Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Maximale bioveiligheid op Maine Anjou-bedrijf

Op het bedrijf van vleesveehouder Jean-Paul van Kerckvoorde wordt qua bioveiligheid en gezondheid niets aan het toeval overgelaten.

Lopend buiten en binnen de stallen van Jean-Paul van Kerckvoorde (65) in het Belgische Lovendegem is snel duidelijk waarom het bedrijf is genomineerd voor de DGZ Bioveilighid Award in de categorie vleesvee. Van de ontvangstruimte en kantine tot de stallen en behandelruimte ademt alles de sfeer van een proefbedrijf uit in plaats van een vleesveebedrijf. Ook de werkwijzen zijn strikt en deels vastgelegd in protocollen; een belangrijke reden om de felbegeerde nominatie te verkrijgen.

Maximale bioveiligheid op Maine Anjou-bedrijf

Complete rust in de stal

Opvallend is de complete rust in de stal. De roodbruine Maine Anjou-dieren liggen in een dikke laag stro en zijn zichtbaar gezond en vitaal. “We wilden destijds een rustig ras dat veel ruwvoer kan opnemen en gemakkelijker kan afkalven dan de Belgisch Witblauwe”, vertelt de vleesveehouder. Zo is bij de Maine Anjou uit Frankrijk uitgekomen. Het ras combineert volgens hem de beste eigenschappen: een rustig dier dat efficiënt produceert op eenvoudig voer en daarbij vlees aanzet dat niet onderdoet voor dat van de Belgisch Witblauwe. Op het bedrijf kalft 70% op natuurlijke wijze en dat aandeel moet de komende jaren verder omhoog.

Zo’n 70% van de kalveren is natuurlijk geboren. Ze blijven tot drie maanden leeftijd in een groepshok met de moeders.
Zo’n 70% van de kalveren is natuurlijk geboren. Ze blijven tot drie maanden leeftijd in een groepshok met de moeders.

Aangewezen op Franse genetica

Er zijn maar enkele bedrijven met dit ras in België en Nederland waardoor de vleesveehouder is aangewezen op Franse genetica. Hij koopt alleen eens per twee jaar een dekstier uit Frankrijk die vier weken in quarantaine gaat; voor de rest wordt niets aangevoerd. Afvoer is vooral fokvee en een aantal dieren voor de slacht. Dieren wegen zo’n 900 kilo op een leeftijd van twee jaar.

Bedrijfsgegevens

40 zoogkoeien
125 runderen totaal
22 hectare grasland
6 hectare snijmais
1 hectare voederbieten
40 hectare natuurgrond en bos

Maximale biestopname

Het is bijna onbegonnen werk om alles te beschrijven wat hier op het gebied van bio-veiligheid, hygiëne en secuur werken gebeurt. Naast dat geen vee wordt aangekocht komt bijvoorbeeld niemand ongezien en zonder bedrijfskleding de stal in. Twee keer per jaar reinigt Van Kerckvoorde de stal compleet van nok tot en met roosters. In de weide is dankzij dubbele bedrading contact met ander vee onmogelijk en drinken de dieren overal vers water via een aangelegde leiding.

Het verdelen van stro gaat via een plateau op rails en niet met een stroblazer. Daardoor blijft de lucht vrij van stof. - Foto's: Peter Roek
Het verdelen van stro gaat via een plateau op rails en niet met een stroblazer. Daardoor blijft de lucht vrij van stof. - Foto's: Peter Roek

Gezondheid begint volgens de vleesveehouder met een maximale biestopname. Na het afkalven worden de koeien gemolken met een mobiele melkmachine en krijgen de kalveren verse biest met een fles. Voor toediening is de kwaliteit van de biest bepaald en regelmatig meet de Vlaming het antistofgehalte in het bloed van de kalveren. Na de biestopname gaan de kalveren in groepshokken met koeien, waarbij de kalveren via een poortje een eigen ruimte hebben.

Jean-Paul Van Kerckvoorde is bedrijfsleider op het vleesveebedrijf van Boterhoek nv. Het is fokbedrijf met het Franse ras Maine Anjou / Rouge Des Prés.
Jean-Paul Van Kerckvoorde is bedrijfsleider op het vleesveebedrijf van Boterhoek nv. Het is fokbedrijf met het Franse ras Maine Anjou / Rouge Des Prés.

Niet verwonderlijk heeft het bedrijf de hoogste gezondheidsstatus van België (I3-statuut) en is vrij van onder andere IBR en BVD. Dat blijkt wel uit het feit dat de faculteit Diergeneeskunde van de universiteit van Gent hier kind aan huis is voor onderzoeken of praktijkervaring van studenten. “Die brengen ook kennis mee.” De dierenarts hoeft alleen zichzelf mee te brengen; alle materialen zijn aanwezig op het bedrijf.

Naast de nieuwe stal uit 2012 ligt de voeropslag. De dieren krijgen voornamelijk voer van eigen bodem.
Naast de nieuwe stal uit 2012 ligt de voeropslag. De dieren krijgen voornamelijk voer van eigen bodem.

Geen stof bij instrooien

Een belangrijk aspect om de dieren gezond te houden is een optimaal klimaat. De stal is volledig geïsoleerd zodat vocht niet condenseert en de stal ook in de winter droog blijft. Via een geleideplaat aan één kant blijft de binnenkomende lucht boven de dieren en valt neer op de voergang om zich te vermengen met de aanwezige lucht. “Dat hebben we na de bouw aangepast omdat er koudeval was.” Het klimaat in de stal is voelbaar prima en longproblemen zijn al jaren niet voorgekomen. Ongedierte en vogels worden geweerd.

‘Veehouders moeten wekelijks stof uit de filter van de trekker blazen, kun je nagaan wat er in de longen komt’

Een opvallend aspect is het gemotoriseerd platform met strobalen erop. Deze beweegt van voor naar achter op twee rails boven de hokken. Een keer per dag wordt zodoende handmatig stro boven de hokken uitgestrooid. “We kunnen de dieren dan heel goed controleren”, aldus de vleesveehouder. En nog belangrijker; er komt geen stof in de longen van de dieren, waardoor er minder kans is op longproblemen en schurft. “Er komt zo ontzettend veel stof vrij bij een stroblazer. Veehouders moeten wekelijks het stof uit de filter van de trekker blazen, kun je nagaan wat er in de longen komt.” Overigens is de stro-opslag in een aparte ruimte naast de stal. “Bij opslag boven de dieren worden de onderste pakken vies van de stallucht”, is zijn overtuiging. Hier blijven alle pakken stro even vers.

In een tweede stal van het type openfront staan de dieren die voornamelijk worden verkocht voor de fokkerij of slachterij.
In een tweede stal van het type openfront staan de dieren die voornamelijk worden verkocht voor de fokkerij of slachterij.

Veewagens zwakste schakel

Toch is nog één aspect dat qua bioveiligheid beter kan; de veewagens die fok- of slachtvee komen halen. Ondanks dat ze een stukje van de stallen afblijven bij een aparte laadplaats, ziet hij met lede ogen aan dat niet iedereen hetzelfde over maximale hygiëne denkt. “Transporteurs weten inmiddels dat ze hier niet aan hoeven te komen als er ander vee in de wagen aanwezig is.” Maar dan nog zijn wagens niet altijd schoon en valt er soms wat stro of mest uit de wagen. Het blijft voor hem de zwakste schakel van de bioveiligheid.

De ruimte voor keizerssneden is professioneel ingericht en van alle gemakken voorzien. Emmers worden niet gebruikt.
De ruimte voor keizerssneden is professioneel ingericht en van alle gemakken voorzien. Emmers worden niet gebruikt.

Eén reactie

  • husky

    Mooi om te zien

Of registreer je om te kunnen reageren.