Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Voerwinst per kilo fosfaat als maat voor resultaat

Het kengetal voerwinst per kilo fosfaat is in de huidige tijd nuttiger dan voerwinst per koe of per 100 kilo melk. Voor het inschatten van het bedrijfsresultaat is de waarde echter beperkt.

Lange tijd heeft de melkveehouderij te maken gehad met de quotering. Het productievolume stond vast, het bedrijfsresultaat hing af van de efficiëntie van de productie. Nederlandse melkveehouders zijn daar goed in, ondersteund door hun voeradviseurs en kengetallen als productie of voerwinst per 100 kilo melk.

Na een korte periode zonder productieplafond is er nu het fosfaatquotum. Niet het aantal liters melk, maar fosfaatrechten zijn de beperkende factor. Dat is iets ingewikkelder. Aan de ene kant vraagt een hoogproductieve koe meer fosfaatrechten, aan de andere kant is de melkproductie per koe efficiënter bij een grote productie.

Lees verder onder de foto.

De veevoeradviseurs adviseren veehouders hoe ze binnen hun fosfaatquotum zo efficiënt mogelijk produceren. Ze hanteren daarbij kengetallen als voerwinst per kilo fosfaat. - Foto: Ronald Hissink
De veevoeradviseurs adviseren veehouders hoe ze binnen hun fosfaatquotum zo efficiënt mogelijk produceren. Ze hanteren daarbij kengetallen als voerwinst per kilo fosfaat. - Foto: Ronald Hissink

Veevoeradviseurs passen zich snel aan. Ze adviseren veehouders hoe ze dier- en voermanagement kunnen optimaliseren, zodat ze binnen de nieuwe beperkingen zo efficiënt mogelijk produceren. Ze hanteren daarbij kengetallen als voerwinst per kilo fosfaat. Voerleverancier ForFarmers was een van de eerste die daarmee de boer op ging. “Onze adviseurs kunnen verschillende scenario’s doorrekenen op voerwinst per kilo fosfaat. We gaan in de toekomst dan ook steeds meer rekenen met dit kengetal”, verklaart marketingmanager herkauwers Robert Meijer.

Dikkere melk interessant

Er zijn verschillende manieren om te optimaliseren, stelt Meijer. In de eerste plaats door te sturen op de productie van kilo’s vet en eiwit. “Koeien met een grote productie vallen in een hogere fosfaatklasse. Liters worden ‘afgestraft’, ongeacht de gehaltes. Daarom wordt dikkere melk interessanter.”

Met de recent aangekondigde wijzigingen in de fosfaatwet wordt dat effect alleen maar sterker. Tot nu toe is het uitgangspunt dat 10.625 kilo per koe de grens is van de hoogste fosfaatklasse. Alles daarboven heeft dezelfde forfaitaire excretie. Meer produceren dan 10.625 kilo per koe werd dus niet extra belast. Dat verandert, want de minister van LNV heeft een voorstel ingediend om de excretietabel per 2020 uit te breiden tot een melkproductie van 15.124.

Focus op efficiëntie leidt af van strategie

Voeradviseur en accountant vullen elkaar aan

Jongvee

Naast sturen op productie helpt ook een beperking van de jongveebezetting. Hoe minder verbruikt wordt voor kalveren en pinken, hoe meer overblijft voor melkgevende koeien. Ook daarin adviseert de voerleverancier. Meijer: “Aandacht voor jongvee-opfok zorgt voor een lagere afkalfleeftijd. Een goed transitiemanagement zorgt voor een langere levensduur van de melkkoeien, waardoor je minder jongvee nodig hebt voor vervanging.”

Tenslotte draagt ook een maximale benutting van het eigen ruwvoer bij aan een betere efficiëntie en hoger rendement.

“Elke maatregel die een veehouder neemt op het gebied van voeding, transitie of jongveebezetting, vertaalt zich in een effect op de voerwinst per kilo fosfaat. Dat maakt dit kengetal zo interessant om het rendement binnen de huidige productiebeperkingen te monitoren.”

‘Voerwinst per kilo fosfaat goede graadmeter’

De strategie van Udink CV is gericht op een hoge productie per koe in combinatie met een efficiënte benutting van eigen ruwvoer. Het kengetal voerwinst per kilo fosfaat is daarbij een goede graadmeter, zegt Aline Udink.

Lees verder onder de foto.

Alina Udink en haar man Henk hebben een melkveebedrijf in Markelo. - Foto: Ronald Hissink
Alina Udink en haar man Henk hebben een melkveebedrijf in Markelo. - Foto: Ronald Hissink

Alina en haar man Henk hebben in Markelo een melkveebedrijf met 160 melkkoeien en 80 stuks jongvee. Ze beschikken over ongeveer 80 hectare grond. De productie per koe is in 2 jaar tijd gegroeid van 9.800 naar 12.000 kilo melk, met 4,60% vet en 3,60% eiwit.

Die hoge productie bereiken ze met 3 keer daags melken. Dat doen ze sinds 2017. In die tijd leek het alsof ze tegen de grenzen aanliepen. De cijfers voor vruchtbaarheid en uiergezondheid waren niet optimaal en de koeien lagen te weinig in de boxen te herkauwen. “We konden zien dat ze het niet fijn hadden”, vat Alina samen. Mede op advies van hun voeradviseur zijn de melkveehouders overgegaan op 3 keer daags melken. “De gezondheid van onze koeien was de belangrijkste reden. Maar aan de cijfers kun je zien dat het ook goed uitpakt voor het rendement.” De voerwinst per kilo fosfaat, waarbij het ruwvoer ook wordt meegerekend, steeg in 2 jaar van € 45 naar € 52. Die stijging komt overeen met € 59.000 extra per jaar.

Resultaten bespreken

Dat voerwinstsaldo is voor de melkveehouders veelzeggend. Elke 6 weken bespreken ze de technische resultaten met hun adviseur. Ze bespreken dan samen onder andere de ontwikkelingen van de melkproductie, het krachtvoerverbruik en de hoeveelheid melk die ze op basis van eigen ruwvoer produceren.

Ook andere cijfers komen ter sprake. Het handhaven van een hoge productie, vraagt meer dan alleen een optimaal melkveerantsoen, stelt Udink. Ze noemt als voorbeeld het transitiemanagement. “De tussenkalftijd was bij ons met 400 dagen aan de lange kant. Dat hebben we afgelopen jaar weten terug te brengen naar 370. Nu lijkt het weer iets op te lopen, dus gaan we meteen kijken hoe we dat kunnen bijstellen.”

“Door 2 keer per jaar doelen te stellen, blijven we allemaal gefocust op het behalen van resultaten. Door de doelstellingen vast te leggen in diverse kengetallen kunnen we resultaten ook goed volgen.” In het kengetal voerwinst per kilo fosfaat komen alle maatregelen rondom het veemanagement bij elkaar. “Dat helpt ons er strak bovenop te zitten”, zegt Udink.

Focus op efficiëntie leidt af

Onderzoeker Alfons Beldman van Wageningen Economic Research ziet ook beperkingen. “Voor een goed bedrijfsresultaat moeten alle productiefactoren goed worden benut”, stelt hij. “Niet alleen de efficiëntie van de melkproductie, ook de benutting van de arbeid en grond zijn belangrijk.”

De onderzoeker waarschuwt voor een eenzijdige focus op de productie per koe. “Als je werkt met efficiëntie per kilo fosfaat dan zou dat kunnen leiden tot maximaliseren van de productie per koe. Dit brengt risico’s qua diergezondheid met zich mee en die zorgen voor hogere diergezondheidskosten en mogelijk voor een kortere levensduur. De kans is dan reëel dat het economisch overall resultaat uiteindelijk niet beter wordt. Ook qua imago van de sector lijkt me dat geen gewenste ontwikkeling.”

Bedrijfskundig adviseur Jan-Willem van Beek bij Alfa Accountants en Adviseurs ziet in de nadruk op efficiëntie eveneens een risico. “Het gevaar van de focus op efficiëntie per kilo fosfaat is dat de ondernemer zich laat afleiden van de juiste strategie”, stelt hij. “Je kunt wel met extra krachtvoer de voerwinst per kilo fosfaat vergroten. Maar als het gevolg is dat achter het huis een bult kuilvoer blijft liggen, benut je je eigen ruwvoerproductie onvoldoende. Hetzelfde geldt voor het uitbesteden van de jongveeopfok. Dat zorgt voor een betere efficiëntie per kilo fosfaat, maar als je omzet en aanwas meetelt en rekening houdt met het benutten van najaarskuilen, krijg je een genuanceerder verhaal.”

We hebben geen verband gevonden tussen voerwinst per kilo fosfaat en de marge van melkveebedrijven

Thermometer

Alfa gebruikt voerwinst niet in zijn bedrijfseconomische advisering. Van Beek: “Wij hebben pasgeleden intern een overzicht gemaakt van kengetallen. Wij hebben daarin geen structureel verband gevonden tussen voerwinst per kilo fosfaat en de marge van de bedrijven. Er is geen enkele lijn in te ontdekken. Als het gaat om het bedrijfsresultaat vind ik het een overtrokken kengetal. Alfa Accountants kijkt integraal naar de kritische melkopbrengst binnen het bedrijfseigen fosfaatplafond.”

Overigens vindt Van Beek dat bijsturen op efficiëntie niet verkeerd is, zolang de ondernemer zich maar houdt aan zijn strategie. “Voor sommige bedrijven kan een hoge productie lonend zijn. Aan de andere kant zijn er ook bedrijven die beter kunnen kiezen voor een iets lagere productie en meedraaien in bijzondere melkstroom, zoals PlanetProof”, zegt de bedrijfskundig adviseur. “Bij elke strategie hoort een bepaalde efficiëntie. Een kengetal als voerwinst per kilo fosfaat kan dan nuttig zijn als thermometer.”

Lees verder onder de foto.

Focus op efficiëntie mag volgens onderzoeker Alfons Beldman niet leiden tot maximaliseren van de productie per koe. Dat zou bedrijfsresultaat en imago niet ten goede komen. - Foto: Hans Prinsen
Focus op efficiëntie mag volgens onderzoeker Alfons Beldman niet leiden tot maximaliseren van de productie per koe. Dat zou bedrijfsresultaat en imago niet ten goede komen. - Foto: Hans Prinsen

Indicatie voor resultaten

Flynth Adviseurs en Accountants constateert grote verschillen in de prestaties per eenheid fosfaatrecht. “De gemiddelde melkproductie per kilo fosfaat was vorig jaar 185 kilo, maar die hoeveelheid varieert van 160 tot 210 kilo. Een verschil van 50 kilo melk per kilo fosfaat komt overeen met 250.000 kilo melk op een bedrijf met 100 koeien en 50 kilo per koe aan rechten”, aldus sectorleider melkvee Hans Scholte. “Die grote spreiding betekent dat er voor veel veehouders ruimte ligt voor verbetering.”

Scholte stelt dat voerwinst een goede indicatie geeft voor de resultaten. “De ene boer weet zijn eigen ruwvoer perfect te benutten en heeft maar 20 kilo krachtvoer nodig per 100 kilo melk, terwijl de andere zijn ruwvoer matig benut en 35 of 40 kilo krachtvoer nodig heeft. Dat zie je echt wel terug in de voerwinst.”

De bedrijfsadviseurs van Flynth kijken ook naar kengetallen voor efficiëntie per kilo fosfaat, maar betrekken daarbij meer kosten dan de voerleverancier. Ze tellen bijvoorbeeld ook vruchtbaarheids- en gezondheidsuitgaven mee en de kosten voor ruwvoerteelt en mechanisatie. Daarmee onderbouwen ze de tactische en strategische begeleiding, aldus Scholte. “Wij stimuleren ondernemers gebruik te maken van kengetallen. Als je bij de bank kunt laten zien dat je het qua efficiëntie per kilo fosfaat beter doet dan het gemiddelde, dan sta je al met 1-0 voor.”

Strategisch niveau

In hun adviezen vullen voerleverancier en accountantskantoor elkaar aan, stelt Scholte. “De voerleverancier kijkt naar de korte termijn, op operationeel niveau. Als in de loop van de zomer de grasopbrengst achteruitgaat, moet hij het rantsoen aanpassen. Onze adviseurs adviseren meer op tactisch, strategisch niveau.”

Robert Meijer kan zich daar wel in vinden. Een goede strategie hoort het uitgangspunt te zijn, de adviseurs ondersteunen hun klanten bij de uitvoering. “De boer verwacht van ons dat wij helpen met een optimale benutting van het ruwvoer, een goed rantsoen uitrekenen en advies geven om binnen de gegeven omstandigheden zo efficiënt mogelijk te produceren. Dat onderbouwen wij met kengetallen. In het verleden keken we naar de voerwinst per koe, of per 100 liter melk. Nu kijken we steeds meer naar voerwinst per kilo fosfaat.”

Onderzoeker Beldman juicht het gebruik van kengetallen op zowel operationeel als strategisch niveau toe. Daarbij vindt hij dat boeren zelf de leiding moeten nemen in de samenwerking met hun adviseurs. “Ik zou mijn adviseurs medeverantwoordelijk maken voor het halen van mijn doelen, door heldere KPI’s (key performance indicators ofwel kritieke prestatie-indicatoren, red.) te formuleren. Dat begint met zelf te bepalen wat je wilt. Wat is voor jou belangrijk en waar wil je op sturen?”

Eén reactie

  • Ewullink

    Bert kleiboer. Misschien even de column van je collega bodde lezen :-)

Of registreer je om te kunnen reageren.