Van Essen: alles op alles om intrekking Brabantse vergunningen te voorkomen

Minister Van Essen bij de uitgang van het ministerie van LVVN. Foto: ANP
Het Brabantse besluit om natuurvergunningen van vijf pluimveehouders in te trekken, benadrukt de noodzaak om snel werk te maken van het stikstofpakket van het kabinet. De minister noemt het Brabantse besluit “buitengewoon ingrijpend”. Hij vindt dat alle betrokken partijen alles op alles moeten zetten om intrekking van de vergunning te voorkomen.
Dat zegt landbouwminister Jaimi van Essen in antwoord op Kamervragen naar aanleiding van het Noord-Brabantse voornemen om eind dit jaar een procedure te beginnen om de natuurvergunningen van vijf bedrijven in te trekken.
De minister kondigt aan dat hij nog deze zomer in gesprek gaat met de provincie Noord-Brabant en andere provincies. Daarbij gaat het onder andere om de vraag hoe provincies kunnen omgaan met handhavings- en intrekkingsverzoeken.
In de Brabantse zaak hebben Mobilisation for the Environment (MOB) en de Vereniging Leefmilieu in 2023 gevraagd de vergunningen van negen bedrijven in te trekken. De provincie weigerde dat aanvankelijk, maar in een juridische procedure droeg de rechter de provincie op dat besluit te herzien.
De rechter heeft de provincie verschillende keren gevraagd uit te leggen wat de provincie op korte termijn doet om de stikstofbelasting in kwetsbare natuur te verminderen. De rechter zegt dat de provincie op die vraag “in geen van de zaken een afdoende antwoord [heeft] gegeven.”
Wet staat intrekking vergunning toe
De belangrijkste argumentatie van MOB en Leefmilieu is dat de uitstoot van de betrokken bedrijven leidt tot een verslechtering van de natuur in verschillende Natura 2000-gebieden. De huidige wetgeving biedt ruimte om verleende vergunningen in te trekken.
De partner van een van de betrokken pluimveehouders zegt op Facebook dat het voorgenomen besluit de betrokkenen hard treft. “We zijn boos, heel boos – maar ook ontzettend verdrietig: het levenswerk van mijn schoonouders dat met veel liefde werd voortgezet door mijn partner, wordt in één klap weggevaagd.”
De betrokken bedrijven hebben op 17 juli op het provinciehuis in Den Bosch te horen gekregen dat de emissie van de bedrijven met 85% moet verminderen. De betrokken bedrijven hebben zelf een plan op tafel gelegd om de emissie te beperken. Dat plan heeft de provincie niet kunnen overtuigen.
Overleg met provincies
Minister Van Essen zegt dat met zijn pakket aan maatregelen kan worden voorkomen dat intrekkings- of handhavingsverzoeken succesvol zijn.
De betrokken pluimveehouder vindt dat de provincie voorbijgaat aan de plannen van de minister. “Hij [minister Van Essen] gaf aan dat gedwongen intrekkingen niet aan de orde zouden zijn. Bovendien gaf hij aan dat voor bedrijven buiten de 1-kilometerzone van een Natura 2000-gebied (wat voor ons bedrijf het geval is) juist meer ruimte zou ontstaan. Niet meer ruimte voor meer uitstoot, wel voor bedrijfsvoortzetting.”
De betrokken bedrijven hebben maandag 20 juli overlegd met ZLTO, LTO Nederland en NOP over de te volgen strategie. Provinciale Staten in Noord-Brabant praten op 14 augustus tijdens een ingelaste vergadering over de voorgenomen intrekking van de vergunningen.








