Foto: ANP BoerenlevenOpinie

‘Geen last van de overheid’

De overheid bemoeide zich enorm met de inrichting van de Noordoostpolder. Boeren vonden dat best.

Het binnenrijden van de Noordoostpolder vind ik altijd weer een belevenis, vooral vanwege de geschiedenis. Het is bijna niet te bevatten hoe de inrichting van dit nieuwe land achter een bureau is uitgetekend. Vroeger op school hadden we tijdens aardrijkskunde weleens een les planologie. Je kreeg een groot wit vel papier en de opdracht een stad of dorp te ontwerpen, met alles erop en eraan. Huizen, scholen, sportvelden, bushaltes, fabrieken, boerderijen, campings, bossen en niet te vergeten wegen.

Nieuwe bewoners

Dit soort tekenarij is voor de Noordoostpolder echt gebeurd. En het ging nog veel verder. De boerderijen moesten er allemaal op een bepaalde manier uitzien, met bijbehorende inrichting. Ook over de nieuwe bewoners zelf was nagedacht. Zoveel katholiek, zoveel protestant, zoveel gereformeerd, zoveel van beroep X, zoveel met beroep Y. Boeren mochten zoveel koeien en zoveel varkens houden, en zoveel hectare aardappelen en graan telen …

Landschapselementen

Net toen ik dacht dat je niet nóg meer variabelen kunt hebben, stuitte ik op een oud rapport dat beschreef hoe de beplanting rondom de boerenerven eruit moest zien. De Directie Noordoostpolderwerken had bepaald dat boerderijen heuse landschapselementen waren. Door de juiste beplanting zouden ze als groene eilanden één worden met de omgeving.

Geen willekeur

Staatsbosbeheer werd ingeschakeld om de windsingels aan te planten met inheemse soorten als eiken, esdoorns, populieren en zwarte elzen. Niet willekeurig, nee nee nee. De Noordoostpolder heeft een ietwat ronde vorm. Bedrijven in het midden kregen vooral essen om de deur, wie meer aan de rand zat, kreeg singels van vooral populieren, wilgen en iepen. Voor de wat lagere begroeiing werd vlier gebruikt, haagbeuk, Gelderse roos, hazelaar, meidoorn, lijsterbes, krent, mei- en sleedoorn.

Er werd zelfs nagedacht over de bomenrijen langs de wegen. Die in noord-zuidrichting kregen aan beide zijden bomen, die in oost-westelijke richting kregen alleen bomen aan de zuidkant. Zo vingen gewassen aan de noordkant meer zon.

De polder was hun droom, van de vergaande bemoeienis van de overheid lagen ze niet wakker

De inrichting van de moes- en siertuin ging wel in overleg, maar frivoliteiten zoals kronkelpaden werden ernstig afgeraden. Dat paste niet bij het strakke, rechtlijnige polderlandschap. De boeren vonden het allemaal best. De polder was hun droom, van de vergaande bemoeienis van de overheid lagen ze niet wakker.

Bewoners veranderd

Als ik nu de polder in rijd, is er veel dat nog herinnert aan die vroegere opzet: rechte lijnen, boerderijen omgeven door hoge populieren en sobere, strakke tuinen. Het zijn eigenlijk vooral de bewoners die zijn veranderd. Zij moeten nu niets meer hebben van overheidsbemoeienis. En dat terwijl ze in veel opzichten vrijer zijn dan de pioniers van toen. Het kan verkeren.