Hoogeveen: belangrijke rol Nederland bij wereldvoedselvraagstuk

Foto: Roel Dijkstra
Hans Hoogeveen had zich nooit echt gerealiseerd hoe hoog de Nederlandse landbouw internationaal staat aangeschreven. Nederland kan volgens hem een belangrijke rol spelen bij de aanpak van het wereldvoedselvraagstuk.“Pas toen ik hier kwam, is me écht duidelijk geworden hoe belangrijk Nederland kan zijn in het vinden van oplossingen voor het wereldvoedselvraagstuk. Het samenspel van het Nederlandse kabinet, de agribusiness en Wageningen is cruciaal als we wereldwijd iets willen neerzetten.” Dat zegt Hans Hoogeveen vanuit Rome. Hij vertrok in 2016 bij het ministerie van Economische Zaken om Nederland te gaan vertegenwoordigen bij de Verenigde Naties. Het oplossen van het wereldvoedselprobleem is zijn drijfveer. “We moeten verder dan mooie rapporten en bijeenkomsten met ministers. We werken er nu aan om innovaties en verbeterde teelttechnieken ook in de praktijk te gebruiken.” Nederland kan met de zeer intensieve en efficiënte veehouderij veel produceren, maar nooit zoveel als de stijgende vraag die nu wereldwijd gaande is.Hoe kan honger het best worden bestreden?“Door te investeren in rurale en landbouwontwikkeling. Je merkt dat er steeds meer wordt gekeken naar samenwerking tussen VN-organisaties en het bedrijfsleven. Een aantal Nederlandse bedrijven loopt hierin voorop. Zo heeft DSM een grote voedselfabriek gebouwd in Rwanda, waarvoor ze met zo’n 20.000 kleine boeren in de omgeving een contract hebben gesloten om voedsel te produceren voor voedselhulppakketten. Dat stimuleert de economische ontwikkeling in die regio.”Profiel: Hans HoogeveenHans Hoogeveen (59) vertrok 2 jaar geleden naar Rome om daar ambassadeur te worden van Nederland bij de 3 VN-organisaties voor voedsel en landbouw in Rome, de wereldvoedselorganisatie FAO, het wereldvoedselprogramma WFP en het internationale fonds voor landbouwontwikkeling IFAD. Hoogeveen is voorzitter van de programmacommissie van de FAO, waarmee hij namens Nederland de agenda van de FAO mede bepaalt, bijvoorbeeld of er meer aandacht is voor plantaardige teelten en de klimaatdoelstellingen. Nederland is een van de 5 grootste donoren in Rome (FAO, WFP en IFAD). Voor IFAD, het fonds voor landbouwontwikkeling dat vooral investeert in coöperaties van boeren in Afrika, is Nederland zelfs de grootste donor met € 83 miljoen voor 4 jaar. Hoogeveen was daarvoor directeur-generaal Agro en Natuurbeheer op het ministerie van Economische Zaken. Nederland heeft een goed imago. Ondertussen zien we ook dat de landbouw hier tegen milieugrenzen aan loopt. Wordt dat vanuit andere landen ook gezien?“Je moet altijd beide kanten van het verhaal vertellen. Ik ben altijd enorm trots op de Nederlandse landbouw, al heb ik ook gezien welke problemen deze intensieve vorm van landbouw met zich mee kan brengen. Maar je ziet ook hoe de Nederlandse landbouw deze problemen heeft kunnen oppakken met innovaties. Daarmee poets ik de problemen niet weg, want we moeten het veel klimaatvriendelijker gaan doen. Maar we laten wel zien dat je met innovaties met minder input meer output kan maken, door beter gebruik te maken van grondstoffen en kringlooplandbouw. Je merkt ook bij de FAO hier dat Nederland daarmee echt iets heeft neergezet. We hebben laten zien dat we bereid zijn om milieuvraagstukken te tackelen en in een aantal gevallen ook terug te moeten gaan met onze productie. ” Ik ben enorm trots op de Nederlandse landbouw, al heb ik ook gezien welke problemen deze intensieve vorm van landbouw met zich mee kan brengen. - Foto: Roel DijkstraU noemt klimaatvriendelijk. Nederland produceert zeer efficiënt. Kan de productie niet beter hier plaatsvinden?“Nederland kan met de zeer intensieve en efficiënte veehouderij veel produceren, maar nooit zoveel als de stijgende vraag die nu wereldwijd gaande is. Je ziet dat in Afrika en Azië het voedselpatroon wijzigt en er meer vlees wordt gegeten. Wat we wel kunnen doen, is de technieken die wij gebruiken klimaatvriendelijker maken en beschikbaar stellen aan boeren in Azië en Afrika. De kennis exporteren alleen is niet genoeg. Je zult ook de ketens daar moeten opbouwen. De agrologistiek moet verbeteren en de markttoegang moet ook geregeld worden. FrieslandCampina heeft dat uitstekend gedaan in Vietnam. Ze zijn daar begonnen met samenwerking met 500 tot 1000 boeren. FrieslandCampina wilde dat de boeren daar ook via een coöperatie eigenaar zouden worden van de fabriek. Dat is gelukt. De boeren daar exporteren nu ook naar de buurlanden. ”In Nederland wordt nu voorzichtig ingezet op verlagen van de consumptie van dierlijke eiwitten. Is dat ook wat Nederland internationaal adviseert?“We kunnen niet zeggen: gij zult geen vlees eten, maar we wijzen wel op een gezonder voedselpatroon. We benadrukken daarbij vooral de rol van de plantaardige sector. We moeten zorgen dat de ketens duurzamer worden. Wereldwijd verspillen we 30% van ons voedsel. In Afrika gaat gemiddeld 70% van de oogst tijdens of direct na de oogst verloren. Er moet geïnvesteerd worden in betere oogsttechnieken en betere opslagmogelijkheden, zoals koelhuizen. Rabobank werkt samen met IFAD, de Wereldbank en de Rockefeller Foundation aan een investeringsfaciliteit, zodat samen met bedrijven geïnvesteerd kan worden om voedselverliezen tegen te gaan. Het verminderen van de verliezen kan al een enorme impact hebben op de mensen die nu in armoede en honger leven. Het beleid is niet alleen gericht op voldoende voedsel, maar ook op beter en gezonder voedsel. Er is niet alleen sprake van ondervoeding, maar er zijn ook 672 miljoen mensen met obesitas.”Ik ben dit jaar in vluchtelingenkampen in Ethiopië geweest. Dat is heel triest om te zien. Maar tegelijkertijd zie je ook de mogelijkheden die er zijn om deze problematiek op te lossenKan de wereldhonger zo teruggedrongen worden?“Dit is de enige manier. We hebben al jaren te kampen met dit voedselvraagstuk. Alleen met overheden en ontwikkelingssamenwerking is het niet teruggedrongen. Je hebt partijen nodig die ervoor kunnen zorgen de productie op een verantwoorde en duurzame manier verhoogt. Het wereldvoedselprogramma kocht eerder veel voedselhulp in Europa in. Door nu lokaal in te kopen, wordt de lokale economie gesteund. Er is nu ook discussie of we lokaal niet 3 of 4% meer moeten betalen dan de afgesproken wereldmarktprijs, omdat hier ook een ontwikkelingsaspect aan zit. Dat is een goed idee. Uiteindelijk moeten we in 2050 10 miljard mensen voeden. In Afrika zal de grootste bevolkingsgroei plaatsvinden en we zullen het voedsel daar moeten produceren, we kunnen de wereld niet vanuit Europa voeden.” De laatste 2 jaar is ondanks de inzet het aantal mensen dat honger heeft wereldwijd gestegen met 44 miljoen naar 821 miljoen.“Dat is meer dan frustrerend. Je schrikt echt als je de cijfers ziet. Ik ben dit jaar in vluchtelingenkampen in Ethiopië geweest. Dat is heel triest om te zien. Maar tegelijkertijd zie je ook de mogelijkheden die er zijn om deze problematiek op te lossen. ” Toegang tot genetische bronnenDe FAO is in onderhandeling met zaadveredelingsbedrijven en ontwikkelingslanden over de beschikbaarheid van genetische bronnen. Veel genetische bronnen komen uit ontwikkelingslanden. Zaadveredelingsbedrijven willen dat deze bronnen beschikbaar blijven voor de zaadveredeling. Ontwikkelingslanden willen dit wel, maar ze vinden dat de voordelen die de zaadbedrijven hiermee realiseren worden gedeeld met de landen. De FAO is bezig om contracten op te stellen om een bepaald percentage van de opbrengst van de genetische bronnen in een landbouwfonds wordt gestort voor projecten in de betrokken landen. Hoogeveen zit de onderhandelingen voor. Hij hoopt in 2019 een akkoord te bereiken.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









