidelijke groei verwacht de komende jaren, is het marktaandeel van vleesvervangers ten opzichte van vlees nog bescheiden. Een gemiddeld huishouden gaf in 2018 ongeveer € 13 uit aan vleesvervangers tegenover € 224 aan bewerkt vlees. De Britse bank Barclays verwacht dat, ondanks de stijgende wereldwijde vleesconsumptie, vleesvervangers binnen 10 jaar een aandeel van 10% van de totale vleesmarkt hebben. Momenteel vertegenwoordigen vega-varianten nog geen procent van de wereldwijde vleesmarkt.Steeds meer (grote) levensmiddelenbedrijven zien brood in het nepvlees en springen in op de populariteit van het product. Unilever nam bijvoorbeeld recent de Vegetarische Slager over, Mora ging een samenwerking aan met de Vegetarische Slager, Unox en Hema introduceerden een vegetarische rookworst, Nestlé ontwikkelt meer vegetarische producten onder haar label Garden Gourmet en de start-up Beyond Meat ging succesvol naar de beurs. De producenten van vleesvervangers die al langer meegaan, hebben hun bedrijf in de afgelopen jaren flink zien groeien.De marktomvang van vleesvervangers is de afgelopen jaren toegenomen. Voor de jaren 2019 en 2020 verwacht ABN Amro een groei van 10% ieder jaar.Vleesbedrijven omarmen vleesvervangersOok typische vleesbedrijven, de slachterijen en vleesverwerkers, omarmen de vleesvervangers. Vion, Zwanenberg, Zandbergen, de Amerikaanse slachterij Tyson Foods en ’s werelds grootste slachterij JBS hebben allemaal hun interesse in de vleesvervangers laten blijken. De Duitse slachterij Tönnies deed vorig jaar echter het tegenovergestelde en trok de stekker uit zijn vegetarische productie. Het bedrijf geloofde niet langer in de markt van vleesvervangers.Het lijkt nu of de mogelijkheden tot in de hemel reiken, maar we moeten nog maar zien of het echt zo succesvol wordtDé van de Riet van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) staat ‘genuanceerd in de ontwikkelingen’: “Het lijkt nu of de mogelijkheden tot in de hemel reiken, maar we moeten nog maar zien of het echt zo succesvol wordt. We zijn zeker niet tegen de opkomst van vleesvervangers, het biedt ook kansen voor bedrijven. De markt is er nu eenmaal, maar het realisme overheerst.” Marijke Everts, directeur corporate affairs bij kalfsvleesproducent VanDrie Group, ziet in de opkomst van de vleesvervangers geen grote bedreiging. De groep heeft geen plannen om op de trend in te spelen. “Naar onze verwachting blijft kalfsvlees als niche-product iets dat de consument blijft eten. We merken dat we wel iets meer moeite moeten doen en dat de vraag vanuit de EU iets afneemt. Buiten de EU neemt de vraag juist toe.” In plaats van in te spelen op de populariteit van vleesvervangers, ziet Everts meer in het inspelen op consumentenwensen wat betreft vlees: “We zien meer in het maken van vleesconcepten die voldoen aan de consumentenvraag zoals gemak en kwaliteit.”Productie van vleesvervangers bij producent Meatless. Voor de productie wordt van plantaardig meel een vezelige structuur gemaakt die op vlees moet lijken. - Foto: Anton DingemanseGeen bedreiging op korte termijnMoet de veehouder de opkomst van de vleesvervangers als een bedreiging zien? Volgens landbouweconoom Krijn Poppe hoeft de veehouder zich, in ieder geval op korte termijn, niet bedreigd te voelen. “Het is niet een geval van het vervangen van het trekpaard door de trekker. Het lijkt meer op de opkomst van de margarine, waarbij margarine de roomboter niet uitgesloten heeft. Daarbij groeit wereldwijd de vraag naar vlees nog altijd behoorlijk”, aldus Poppe. Volgens hem zal kwaliteitsvlees zoals biefstuk het minste last hebben van concurrentie van vleesvervangers, maar is het de vraag of de productie van meer gespecialiseerde rundvleesproducten mogelijk is op dure Nederlandse grond. Volgens Poppe is de vraag eerder of Nederlandse veehouders de concurrentie in vlees met andere landen aankunnen, dan met de vleesvervangers. Desondanks lijkt het Poppe verstandig als boerencoöperaties zich in de markt van vleesvervangers begeven, zowel in de productie als de teelt van grondstoffen. Dan kunnen boeren een compleet pakket aanbieden aan supermarkten en er financieel voordeel uit halen. Alhoewel de teelt van grondstoffen lastiger is dan de productie van vleesvervangers, omdat de grondstoffen op de wereldmarkt goedkoop te krijgen zijn, aldus Poppe.De vleesconsumptie in Nederland is al enkele jaren redelijk stabiel. Iets minder dan de helft bestaat uit varkensvlees.Grondstoff uit de buurtProducenten van vleesvervangers laten desgevraagd weten dat ze graag zoveel mogelijk grondstoffen ‘uit de buurt’ willen halen. De grondstoffen die gebruikt worden in vleesvervangers zijn vooral soja en tarwe.Een veld lupine in Randwijk, op Ekoboerderij de Lingehof. Lupine kan dienen als grondstof voor vleesvervangers. Producenten van vleesvervangers willen hun grondstoffen zo lokaal mogelijk halen. - Foto: Michel ZoeterSchouten Europe, al 25 jaar producent van vleesvervangers, geeft aan actief bezig te zijn met lokale bronnen van grondstoffen en denkt dat hier kansen voor Nederlandse boeren liggen. Daarom is het bedrijf met diverse partijen en boeren in gesprek. De helft van de soja die de Vegetarische Slager gebruikt, komt uit Europa en de andere helft uit Noord- en Zuid-Amerika. “De opkomst van de vleesvervangers kan voor Europese boeren heel interessant zijn. Het is voor ons een streven om de grondstoffen dicht bij huis te halen. Niet per se in Nederland, maar zeker uit West-Europa”, aldus Jaap Korteweg van de Vegetarische Slager. Ook producent Vivera geeft aan het aandeel lokaal geproduceerde grondstoffen in de toekomst te willen verhogen, maar dat het belangrijkste ingrediënt, soja-eiwit, op dit moment voor Vivera lokaal onvoldoende beschikbaar is.EiwitgewassenHet areaal eiwithoudende gewassen in Nederland groeide in 2018 naar 9.000 hectare. Het oppervlakte sojabonen groeide van 450 hectare in 2017 naar 540 hectare in 2018. In Nederland worden al enige jaren proeven gedaan met eiwitrijke gewassen als sojabonen en lupinen. In de Green Deal Soja in Nederland, waarin Groningen, Friesland en Drenthe partij zijn, wordt gestreefd naar een soja-areaal van 10.000 hectare.Vleesvervangers duurderOndanks dat er vooral goedkope bulkgrondstoffen gebruikt worden, zijn vleesvervangers over het algemeen duurder dan vlees. Korteweg zegt dat dit komt door de nog kleine schaal waarop vleesvervangers worden gemaakt en door de ontwikkeling van nieuwe producten. Volgens Vivera is er geen sprake van goedkope bulkgrondstoffen, maar van specifieke, non-GMO grondstoffen. De marge op vleesvervangers wordt vooral gebruikt voor innovatie en ontwikkeling van nieuwe producten, zo laten de producenten weten. Innovaties vinden plaats op het gebied van smaak, ingrediënten en productietechnieken. Allemaal met de bedoeling om de consument vaker te laten kiezen voor een vleesvervanger.'Vooral witte lupine heeft potentie’Fabian Kemps Verhage werd vorig jaar benaderd om beheerder te worden van een pool voor biologische akkerbouwers die eiwithoudende gewassen voor humane toepassing telen. Daarmee hopen de deelnemers dat vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd kunnen worden.Fabian Kemps Verhage is beheerder van een pool van biologische akkerbouwers die eiwitgewassen voor humane consumptie telen. - Foto: Ronald HissinkAfzetmogelijkheden lupineOp dit moment zitten er 5 boeren in de pool, waarvan er 4 witte lupine telen. Bij elkaar is dat zo’n 12,5 hectare. “We willen graag uitbreiden”, aldus Kemps Verhage. Hij teelt zelf op kleine schaal verschillende eiwithoudende gewassen. Dit jaar had hij een hectare soja als proef, wat hem niet zo goed is bevallen. “Ik vind het achteraf jammer dat ik niet voor lupine heb gekozen. Lupine is een mooi gewas, het is op dit moment alleen nog zoeken naar meer afzetmogelijkheden”, zo vertelt hij. Volgens hem heeft vooral de teelt van witte lupine in Nederland veel potentie voor het gebruik in vlees- en zuivelvervangers. “De teelt van lupine kan prima in Nederland. Het past veel beter in ons klimaat dan bijvoorbeeld soja, waar ook veel proeven mee gedaan worden, en het heeft een vergelijkbaar eiwitgehalte.”Onderscheiden met witte lupineVolgens Kemps Verhage is het een kip-eiverhaal: wat komt eerst op gang, de afzetmogelijkheden of de teelt van lupine? Op dit moment worden er in andere landen grotere arealen lupine geteeld, waardoor het met Nederlandse lupine moeilijk concurreren is op de wereldmarkt. “Producenten die grote hoeveelheden lupine nodig hebben, halen die dus uit het buitenland. De meeste lupine die wordt geteeld is blauwe lupine. Om ons te onderscheiden richten wij ons op de teelt van witte lupine. In tegenstelling tot blauwe lupine, hoef je witte lupine niet te bewerken voordat deze gebruikt kan worden in zuivel- of vleesvervangers. Zo kunnen voedselproducenten en restaurants in Nederland makkelijker kennis maken met dit gewas. De markt voor deze lupine is in West-Europa nog erg klein. Dat we ons zaaigoed dit jaar uit Tsjechië moesten halen, zegt genoeg.Met de oprichting van de pool is het de bedoeling dat Nederlandse telers samen sterker staan en makkelijker kunnen opschalen. “We kunnen bijvoorbeeld samen onze afzet regelen, samen zaaigoed inkopen en kennis uitwisselen. Daarnaast kunnen we ervoor zorgen dat eiwit bedoeld voor vleesvervangers van dichterbij kan worden gehaald.” Op termijn wil Kemps Verhage zelfs een eigen product, gemaakt van planten, op de markt brengen onder de vlag van de pool.‘Mest en reststromen zijn geen enkel probleem in vleesloze toekomst’Jaap Korteweg, oprichter van de Vegetarische Slager en tevens akkerbouwer, ziet een geheel vleesloze toekomst voor zich. Hij acht het mogelijk dat de vleesvervangers in 2045 zo’n 80% marktaandeel hebben. Problemen ontstaan er volgens hem niet in het geval van een vleesloze wereld. “We hebben de veehouderij helemaal niet nodig.”Jaap Korteweg is oprichter van de Vegetarische Slager en biologisch akkerbouwer. Hij ziet een vleesloze toekomst wel voor zich. - Foto: Ton KastermansOndanks de groeiende markt van vleesvervangers is het aandeel nog klein. Hoe komt dit?“Vleesvervangers staan nog vooral bekend als ‘niet lekker’. Ik verwacht dat alles in een stroomversnelling komt wanneer vleesliefhebbers er achter komen dat ze met het nieuwe plantaardige vlees lekker kunnen blijven eten. Ook de hogere prijs van vleesvervangers speelt een rol. We zien nu echter een forse groei van de markt van zo’n 20% per jaar. Een goed voorbeeld van deze groei is het Amerikaanse bedrijf Beyond Meat. Dat is nu $ 10 miljard waard en had in 2018 een omzet van $ 80 miljoen.”Bent u tegen de veehouderij en vleessector?“De vleessector omarmen we juist. We richten ons specifiek op de vleesliefhebber. Als we vleesvervangers net zo lekker als vlees, of zelfs lekkerder, kunnen maken, gaat het kantelen en volgt de moraal vanzelf. Dat is ons doel. We willen diergebruik overbodig maken. De veehouderij is niet echt diervriendelijk. Dieren worden gezien als een product, een gebruiksvoorwerp. Ze krijgen geen volwaardig leven. Vroeger was het soms nodig om te overleven, maar nu bedreigt het juist onze voedselvoorziening en leefomgeving.U ziet een toekomst zonder vlees wel gebeuren?“Ik denk dat dat kan ja. Ik verwacht dat in 2030 de vleesvervangers een marktaandeel hebben van zo’n 20%. Dat wordt het kantelpunt. Op dat moment wordt de prijs concurrerend met vlees. Vanaf dan gaat het snel. Zo’n 10 tot 15 jaar later kan het marktaandeel al 80% zijn.”In een scenario waarin vlees niet meer wordt gegeten: hoe zit het dan bijvoorbeeld met de reststromen die door dieren worden gegeten en de bemesting van planten? Oftewel, dieren zijn toch nodig in de kringloop?“De veronderstelling dat dierlijke mest mineralen oplevert klopt niet. Je raakt er juist een deel mee kwijt. Uit 1 kilogram plantaardig eiwit haal je ongeveer 300 gram dierlijk eiwit. Met vleesvervangers benutten we 100% van het plantaardig eiwit. De reststromen kun je bijvoorbeeld composteren of vergisten zodat ze omgezet worden in organische mest en/of energie. Via micro-organismen kunnen reststromen, op een efficiëntere manier dan via dieren, omgezet worden in hoogwaardige eiwitten. Dierlijke mest hebben we dus niet nodig. Je hebt maar de helft van het huidige landbouwareaal nodig wanneer dieren niet meer gebruikt worden voor de vlees- en zuivelproductie. De andere helft kan bijvoorbeeld natuur worden.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.