Varkenshouderij

Achtergrond

Plus op welzijn blijft uitdaging voor boer

Welzijn is een onderwerp met botsende belangen. Organisaties vinden dat het beter en sneller moet, de sector wil wel maar vraagt tijd en geld.

In de varkenshouderij is de afgelopen decennia veel veranderd voor het welzijn van de dieren. Dat gebeurde als gevolg van aangescherpte wetgeving en eisen uit de markt. Zaken als groepshuisvesting, niet castreren en afleidingsmateriaal waren 20 jaar geleden grotendeels onbekend, maar zijn nu heel gewoon. En er zijn genoeg fraaie voorbeelden, zoals dit bedrijf.

De huidige situatie is zeker geen eindstation. Er zal de komende jaren druk blijven om het welzijn verder te verbeteren. De focus voor welzijnsverbetering ligt vooral op varkensbedrijven, maar ook op transport en slachterij. Onderwerpen die de komende jaren op bedrijfsniveau spelen, zijn: behoud van staarten, minder uitval van biggen, de zeug los in het kraamhok, beter afleidingsmateriaal en een gezonder stalklimaat.

Het is geen verrassing dat de belangen rond snelheid en mate van welzijnsverbetering verschillen. Dierenorganisaties willen zo veel mogelijk gedaan krijgen in zo min mogelijk tijd. Met druk vanuit de overheid. De sector daarentegen wil dat aanpassingen passen in het investeringsritme en uit de markt worden betaald.

Welzijn blijft een belangrijk issue in de varkenshouderij. De mate waarin varkens natuurlijk gedrag kunnen uitoefenen, is een maatstaf daarvoor.
Welzijn blijft een belangrijk issue in de varkenshouderij. De mate waarin varkens natuurlijk gedrag kunnen uitoefenen, is een maatstaf daarvoor.

Toenemende bewustwording bij varkenshouders

Ondanks de verschillen ziet Herman Vermeer, welzijnsonderzoeker bij Wageningen University & Research, een toenemende bewustwording bij varkenshouders. Dat geldt vooral voor de thema’s gezondheid en luchtkwaliteit. “Dat is terecht, want ze zijn zijn de basis voor dieren om zich goed te laten voelen. Op beide vlakken is nog veel te verbeteren.”

‘Qua gezondheid en luchtkwaliteit is veel te verbeteren’

Fundamenteler voor de verschillen hoe mensen en partijen tegen dit onderwerp aankijken, is ieders perceptie van de relatie tussen mens en dier. In het ene uiterste worden menselijke gevoelens en behoeften op het dier geprojecteerd. Dan bestaat de vraag waar de mens überhaupt het recht vandaan haalt om dieren te houden. Het andere uiterste is dat dieren geen rechten en gevoelens hebben en de mens er (daarom) alles mee mag doen. Het lastige is dat er niet ‘één waarheid’ is en wetenschap, filosofie en ethiek geen uitsluitsel geven. Meer bruikbaar is daarom deze vraag: in hoeverre vertonen varkens natuurlijk gedrag en wat zijn de gevolgen voor het welbehagen als dat niet het geval is?

Basisbehoeftes varkens zijn niet veranderd

Varkens in de veehouderij hebben in de basis dezelfde behoeftes als van oorsprong of in het wild. Dat zijn: rusten, verzadiging, excretie, zelfverzorging, exploratie, sociaal gedrag, thermoregulatie, veiligheid, gezondheid, beweging, seksueel gedrag, nestbouwgedrag en maternaal gedrag. Discussie is er over de vraag in hoeverre een individueel dier zich bewust is van een afwijking. En zo ja, wat dat betekent voor het welbevinden. Het kan uitmonden in stereotiep gedrag en stress.

Meer praktisch zijn de zogenoemde ‘vijf vrijheden’, aangegeven door de Commissie Brambell. Die vrijheden zijn: vrij van honger, dorst of onjuiste voeding, vrij van thermaal en fysiek ongerief, vrij van pijn, verwonding en ziekte, vrij van angst en chronische stress en vrij om soorteigen gedrag te uiten. De overheid hanteert over het algemeen het uitgangspunt dat het ontbreken van ‘onwelzijn’ de aanwezigheid van welzijn betekent. Volgens welzijnsorganisaties worden vooral ‘vrij van angst en stress’ en ‘uiten van soorteigen gedrag’ met voeten getreden.

Proactieve houding belangrijk

Voor de sector is welzijn een complex onderwerp. Enerzijds wordt de hete adem van politiek en maatschappij gevoeld en zijn publieke aanvallen moeilijk te pareren. Meer dan vroeger praat de maatschappij mee. De discussie rond uitval bij biggen in de kraamstal is een voorbeeld. Anderzijds zit niemand te wachten op kostprijsverhogende maatregelen. Zeker niet als er nog onzekerheden en risico’s zijn. Een deel van de varkenshouders kijkt bovendien argwanend naar innovaties. Want als iets kan, is het binnen no-time verplicht voor iedereen.

‘Het is goed om overheid en welzijnsorganisaties voor te zijn. Zodat het niet als wetgeving op je afkomt.’

Mark Vossen, POV-bestuurder met dierwelzijn in zijn portefeuille, vindt dat de sector in het algemeen een proactieve houding moet hebben. “Het is goed om de overheid en welzijnsorganisaties voor te zijn zodat het niet als wetgeving op je afkomt. Dalfsen – intentieverklaring over stoppen met couperen, red. – is daarvan een goed voorbeeld.” Vossen benadrukt wel het belang om welzijnsinvesteringen vanuit de markt terug te laten verdienen. Overigens verwacht de POV‘er dat in een tijdspanne van 5 tot 15 jaar veel staarten eraan blijven. “Maar 100% gaat niet lukken.”

Top 5-issues Dierenbescherming 

  1. Verlagen ziektedruk
  2. Beter stalklimaat
  3. Minder ingrepen
  4. Betere kraamfase
  5. Korter transport

Bert van den Berg, programmamanager veehouderij, maakt onderscheid in maatregelen voor de korte en lange termijn. De eerste categorie bestaat onder meer uit verbetering van biosecurity, robuuste rassen, minder ammoniak in de stal en betere kraamzorg. Voor de langere termijn moet couperen uitfaseerd worden, wordt een losloopkraamhok verplicht en gaat transport van levend vee niet verder dan naar omringende landen. “Deze onderwerpen zijn in willekeurige volgorde, want ze zijn allemaal belangrijk.” De Dierenbescherming speelt een actieve rol omdat maatregelen al onderdeel zijn van Beter Leven. Of ze worden dat bij renovatie of nieuwbouw.

‘De sector als geheel is nog erg hapsnap bezig’

Van den Berg zegt dat individuele en groepen varkenshouders goed bezig zijn. “Maar de sector als geheel is nog erg ‘hapsnap’ bezig en laat zich vooral leiden door wat van buiten wordt opgelegd of dreigt. Alle betrokken partijen zouden een agenda duurzame varkenshouderij moeten maken. Met concrete afspraken over de te zetten stappen.”

Uitval van biggen lastig onderwerp

Eén van de lastigste onderwerpen is uitval van biggen, stelt Vossen. Hij ziet een gedeeld belang, maar er is ook een onverenigbare visie op productieverhoging. Voor welzijnsorganisaties zijn minder grote koppels een voorwaarde om uitval te verlagen en meer gezonde biggen te krijgen. Voor de sector is dat niet of veel minder relevant. Die zoekt het in genetische en technische oplossingen en het verbeteren van management. Bijvoorbeeld door het delen van kennis en ervaring. Zo zijn recent projectgroepen opgestart. Voor de sector ziet Vossen dat als de beste route om te voorkomen dat het een politieke discussie wordt.

Er komt steeds meer praktijkervaring met zeugen los in het kraamhok. Zowel in binnen- als buitenland. De sector wil het vanuit de markt stimuleren.
Er komt steeds meer praktijkervaring met zeugen los in het kraamhok. Zowel in binnen- als buitenland. De sector wil het vanuit de markt stimuleren.

Laag op de prioriteitenlijst van de POV staan de onderwerpen vrijloopkraamhok en castratie. Dat laatste is, ondanks horten en stoten, een gelopen race. De zeug los in het kraamhok is een dossier dat de markt kan oppakken en waar de politiek afzijdig moet blijven. De praktijk doet inmiddels ervaring op, vooral via Pro Dromi. Vossen: “Daarbij speelt mee dat zeugenhouders qua management al veel voor de kiezen hebben gehad. Denk aan de vierdageneis.”

Top 5-issues Wakker Dier

  1. Betere luchtkwaliteit
  2. Beter afleidingsmateriaal
  3. Einde kraamhokken
  4. Stoppen couperen
  5. Worpgrootte en sterfte

Anne Hilhorst, manager campagneteam: “Wij kijken fundamenteel anders aan tegen welzijn. We benaderen het vanuit het dier, de varkenshouderij vanuit het systeem. Basisbehoeftes worden grof geschonden. Zoals de band tussen een zeug en haar biggen door het mengen van koppels. Varkens zijn intelligente dieren met behoeftes zoals kauwen en wroeten. Dat zien we nog nauwelijks terug bij afleidingsmateriaal. De sector maskeert slechte omstandigheden met ingrepen. Als jij varkens niet kan houden zonder ingrepen en je buurman wel ben je niet geschikt als boer.”

‘Varkenshouders moeten meer geld krijgen om welzijnsinvesteringen terug te verdienen’

Het liefst ziet Wakker Dier een heel ander systeem, maar dat is op korte termijn niet haalbaar. “Ook binnen het huidige systeem is al veel verbetering mogelijk. Het slechte stalklimaat is een groot probleem en is verergerd door luchtwassers. Varkenshouders moeten meer geld krijgen om investeringen in welzijn terug te verdienen. Zeker niet alleen de varkenshouder heeft daarin een verantwoordelijkheid.”

‘Biggensterfte blijvend zorgpunt’

Ook welzijnsonderzoeker Vermeer van Wageningen UR benadrukt het belang van het verlagen van biggensterfte. Of eigenlijk sterfte in het algemeen. Inclusief een acceptabele manier van euthanasie. “Het is een blijvend zorgpunt”, zegt Vermeer. “Het heeft met welzijn te maken en met economie, maar het roept ook sterke emoties op bij burgers. Het onderwerp ligt heel gevoelig.” Hij wijst daarbij ook op de manier van communiceren. “Een buitenstaander snapt niks van een discussie over 10 of 15% uitval in de kraamstal. De sector moet laten zien er serieus werk van te maken.”

‘Afleidingsmateriaal moet langdurig interessant zijn voor varkens.’

Vermeer vindt het belangrijk dat varkens zoveel mogelijk natuurlijk gedrag kunnen laten zien. Dat komt onder meer terug in het onderwerp afleidingsmateriaal. Dat staat op de Europese en Nederlandse politieke agenda en zal daar naar verwachting op blijven staan. Het afleidingsmateriaal moet kauwbaar, eetbaar, manipuleerbaar en onderzoekbaar en daarmee langdurig interessant zijn. Dit kan ook met combinaties van materialen.

Om meerdere redenen (arbeid, kosten, praktisch bruikbaar) gaat de ontwikkeling langzaam. “Maar de sector blijft zoeken naar betere toepassingen. Ook omdat het een raakvlak heeft met de staartendiscussie”, aldus Vermeer. Hij zegt dat het belangrijk is om al bij jonge biggen te beginnen en niet zuinig te zijn met hokverrijking. “De huidige eisen zijn het minimum voor de werkelijke behoeftes van varkens.”

  1. Tegengaan verveling
  2. Stoppen couperen
  3. Verlagen biggensterfte
  4. Verbod CO2-verdoving
  5. Einde kraamhokken

Dierenarts Frederieke Schouten: “Het tegengaan van verveling is een heel belangrijk punt. Varkens in stallen hebben dezelfde behoeftes als varkens in de natuur. Het huidige afleidingsmateriaal voldoet daar niet aan. Het wordt voorgesteld als speelgoed – iets extra’s – terwijl het nauwelijks iets wezenlijks bijdraagt.”

Schouten benadrukt het verband met couperen. “Het kunnen behouden van staarten is voor ons het bewijs dat de basisvoorwaarden goed zijn. Maar varkenshouders kunnen dit niet in hun eentje veranderen. Daarvoor zijn politieke en/of marktpartijen nodig. We geloven in een einddatum voor welzijnsonderwerpen. Het geeft de nodige druk om echte veranderingen te krijgen.”

Een aspect waar varkenshouders weinig aan kunnen doen is CO2-verdoving. “De varkens hebben pijn en angst voordat ze bewusteloos zijn. Bij de aantallen in de slachterij is het misschien wel efficiënt, maar voor de varkens is het vreselijk. Kijk maar eens naar de filmpjes op onze website.”

Voeding dragende zeugen onderbelicht

Een sterk onderbelicht onderwerp is volgens Vermeer de voeding van dragende zeugen – en meer specifiek: het onverzadigde gevoel. Er worden al 20 jaar eisen gesteld aan structuur in het voer (OOS en ruwe celstof), maar dat is onvoldoende om honger en onbehagen tegen te gaan. Met stress en stereotiep gedragen bij zeugen tot gevolg. Vermeer: “Met de komst van groepshuisvesting is dat verminderd, maar niet verdwenen. Het kan juist een sleutel zijn om de resultaten in groepshuisvesting te verbeteren. Dit zou de komende jaren meer aandacht moeten krijgen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.