Varkenshouderij

Achtergrond

Markt slachtzeugen ontbeert dynamiek

Hetzij levend of geslacht eindigen de meeste afgedankte zeugen in Duitsland. De beperkte afzetmogelijkheden komt de prijsvorming niet ten goede.

Duitsland is uitgegroeid tot dé afnemer en verwerker van slachtzeugen. En het is marktleider Tönnies Fleisch die het voortouw neemt in deze ontwikkeling. Aantallen zeugen weigert het bedrijf om commerciële redenen te noemen. Niettemin verklaarde Tönnies eerder al tegenover Boerderij dat het ’een substantieel deel van de Europese zeugen verwerkt.’

4.000 zeugen in Rheda-Wiedenbrück

Dat begint met het slachten van zeugen in Rheda-Wiedenbrück. Daar krijgt het bedrijf wekelijks zo’n 4.000 zeugen aan de haak, zie grafiek hieronder. Daarnaast laat het bedrijf zeugen slachten in het Duitse Garrel, bij BMR en bij Tümmel in Schöppingen. De karkassen gaan voor verwerking vervolgens allemaal naar de hoofdlocatie van Tönnies, in Rheda-Wiedenbrück.

De diverse slachterijen krijgen wekelijks flinke aantallen zeugen aan de haak. Twee van deze bedrijven slachten voor Tönnies.

Import karkassen

De derde weg die Tönnies bewandelt om aan zeugenvlees te komen is import van karkassen. Spanje is een belangrijk herkomstland van zeugenkarkassen voor Tönnies. Het bedrijf slacht zelf in Spanje de zeugen en vervoert de karkassen vervolgens naar Duitsland.

Tönnies Fleisch niet de enige

Ondanks dat Tönnies Fleisch een grote rol speelt op de markt voor slachtzeugen is het niet het enige Duitse bedrijf dat aast op zeugen. Andere belangrijke Duitse spelers op deze markt zijn Uhlen, Westphal en Westfleisch. In de grafiek staat weergegeven hoeveel zeugen zij wekelijks verwerken. Westfleisch moest afgelopen jaar marktaandeel inleveren. Mede door de krimpende zeugenstapel in Duitsland kreeg de coöperatie in Münsterland 6% minder zeugen aan de haak dan in 2016, verklaart inkoopdirecteur Heribert Qualbrink.

Nieuwe speler

De Duitse dominantie op de slachtzeugenmarkt komt de prijsvorming niet ten goede. In zoverre is het positief nieuws voor Nederlandse zeugenhouders dat slachterij Westfort vergevorderde plannen heeft om in Gorinchem (Z.-H.) zeugen te gaan slachten. Het bedrijf heeft viermaal een serie proefslachtingen gedaan. Technisch is Westfort vrijwel klaar om op grotere schaal zeugen te gaan slachten. Dat dit nog niet gebeurt, heeft een economische reden. De aanvoer van de zeugen en afzet van het vlees moet geregeld zijn. Dan volgt een calculatie.
Artikel gaat verder onder de foto.

Het laden van slachtzeugen. De dieren gaan doorgaans via een verzamelplaats naar een Duitse slachterij. - Foto: Jan Willem Schouten
Het laden van slachtzeugen. De dieren gaan doorgaans via een verzamelplaats naar een Duitse slachterij. - Foto: Jan Willem Schouten

Voorbereidingen aan de gang

Westfort wil een plan maken en bepalen hoeveel zeugen het wekelijks gaat slachten, op welke dagen, hoeveel mensen daarvoor nodig zijn, enzovoorts. Inkoper Jaap de Wit laat weten dat de voorbereiding in dit stadium zit. Hij benadrukt dat Westfort zeker zeugen wil slachten. De slachterij in Gorinchem is niet voor niks een jaar in de benen gehouden, is de uitleg. Dat kost immers geld.

Zeugenaanbod 400.000 per jaar

Het Nederlandse zeugenaanbod zal rond de 400.000 per jaar liggen. De enige slachterij in Nederland die nog op grote schaal zeugen slacht is Vion in Groenlo (Gld.). Het bedrijf wil geen aantallen noemen. Volgens cijfers van RVO.nl zijn in Nederland afgelopen jaar 141.645 zeugen geslacht, een fractie minder dan in 2016. Het gros ervan wordt in Groenlo geslacht, omdat er nauwelijks alternatieven zijn. Vion is weliswaar niet de enige, vleesverwerker Kosse in Ommen (Ov.) bijvoorbeeld slacht ook zeugen, maar dat gaat om geringe aantallen. Enkele dieren per week, laat het bedrijf weten.

De zeugen eindigen in het land waar ze het meeste geld opbrengen: Duitsland

Vion levert karkassen aan Tönnies

De zeugenkarkassen van Vion gaan volgens een zeer wel ingelichte bron allemaal naar Rheda-Wiedenbrück, naar Tönnies dus. Vion weerlegt dit niet. Duitsland is groot in vleeswaren en in het bijzonder in het maken van worst. Juist voor deze producten leent het zeugenvlees zich uitstekend. Het ligt daarom voor de hand dat de zeugen eindigen in het land waar ze het meeste geld opbrengen: Duitsland.

Compaxo verwerkt geen zeugen

Navraag leert dat vleesverwerker Compaxo geen zeugen verwerkt. Hun slachterij is daarvoor simpelweg niet ingericht. Van Rooi meat laat zeugen slachten in Duitsland, verklaart directeur Addy van Rooi. Op zijn verzamelplaats in Lieshout (N.-Br.) ontvangt het bedrijf wekelijks zo’n 1.000 zeugen. Daar zijn 3 bestemmingen voor. Een deel daarvan eindigt op de slachterij van Vion in Groenlo. Een ander deel wordt verkocht aan een Duitse zeugenslachter en het laatste deel laat Van Rooi in Duitsland slachten en wordt vervolgens verwerkt op de eigen locatie in Someren (N.-Br.). Van Rooi heeft net als Vion een eigen notering voor slachtzeugen.

De Denen slachten meer zeugen zelf

Eenrichtingsverkeer

Duitsland werkt als een magneet op slachtzeugen, blijkt ook uit de cijfers. Volgens gegevens van het Statistisches Bundesamt voert het land gemiddeld 7.300 zeugen per maand in, berekend over de periode januari 2016 tot november 2017. Het merendeel is afkomstig uit Nederland. Het gaat daarbij om maandelijks 5.118 zeugen. De tweede leverancier van levende zeugen aan Duitsland is Denemarken. De aanvoer van slachtzeugen uit dit land vertoont echter een dalende lijn. De Denen slachten meer zeugen zelf en brengen de karkassen vervolgens naar Duitsland, legt marktdeskundige Matthias Quaing van de Duitse varkensvakbond ISN uit.

België

Hetzij levend, hetzij geslacht, vrijwel alle zeugen uit omringende landen belanden uiteindelijk bij een Duitse vleesverwerker. Zo’n 10 jaar geleden was België nog een alternatief om slachtzeugen naar toe te doen. Dat is voorbij. Een paar vleesbedrijven in Duitsland gaan met het zeugenvlees aan de haal met als gevolg dat concurrentie nihil is. Daar klagen handelaren over. Eén van hen is Jan van den Eijnden in Deurne. Hij verzamelt wekelijks zo’n 500 slachtzeugen en verkoopt ze aan de slachterijen Uhlen en Westphal. Van den Eijnden merkt dat er best vraag is naar de zeugen. Hij ervaart echter dat de markt maar klein is en na lang aandringen de ene slachterij een keer 2 cent meer biedt dan zijn concurrent. Veel handel zit er dus niet in.

In september/oktober keldert de prijs nogmaals, tot grote ergernis van vakbond ISN.

ISN ontevreden over prijsvorming

Dat steekt ook de Duitse varkensvakbond ISN. Zij vindt dat de slachtzeugenmarkt niet goed functioneert. De ISN is met name ontevreden over de prijsvorming, waarbij de slachterijen min-of-meer hun eigen gang gaan. In tegenstelling tot de slachtvarkens heeft de Vereinigungspreis voor zeugen van de Duitse koepel van producentenverenigingen amper invloed op de hoogte van de zeugenprijs. Dat erkennen de producenten zelf ook, zo blijkt uit een artikel van eind december in het Wochenblatt Westfalen-Lippe.

‘Sauerei beim Sauenpreis’

Begin oktober sprak de ISN haar ongenoegen uit over de totstandkoming van de wekelijkse zeugennoteringen. ‘Sauerei beim Sauenpreis’, luidde de titel van het stuk. De tekst begint hiermee dat reeds voor de Vereinigungspreis voor slachtzeugen bekend is gemaakt, Tönnies zijn notering al met 8 cent per kilo per kilo had verlaagd. De toon was daarmee gezet en prompt deden concurrenten Westfleisch en Uhlen hetzelfde. Een prijsdaling die volgens de ISN niet in lijn met de markt was. Dit is niet de eerste keer dat op deze wijze de zeugenprijs omlaag wordt gedrukt, stelt de ISN.

Duitsland blijft afnemer nummer 1

In hoeverre een nieuwe slachter van zeugen weer schwung in de markt brengt, valt te bezien. Ook Westfort erkent dat de kans aanzienlijk is dat de zeugen die het gaat slachten straks als helften naar Duitsland gaan. Alleen daar is op grote schaal vraag naar het zeugenvlees.

Of registreer je om te kunnen reageren.