Rundveehouderij

Nieuws

Snijmais in optimaal traject geoogst

Het gemiddelde drogestofpercentage van de snijmaiskuilen ligt op 36,5%. Daarmee zijn veehouders erin geslaagd om de snijmais op het optimale moment te oogsten. Dat blijkt uit cijfers van maiskuilanalyses uitgevoerd door Eurofins Agro in Wageningen.

Voor veel rantsoenen op melkveebedrijven ligt het optimale drogestofgehalte van snijmaiskuilen op 36%. Daar zitten de veehouders dus gemiddeld maar een half procentje boven. De gemiddelde voederwaarde komt uit op 982 VEM per kilo droge stof. Dat is maar een fractie lager dan vorig jaar. Toen werd er ruim 2% droger geoogst en bevatte de mais met 388 gram zetmeel per kilo droge stof ook 10 gram meer dan de snijmaiskuilen van dit jaar.

Van alle kuilen komt iets meer dan de helft (55%) in het traject tussen 360 en 400 gram zetmeel per kilo droge stof. De bestendigheid van het zetmeel ligt dit jaar op 26% en de totale hoeveelheid bestendig zetmeel is daarmee 99 gram per kilo droge stof. Naarmate de inkuilduur vordert, daalt de bestendigheid van het zetmeel tot rondom 20%, of nog iets lager.

Kleine verschillen in verteringscoëfficiënt

Verder zijn er kleine verschillen te zien in de verteringscoëfficiënt die dit jaar met 76,1% precies 1% lager uitpakt dan vorig jaar. Het ruw eiwitgehalte is ook een fractie lager, maar in DVE- en OEB-waarden is dat nauwelijks terug te vinden. Ook variëren de cijfers op gebied van ruw as (maat voor vervuiling met grond) per jaar nauwelijks en ze liggen op een laag niveau, ten teken dat er schoon wordt ingekuild.

Opmerkelijk is wel het verschil in fosforgehalte van de snijmais. Dit jaar bevat de mais gemiddeld 1,8 gram P per kilo droge stof tegen 2,1 vorig jaar.

Of registreer je om te kunnen reageren.