Rundveehouderij

Achtergrond 2 reacties

Risico schaarste in jongvee neemt toe

De laatste 4 jaar is flink gesneden in aantallen jongvee op melkveebedrijven. Het is de vraag of er op termijn voldoende jongvee is voor veevervanging.

Het aandeel jongvee op melkveebedrijven is de laatste 4 jaar fors kleiner geworden. Het lijkt erop dat er te hard is gesneden in aantallen jongvee om op langere termijn voldoende jongvee uit eigen opfok beschikbaar te hebben voor veevervanging.

Uit cijfers van Alfa Accountants blijkt dat in 2015 nog 6,7 stuks jongvee per 10 melkkoeien aanwezig waren. In 2018 is dit gedaald naar 5,1 stuks jongvee per 10 melkkoeien. De cijfers van Flynth laten hetzelfde beeld zien met een daling van 6,1 stuks jongvee per 10 melkkoeien in 2016 naar 5,1 in 2018.

Het aanbod aan jongvee uit eigen opfok neemt af, evenals het aanbod aan jong- en gebruiksvee. Om een tekort aan jongvee te voorkomen, moet het veevervangingspercentage op veel bedrijven verder omlaag. - Foto: Ton Kastermans
Het aanbod aan jongvee uit eigen opfok neemt af, evenals het aanbod aan jong- en gebruiksvee. Om een tekort aan jongvee te voorkomen, moet het veevervangingspercentage op veel bedrijven verder omlaag. - Foto: Ton Kastermans

Krapte in eigen jongveeopfok

“In 2015 was er ruimte om uit eigen aanfok jaarlijks 36% van de koeien te vervangen. In 2018 is dit nog maar 26%”, zegt Rick Hoksbergen, relatiemanager van Alfa Accountants en Adviseurs. “Gemiddeld genomen moet dat voldoende zijn, maar vervangingspercentages variëren enorm tussen bedrijven. Als een bedrijf bijvoorbeeld groeit, dan moet de vervanging terug naar bijvoorbeeld 20% om daarnaast nog 6% te kunnen groeien.”

Flynth Accountants houdt als norm voor veevervanging 25% aan. Senior bedrijfsadviseur Hans Scholte legt uit dat als je jaarlijks over 25% vaarzen wilt beschikken, je 30% kalveren en 27% pinken nodig hebt voor veevervanging. “Dat is 57% ofwel 5,7 stuks jongvee per 10 melkkoeien. In 2017 werd de eigen jongveeopfok al krap met 55% jongvee. In 2018 daalde dit nog verder naar 51% jongvee”, zegt Scholte.

Op langere termijn kan schaarste aan jongvee ontstaan

Jaap Gielen, specialist melkveehouderij van Countus, herkent de zorgen over beperkte beschikbaarheid van jongvee niet. “Op dit moment is het nog geen issue. De mindere kwaliteit vee is uitgeselecteerd. Het vervangingspercentage is nu laag en er is relatief weinig jongvee nodig. Ook zijn de veestapels gemiddeld vrij jong, door het uitselecteren van oudere koeien”, constateert Gielen. “Pas over 2 jaar kan schaarste aan jongvee ontstaan. Gedurende 2019 verwachten we meer kopers van jongvee en gebruiksvee.”

Volgens Lubbert van Dellen, directeur agro bij Accon AVM, is er op papier voldoende jongvee. “Maar dan moet er ook niets tegenzitten, zoals extra uitval door ziekte of tegenvallende vruchtbaarheid, want dan is er direct meer jongvee nodig.” Accon AVM ziet in de praktijk dat een kwart van de melkveehouders met 15 tot 17% vervanging uit de voeten kan. “Dan is 4 stuks jongvee per 10 melkkoeien voldoende, maar dan is er ook geen enkele reserve voor tegenvallers.”

Veevervangingspercentage omlaag en levensduur koeien omhoog

Harm Folkers, specialist melkveehouderij bij ABN Amro, stelt dat een redelijk stabiele omvang van de veestapel is ontstaan. “Ook het percentage jongvee op melkveebedrijven stabiliseert op een gemiddeld laag niveau. Of dit op termijn leidt tot te weinig jong- en gebruiksvee betwijfel ik”, zegt Folkers. “De komende jaren stoppen ook veel melkveehouders vanwege vergrijzing en groeibeperkingen door wetgeving. Met een jaarlijkse afname van het aantal melkveebedrijven met 3,6% is er ook zeker aanbod van complete veestapels. Daarnaast kunnen melkveehouders vanwege fosfaatrechten, grondgebondenheid en milieu-eisen minder grote groeisprongen maken dan in het verleden, waardoor nu minder jongvee nodig is voor groei van bedrijven.”

Toename aankoop vee

Door minder eigen jongveeopfok en straks weer een geleidelijke toename van meer ondereind in de veestapels, is de verwachting dat melkveehouders de komende 2 jaar meer jong- en gebruiksvee gaan kopen. Volgens Scholte zijn nu vaarzen te koop voor € 1.400 tot € 1.600 per dier. “Dat kost bijna € 500 minder dan zelf jongvee opfokken”, zegt Scholte. Hij becijferde dat de opfokkosten tot de eerste keer afkalven € 1.982 bedragen, inclusief kosten van mestafvoer en exclusief kosten van fosfaatrechten. De invoering van fosfaatrechten maakt de opfok van jongvee nog aanzienlijk duurder.

Melkveehouder Ad Knoops in Leveroy (L.) stopt binnenkort met de eigen opfok van jongvee om meer koeien te kunnen melken. Dit jaar heeft hij nog vaarzen genoeg, daarna gaat hij vee aankopen. - Foto: Bert Jansen
Melkveehouder Ad Knoops in Leveroy (L.) stopt binnenkort met de eigen opfok van jongvee om meer koeien te kunnen melken. Dit jaar heeft hij nog vaarzen genoeg, daarna gaat hij vee aankopen. - Foto: Bert Jansen

Hoksbergen berekende een extra kostenpost van € 695 per dier in de volledige opfok van kalf tot vaars met een afkalfleeftijd van 24 maanden. “Momenteel rekenen opfokkers de prijs van fosfaat nog beperkt door in de dier-dag-vergoeding. Als ze dat volledig doen, kan het uitbesteden van de opfok duurder worden. Maar op termijn verwacht ik een balans tussen uitbesteden van de opfok en aankoop van jongvee”, zegt Hoksbergen.

Diergezondheid bij aankoop

Dierenarts Hans Nij Bijvank van dierenkliniek De Woldberg in Steenwijk concludeert dat Nederlandse vaarzen door fosfaatrechten duurder zijn dan vaarzen in het buitenland. “Daardoor neemt de kans op het importeren van vee toe, met alle gezondheidsrisico’s van dien”, zegt Nij Bijvank. Uiteraard moeten veehouders goed letten op de diergezondheidstatus van aangekocht vee, zoals leptospirose, salmonella, IBR, BVD en para-tbc. En dat geldt ook voor Mortellaro en uiergezondheid. “Ik heb meegemaakt dat de import van Duitse vaarzen leidde tot een besmetting met Streptococcus Agalactia, een besmettelijke mastitisbacterie die in Nederlandse veestapels niet meer voorkomt.”

Tips bij aankoop van vee

Aanvoer van vee met een lagere diergezondheidsstatus dan de status op uw bedrijf vergroot het risico op insleep van infectieziekten, zoals BVD, IBR en andere aandoeningen.

Let bij aankoop van drachtige vaarzen of koeien goed op de gezondheidsstatus. Voer alleen dieren aan met een gelijke of hogere status dan het vee op uw bedrijf om insleep van ziektes te voorkomen. - Foto: Ronald Hissink
Let bij aankoop van drachtige vaarzen of koeien goed op de gezondheidsstatus. Voer alleen dieren aan met een gelijke of hogere status dan het vee op uw bedrijf om insleep van ziektes te voorkomen. - Foto: Ronald Hissink

Praktische tips om problemen en extra kosten voor het bloedtappen van aankoopdieren te voorkomen, zijn:

  • Koop bij voorkeur vee van bedrijven met een gelijke of hogere status dan uw bedrijf.
  • Laat onderzoek verrichten als aangevoerde dieren een lagere ziektestatus hebben dan uw bedrijf, dit kan tot 8 weken na aanvoer. DIt onderzoek is in elk geval verplicht voor IBR en BVD.
  • Overleg met uw dierenarts wanneer u voor welke aandoening het beste aanvullend onderzoek kunt doen.
  • Plaats nieuwe dieren in quarantaine totdat bloeduitslagen bekend zijn.
  • Informeer bij import naar (landelijke) dierziekte-statussen of -uitslagen. Bijvoorbeeld leptospirose komt in andere Europese landen nog algemeen voor, terwijl Nederland een gunstige situatie heeft. Geef daarom ziekten als deze ook aandacht bij de import van dieren.
  • Bij import is het afhankelijk van het land en de test of een status of uitslag geldig is bij GD. Neem voor meer informatie hierover contact op met GD.
  • Koop geen koeien van bedrijven waarbij koegebonden mastitisverwekkende bacteriën zijn aangetoond. Hierbij gaat het met name om Staphylococcus aureus, de zeer besmettelijke Streptococcus agalactiae of de niet te behandelen Mycoplasma, die naast mastitis ook gewrichtsontsteking of longproblemen kan veroorzaken.
  • Vraag naar de mastitisverwekkers die een rol spelen op het bedrijf waarvan u vee koopt. Is dat niet duidelijk, dan kunt u overwegen de tankmelk incidenteel bacteriologisch te laten onderzoeken.
  • Koop koeien die geen klinische mastitis hebben gehad tijdens de afgelopen lactatie.
  • Koop alleen koeien aan met een laag celgetal bij de afgelopen 3 melkcontroles (vaarzen < 150.000 en koeien < 250.000).
  • Houd aangekochte dieren in een aparte groep en melk ze als laatste of spoel de melkstellen door met heet water of stoom tot is vastgesteld dat de dieren geen subklinische uierontsteking hebben.
  • Zorg voor een goede melkhygiëne en een uitstekende speendesinfectie na het melken.
  • Koop geen kreupele dieren en voorkom introductie en/of verdere verspreiding van Mortellaro door nauwkeurige inspectie en behandeling van wondjes.
  • Voorkom longworminfecties en vaccineer aangekocht vee 6 tot 2 weken voor toelating op uw bedrijf tegen longworm.

Het maakt volgens de Overijsselse dierenarts niet zoveel uit of melkveehouders drachtige vaarzen of koeien kopen. “Het is wel belangrijk om drachtige pinken of koeien minimaal 6 weken voor afkalven aan te voeren op het bedrijf. Hoe langer een dier op een bedrijf is, hoe beter ze aangepast is aan de bedrijfsspecifieke ziektekiemen. Verplaats drachtig vee ook niet meer in de periode van 6 tot 8 weken voor afkalven. Dat geeft stress en kan leiden tot afkalfproblemen, verminderde weerstand en het kan de kalfvitaliteit negatief beïnvloeden.”

Van Dellen heeft een voorkeur voor aankopen van koeien in plaats van vaarzen, omdat het afkalven van vaarzen meer risico met zich meebrengt. “De uitval onder vaarzen varieert van 5 tot 25%. In de eigen opfok is daarin nog winst te halen. Als veehouders de volledige jeugdgroei in de opfok realiseren, dan hoeft een vaars tijdens de eerste lactatie geen groei in te halen en is de uitval lager.”

Verlenging levensduur

Bij een krap jongveeaanbod is vermindering van het aantal benodigde stuks jongvee een oplossing om voldoende vee te kunnen blijven vervangen. “Veehouders moeten minder koeien afvoeren door de afkalfleeftijd van vaarzen te verlagen en de levensduur van koeien te verlengen”, zegt Hoksbergen. Scholte vindt ook dat veehouders moeten streven naar koeien die meer lactaties meegaan. “Als het lukt om koeien 4 lactaties te melken en de afkalfleeftijd van de vaarzen te verlagen naar 24 maanden, dan is 50% jongvee op het bedrijf voldoende voor veevervanging.”

Folkers stelt dat bij een stabiele veestapel en goed veemanagement een veevervangingspercentage van 15 tot 20% mogelijk is. “Maar zo scherp sturen, is in de praktijk eerder uitzondering dan regel”, zegt Folkers, die veehouders adviseert om goed te kijken naar oorzaken van uitval van koeien. “Met beter management van vruchtbaarheid, klauw- en uiergezondheid kan de veevervanging op veel bedrijven nog fors omlaag. Als veehouders toe kunnen met minder jongvee, is dat altijd interessant, zeker bij hogere kosten van jongvee door fosfaatrechten.”

Laatste reacties

  • RIEN65

    De exportvaarzen kunnen ook gewoon in Nederland blijven.

  • deB.


    Allemaal meningen in dit artikel van hypocriete stropdasjes!
    Dezelfde pipo's die aantal jaren geleden verkondigde scherp te zijn op jongvee, zo min mogelijk aanhouden, hetis kostenpost! En nu dit.....ooh wat een verrassing
    Schijtziek van deze vrome gasten

    Kijk nu, ze roven de sector leeg met gladde praatjes. BAH

Of registreer je om te kunnen reageren.