Boer hoort aan tafel bij rassenonderzoek

Foto: Bert Jansen
Boerenstem aan tafel rassenonderzoek is toegevoegde waarde, wel zal dan ook voor onafhankelijke financiële middelen moeten worden gezorgd.Het onderzoek voor de Aanbevelende Rassenlijst gebeurt al jaren op onafhankelijke wijze door WUR, voorheen Praktijkonderzoek Plant en Omgeving. De aansturing ligt echter in handen van de gezamenlijke kwekers, verenigd in Plantum en ondergebracht in CSAR, de Commissie Samenstelling Aanbevelende Rassenlijst.Steeds minder meststoffen nodigDe kwekers leveren goed werk af, als je kijkt naar de vooruitgang. Dat is ook hun werk. In de het kweekwerk van snijmais is een gemiddelde vooruitgang van 0,5-1% per jaar in de opbrengst. Ten opzichte van 10 jaar geleden halen de veehouders daardoor gemiddeld zomaar een ton droge stof extra van hun land. Ook in het kweekwerk van gras wordt vooruitgang geboekt. Hoewel de opbrengst van grasland in de praktijk al jaren gemiddeld rond de 11 ton droge stof ligt, zijn de bemestingsnormen ten opzichte van vroeger hard gedaald. Ofwel met minder meststoffen een gelijke opbrengst. Kwaliteit van gras uitdrukken in waardenEen rondgang langs de veredelaars leert dat er voor gras op termijn mogelijk nieuwe eigenschappen waar de veehouder direct iets meer mee kan aan de Rassenlijst toegevoegd worden. Zo wordt er gewerkt aan een waarde die de verschillen in wortelontwikkeling in beeld brengt. Dat duurt echter nog wel een jaar of 10 voor het zover is. Als veehouders meer toegevoegde waarde uit het onderzoek willen hebben, zal de sector daar ook eigen middelen in moeten stoppenDichterbij, maar waarschijnlijk ook pas over een jaar of 5, komt een getal dat de kwaliteit van grasrassen in beeld brengt. Samen met de opbrengst kan dit leiden tot een waarde, uitgedrukt in kVEM/ha, vergelijkbaar met mais.Onafhankelijke financiële middelen nodigHet zou goed zijn als er ook een boerenstem in CSAR aanwezig zou zijn. Dat wordt ook gewenst door de veredelaars, maar dan moeten er ook onafhankelijke financiële middelen aan toegevoegd worden. Nu betalen de kwekers nog alle onderzoek en dan gaan individuele belangen een rol spelen. Waarom zou een kweker geld betalen voor onderzoek naar een waardering van een eigenschap als hij al weet dat zijn rassen daar nou net niet hun sterkste punt hebben? Dat frustreert de ontwikkeling van onderzoek en waardering van nieuwe eigenschappen en daar zou de vertegenwoordiging van de boeren, via LTO en/of NMV, een toegevoegde waarde kunnen zijn.Als veehouders meer toegevoegde waarde uit het onderzoek willen hebben, vertaald in een uitgebreidere Rassenlijst, zal de sector daar ook eigen middelen in moeten stoppen. Misschien dat de ontwikkeling van waarden als kwaliteit van gras dan sneller zou gaan.In verschillende landen om ons heen worden die waarden al gemeld. Dan kan een land als Nederland met relatief veel grasland niet achterblijven.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









