Rabbinge: hoogproductieve melkveehouderij niet meer in veenweidegebied

Laatst bijgewerkt:
Foto: Herbert Wiggerman

Foto: Herbert Wiggerman


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Het is onmogelijk om hoogproductieve melkveehouderij te handhaven in veenweidegebieden als je die wilt inzetten voor vastlegging van CO2. Dat zegt professor Rudy Rabbinge van de Wageningen UR tijdens een hoorzitting over klimaatmaatregelen in de landbouw in de Tweede Kamer.Als je de CO2-uitstoot van het veen wil omzetten in CO2-vastlegging, dan vergt dat een andere aanpak dan de huidige praktijk, aldus Rabbinge. Hij ziet in het veenweidegebied nog wel ruimte voor extensieve veehouderij, maar een deel van de gebieden zal ook moeten vernatten. Hij adviseert bij de verandering gebruik te maken van de dynamiek in de sector door bedrijven in- en uit te plaatsen en via bijvoorbeeld landinrichting kijken wat de mogelijkheden zijn. Negatieve waterschapslasten als verdienmodelHet verdienmodel in de gebieden die onder water moeten, ziet Rabbinge in negatieve waterschapslasten, omdat waterschappen dan geen water meer weg hoeven pompen uit de gebieden, in combinatie met een premie voor het vastleggen van CO2 in de bodem. “Als je dat verstandig regelt, kun je rekenen op een vergoeding van minimaal € 350 tot € 500 per hectare”, aldus Rabbinge. Aanleg van onderwaterdrainage in het veenweidgebied bij Driebruggen, Zuid-Holland. Het doel is om bodemdaling tegen te gaan, CO2-uitstoot te verminderen en de productiviteit van de veengrond te verbeteren. Foto: Herbert Wiggerman‘Onderwaterdrainage is uitstel van executie’Rabbinge ziet het vastleggen van CO2 door het onder water te zetten niet voor alle veenweidegebieden als oplossing. Hij adviseert wel het beleid al in te zetten op plekken waar het wel een oplossing is. “Doen we dat niet, dan gaat de oxidatie van het veen door en dat willen we juist niet.” Rabbinge zegt dat op grote schaal aanleggen van onderwaterdrainage voor veel gebieden uitstel van executie betekent. “Onderwaterdrainage kan op een aantal plekken soelaas bieden, maar op veel plekken ook niet en dan is het alleen uitstel van executie”, zegt hij.Biodiversiteit belonenHens Runhaar, buitengewoon hoogleraar biodiversiteit in Wageningen, benadrukt dat extensieve melkveehouderij in het veenweidegebied een belangrijke drager is van het cultuurlandschap en biodiversiteit en weidevogels. “Dan zijn er wel aanvullende verdienmodellen mogelijk, bijvoorbeeld via biodiversiteit. Er wordt primair gedacht vanuit subsidies, maar vanuit de markt zijn ook steeds meer initiatieven om biodiversiteit te belonen”, zegt Runhaar. Kosten vallen meeDe kosten van het nemen van maatregelen in de veenweidegebieden vallen volgens Rabbinge mee. Hij verwacht dat het om tientallen miljoenen gaat. De vergoeding van de opslag van CO2 kan via Carbon Credits uit de markt vergoed worden. Daarbij kopen bijvoorbeeld evenementen de CO2-uitstoot die ze produceren af door vergoeding te geven voor CO2-vastlegging. Maatwerk gewenstBelangenorganisaties en provincies vinden dat maatwerk nodig is om de CO2-uitstoot in veenweidegebieden te verminderen. “Een regionale aanpak is cruciaal. De verschillen tussen de veenweidegebieden zijn te groot”, zegt Gelders gedeputeerde Peter Drenth, die sprak namens het Interprovinciaal overleg IPO. Hij doelt op het type en de omvang van bedrijven in de gebieden, de waterhuishouding en de aanwezigheid van stedelijk gebied waardoor de ontwikkelmogelijkheden ook verschillen. Teo Wams van Natuurmonumenten is ook voor regionaal beleid, maar wil wel landelijke coördinatie om voor het optimale resultaat te zorgen. “Er moet goed gekeken worden naar een combinatie van agrarische, natuurlijke en recreatieve functies. Ga niet te makkelijk voor 1 oplossing, maar kijk ook naar biodiversiteit en maatschappelijke kwaliteit”, zegt hij. Als voorbeeld worden weidevogels genoemd, die ook verdwijnen als veenweidegebieden onder water worden gezet.Harm Wiegersma (NMV) ziet een oplossing in het opstellen van een masterplan. “De gemiddelde leeftijd van melkveehouders is 55-plus en lang niet iedereen heeft een opvolger. Als we iets willen doen, moeten we het met zijn allen doen en daar hebben we een masterplan voor nodig. De melkveehouderij kan een transitie doen, maar daar hebben we wel hulp bij nodig, want we kunnen het niet alleen”, zegt Wiegersma.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.