Varkenshouderij

Achtergrond

Werken aan minder arbeid loont

Efficiënt werken zit niet alleen in goede looplijnen. Het verschil zit ’m in de tijd dat mensen níet werken. Het draait om arbeidsbesparende keuzes, protocollen en efficiënte inzet van mensen.

Voldoende en goed personeel krijgen is en blijft een probleem in de agrarische sector en niet minder in de varkenshouderij. Aan het aanbod van personeel kan een ondernemer niets veranderen. Wel heeft hij grip op de arbeidsbehoefte.

Om het arbeidsvraagstuk goed in te vullen kan een varkenshouder twee dingen doen:

  1. zorgen voor minder arbeidsvraag vanuit het bedrijf, en
  2. investeren in goed en kundig personeel met een hoge arbeidsproductiviteit.

Wat dat eerste betreft laten onderzoeken, waaronder dat van Wageningen Livestock Research, grote verschillen in arbeidsvraag per zeug zien. Verscheidene zaken maken daarbij het verschil. Een hoge arbeidsproductiviteit hangt samen met een creëren van een goede werksituatie voor de medewerkers. Verderop in dit artikel meer over beide typen maatregelen.

Lees verder onder de foto.

De keuze voor het type genetica kan invloed hebben op de arbeidsbehoefte van een zeugenbedrijf. Met name de hoeveelheid zorg in de kraamstal is een belangrijke factor. - Foto: Henk Riswick
De keuze voor het type genetica kan invloed hebben op de arbeidsbehoefte van een zeugenbedrijf. Met name de hoeveelheid zorg in de kraamstal is een belangrijke factor. - Foto: Henk Riswick

Arbeidsbesparende keuzes lonen:

  • Arbeidsbestendig bedrijf is veel minder kwetsbaar
  • Lage arbeidsvraag door gerichte bedrijfsvoering- en opzet
  • Kwaliteiten ondernemer en personeel bepalend

Maatregelen rond genetica, voersystemen of slimmer werken

Maatregelen om arbeid te besparen kunnen operationeel zijn; dan heb je het dus over werkzaamheden beter of slimmer uitvoeren. Meer voor de lange termijn zijn keuzes rond onder meer genetica of voersystemen.

Bedrijfsopzet en hogere gezondheidsstatus

Nog ingrijpender zijn wijzigingen in de bedrijfsopzet. Denk aan stoppen met eigen aanfok, uitbreiden in vleesvarkens in plaats van zeugen of het afstoten van een locatie op afstand en op eigen bedrijf bijbouwen. Het verhogen van de gezondheidsstatus – gezonde dieren vragen minder werk – kan operationele en structurele aanpassingen vragen.

Kwaliteiten van ondernemer zelf zeer bepalend

Een moeilijk meetbaar maar zeer bepalend aspect in hoeverre keuzes goed uitpakken, zijn de kwaliteiten van de ondernemer zelf. Denk daarbij aan zijn of haar:

  • managementniveau,
  • organisatietalent en
  • vakmanschap.

Daarnaast zijn van grote invloed op het uiteindelijke resultaat:

  • de kwaliteiten van de medewerkers en
  • de mate waarin de varkenshouder deze mensen kan aansturen en motiveren.

Rendement bepalend

Dat varkenshouders keuzes maken ten behoeve van minder arbeid, is altijd positief, vindt Antoon Sanders, ondernemerscoach bij ZLTO. In de praktijk ziet hij echter dat rendement altijd bepalend is bij vraagstukken rond bijvoorbeeld genetica, voersystemen en grote ontwikkelingen als een andere bedrijfsopzet. “Daar komt bij dat het op bedrijfsniveau vaak lastig is om het werkelijke effect op de arbeidsvraag in beeld te brengen.”

Dat neemt niet weg dat Sanders, gezien de grote verschillen in de praktijk, volop mogelijkheden ziet tot arbeidsbesparing. Op basis van analyses van 25 bedrijven en praktijkervaring concludeert hij dat de meeste winst niet zit in het efficiënter uitvoeren van de werkzaamheden. Het gaat juist om de tijd ertussen. “Het verschil wordt gemaakt door de tijd dat mensen niet werken.” Dat zit met name vast op de organisatie van de arbeid zoals aan- en aflooptijden.

Voor de wat langere termijn verwacht hij meer mogelijkheden tot arbeidsbesparing dankzij slimme controlesystemen. “We gaan naar digitale controle van standaardprocessen.” Dat bespaart arbeid en levert extra informatie op die de processen efficiënter maken.

Effect aantal dieren

Grote bedrijven met personeel hebben per definitie een andere arbeidsinvulling en -organisatie dan kleine. Uit onderzoek van Wageningen blijkt dat tot zo’n 500, 600 zeugen de arbeidsinzet per zeug daalt. Maar bij grotere aantallen vindt steeds afvlakking plaats en maakt het aantal dieren nauwelijks nog uit.

Remco Janssen, adviseur varkenshouderij bij Abab Accountants en Adviseurs, nuanceert het beeld van het effect van aantal dieren. “Het is niet de omvang zelf die bepalend is maar de onderliggende factoren.” Hij noemt onder andere genetica, type voerinstallatie, aflevergewicht van de biggen, werken met protocollen en type arbeid (flexibel of vast). Grote bedrijven kunnen deze factoren gemiddeld gunstiger invullen en zien dat terug in de arbeidsinzet per zeug. Maar ook op grote bedrijven zijn de verschillen groot.

Een belangrijk misverstand wil Janssen uit de wereld halen: looplijnen hebben niet de grootste invloed op de benodigde arbeid per zeug. “Goede looplijnen helpt uiteraard wel. Maar we zien bedrijven met een ongunstige stalindeling en toch een zeer lage arbeidsinzet. De manier van werken is veel belangrijker, zoals met goede protocollen.”

Met name vaste patronen die dagelijks of wekelijks terugkomen, zorgen voor duidelijkheid in werkwijze richting personeel. Janssen: “Dat is van essentieel belang.”

Lees verder onder de foto.

Varkensbedrijven boeken arbeidswinst door slim en efficiënt te werken. Niet alleen bij de handelingen, maar ook de tijd tussen twee processen in maakt verschil in arbeidsbehoefte per zeug. - Foto: Anne van der Woude
Varkensbedrijven boeken arbeidswinst door slim en efficiënt te werken. Niet alleen bij de handelingen, maar ook de tijd tussen twee processen in maakt verschil in arbeidsbehoefte per zeug. - Foto: Anne van der Woude

Efficiëntie inzichtelijk

Ook Janssen vindt het belangrijk om de arbeidsinzet in relatie te zien tot het rendement. Een extra uur moet geld opleveren, maar ook een besparing op arbeid mag niet ten koste gaan van het saldo. Tenzij het een bewuste keuze is natuurlijk. Abab heeft daarvoor een tool waarmee bedrijven inzichtelijk kunnen maken hoe ze qua arbeidskengetallen in relatie tot rendement scoren.

De arbeidsefficiëntie kan ook worden uitgedrukt in waarden rekening houdend met specifieke factoren die meer of juist minder arbeid vragen; de Bedrijfsspecifieke Maatstaven (BSM). Dat maakt inzichtelijk hoe efficiënt de beschikbare arbeid wordt ingezet, rekening houdend met de bedrijfsopzet. De factoren zijn afkomstig uit eigen Abab-onderzoek.

Een belangrijk kengetal noemt Janssen de arbeidskosten per € 1.000 opbrengst aan biggen. Die maakt namelijk inzichtelijk of extra arbeid rendeert. Andersom kunnen varkenshouders bekijken in hoeverre arbeidsbesparende keuzes niet ten koste gaan van het rendement.

Minder arbeid nodig door:

Arbeidsorganisatie Flexibele arbeid naast een deel vaste arbeid is efficiënter dan alleen vaste arbeid. Is meer gericht op de werkzaamheden en minder verloren tijd. Protocollen en optimaliseren van werkzaamheden.
Techniek Automatisering en mechanisering nemen een stuk arbeidsbehoefte weg. Denk ook aan beweegbare kraamroosters of een spuitrobot. Slimme controlesystemen en toepassingen met big data.
Genetica Piétrain staat bekend om wat minder vitale biggen; Deense genetica om het aantal levend geboren biggen. Beide stellen hoge eisen aan de hoeveelheid en kwaliteit van de zorg.
Voersysteem Droogvoer vraagt minder arbeid dan brijvoer met bijproducten. Dat zit in extra werk rondom inkoop en controle, reinigen en technische werkzaamheden.
Bedrijfsopzet Aankoop van gelten kost minder arbeid dan eigen aanfok, net als een lager aflevergewicht van biggen. Een meerwekensysteem maakt arbeid beter planbaar, vooral met inzet van flexibele arbeid. Investeren in hoge gezondheid. Optimaliseren van locaties.

Meer uit personeel halen door:

Samenstelling team Een succesvol team creëren, bestaande uit mensen met verschillende persoonskenmerken. Daarvoor is een kleurenmodel beschikbaar met daarin de vakman, manager, vernieuwer en strateeg. Het is belangrijk inzicht in de eigen kenmerken en kwaliteiten te hebben.
Mens- en taakgericht Als leidinggevende een goede balans hebben tussen mens- en taakgerichtheid. Dit moet gebeuren voor elk individueel personeelslid. De ene mens heeft namelijk meer coaching nodig, terwijl de andere veel meer ondersteund of gestuurd moet worden.
Kennisontwikkeling Investeren in eigen kennis en vaardigheden rondom personeelsbeleid. Daartoe is een opleiding te volgen en/of een arbeidsdeskundige worden ingeschakeld. Mogelijkheden voor het personeel om opleidingen te volgen.
Betrokkenheid Personeel betrekken bij overleg met de dierenarts en de bedrijfsvoorlichter. Dit geeft meer binding met het bedrijf. Bovendien moet het personeel ook werken op basis van de advisering van deze mensen.

Zelfde omvang, toch 1,4 big per uur meer – rekenvoorbeeld

Wat een verschil in keuzes op de arbeidsvraag maakt, blijkt uit een rekenvoorbeeld op basis van twee praktijkvoorbeelden met gelijke omvang. Bedrijf A produceert Piétrain-biggen voor de Duitse markt met een gemiddeld aflevergewicht van 27 kilo. Het bedrijf heeft een brijvoerinstallatie en maakt volledig gebruik van vaste arbeidskrachten die samen 110 uur in de week werken.
Bedrijf B produceert Tempobiggen voor de Nederlandse markt. Het gemiddelde gewicht is 23 kilo. Het bedrijf heeft een droogvoerinstallatie en maakt gebruik van vaste en flexibele arbeidskrachten. Deze werken wekelijks 66 uur.
Bedrijf A heeft 278 zeugen per fte; op bedrijf B zijn dat er 375. Het aantal afgeleverde biggen per uur is respectievelijk 4,1 en 5,5. Bedrijf A realiseert wel een beduidend hogere opbrengstprijs maar krijgt daarmee de arbeidskosten per afgeleverde big en de arbeidskosten per € 1.000 biggen niet goedgemaakt.
Om rekening te houden met de specifieke factoren die op een bedrijf spelen, heeft Abab de Bedrijfsspecifieke Maatstaf (BSM) ontwikkeld. Zodoende is inzichtelijk hoe het bedrijf scoort ten opzichte van wat zou mogen worden verwacht op basis van de bedrijfskenmerken.
Bedrijf A werkt ten opzichte van de BSM nagenoeg even efficiënt; ook qua arbeidskosten per afgeleverde big en arbeidskosten per € 1.000 opbrengst aan biggen. Het bedrijf werkt dus zo efficiënt als mogelijk is. Bedrijf B produceert in vergelijking met de BSM echter nog efficiënter, waardoor de arbeidskosten nog lager zijn dan op basis van de bedrijfsgegevens zou mogen worden verwacht.

Of registreer je om te kunnen reageren.