Rundveehouderij

Achtergrond 6 reacties

Matig 2017 werd zomaar top

De melkveehouderij plukte in 2017 de vruchten van positieve volatiliteit, met hoge inkomens als gevolg. 2018 lijkt geen herhaling te worden.

Voor de melkveehouderij is 2017 uitgepakt als een geheel onverwachte meevaller. De melkprijs ontwikkelde zich vanaf mei/juni opeens veel beter dan verwacht. Dit door onvoorziene tekorten aan boter, room en ook kaas. In de laatste 4 maanden werden zelfs recordprijzen geïncasseerd.

Melkprijs boven 50 cent

Afhankelijk van de vet- en eiwitgehalten en de toeslagen die ze meepakten, ontvingen sommige boeren in de voorbije maanden zelfs meer dan 50 cent per kilo melk. De onverwachte meevaller is ook zichtbaar in de jongste inkomensramingen van Wageningen UR. Volgens deze ging de gemiddelde melkveehouder er in 2017 qua inkomen zelfs meer op vooruit dan de totale markt, een bijkans unieke situatie.

Fosfaatreductieplan

Deze meewind was meer dan welkom, want hij gaf melkveebedrijven na twee slechte jaren weer de broodnodige lucht en dat terwijl een fosfaatreductieplan moest worden uitgevoerd. De mooie tijden lijken helaas van korte duur. De bij tijden extreem hoge prijzen voor boter en in mindere mate kaas, die de basis vormden onder de hoge vlucht van de melkprijzen, zijn weer grotendeels verleden tijd. Zeker voor de (folie)kaas. De rest van de zuivelmarkt doet het ondertussen nog veel slechter dan voordat de melkprijzen dit jaar zo snel begonnen te stijgen.
Artikel gaat verder onder de foto.

Kaasmaker Cono blijft de lijst van beste betalers aanvoeren, al had de merkkaasproducent wel moeite om de prijsstijgingen bij de foliekaas bij te houden. - Foto: Lex Salverda Fotografie
Kaasmaker Cono blijft de lijst van beste betalers aanvoeren, al had de merkkaasproducent wel moeite om de prijsstijgingen bij de foliekaas bij te houden. - Foto: Lex Salverda Fotografie

Klein wonder

Achteraf bezien zijn de hoge melkprijzen van 2017 een klein wonder. Er was begin 2017 een beperkte melkaanvoer en een veel sterkere vraag naar boter en kaas, maar nuchter bezien hadden de prijzen voor boter en kaas, en misschien ook de melkprijzen, niet zo ver ‘hoeven’ te stijgen. Want de zuivelmarkt zat en zit nog steeds met een enorme steen in de maag, namelijk de grote berg mager melkpoeder in de Europese interventie (380.000 ton) en wat eventueel nog bij bedrijven zelf zit. Ondertussen bouwen aan de andere kant van de Atlantische Oceaan de Amerikanen eenzelfde berg op, ook van magere en ‘niet-volle’ melkpoeder (de Amerikanen onderscheiden ‘skimmed’ en ‘non-fat’ dry milk powder). In zekere zin was de periode met hoge prijzen dit jaar een ‘brasfeest temidden van een pestepidemie’, zoals een Oost-Europese uitdrukking gaat.

Volop volatiliteit in de markt. Na twee goede, twee slechte jaren. Toen een goed 2017. Wat brengt 2018?

Melkpoederberg

Veel boeren zal dit niet interesseren, als de melkprijs maar goed is. Probleem is wel dat, zolang de grote melkpoederberg niet weggewerkt is, er steeds een verstoring boven de zuivelmarkt blijft hangen. De toch al grote volatiliteit van de zuivelmarkt wordt er al alleen maar groter door.

De opleving van de markt heeft de Nederlandse melkveehouder ondertussen veel extra melkgeld gebracht. De gemiddelde melkprijs ligt zo’n € 10,00 per 100 kilo, ofwel een kwart hoger dan vorig jaar, en dat nog exclusief nabetaling.

DOC‘ers meest vooruit

Het meest gingen de leden van coöperatie DOC Kaas erop vooruit; zo’n € 11,30 per 100 kilo. Daarna de leveranciers van A-ware en Vreugdenhil. Deze 3 bedrijven verhoogden de melkprijs het meest. Bij de eerste 2 was het dankzij de kaas en de boter, bij de laatste vooral dankzij de boter.

De grootste stijgers zijn echter nog niet per definitie de beste betalers. De beste melkprijs wordt nog altijd betaald door Cono, gevolgd door DeltaMilk, Vreugdenhil, A-ware en dan pas FrieslandCampina. Dit laatste is opmerkelijk. FrieslandCampina hanteert voor de berekening van haar melkprijs strikt de garantieprijsformule. Die moet voor Noordwest-Europa een bovengemiddelde melkprijs opleveren. In 2017 was dat voor de Nederlandse context echter niet meer genoeg. In 2016 stond FrieslandCampina op de tweede plaats qua ‘voorschot’melkprijs, dit jaar op de vijfde plaats.

De leden van DOC Kaas gingen er in 2017 het meest in melkgeld op vooruit. Zeer welkom na het dramatische jaar 2016. Het gaf broodnodige lucht, maar hielp DOC niet vooruit op de ranglijst van uitbetalers. - Foto: Frank Uijlenbroek
De leden van DOC Kaas gingen er in 2017 het meest in melkgeld op vooruit. Zeer welkom na het dramatische jaar 2016. Het gaf broodnodige lucht, maar hielp DOC niet vooruit op de ranglijst van uitbetalers. - Foto: Frank Uijlenbroek

Nabetaling

De nabetaling/prestatietoeslag kan daar nog heel wat aan veranderen. Veel FrieslandCampina-leden hopen op nog zo’n € 3,00 extra, wat een mogelijkheid is, maar niet zeker. Want hoe heeft FrieslandCampina het gedaan qua verkopen en wat doen de tegenvallers in Pakistan en China? Die drukken de winst, hoewel daar wel een escape ligt. Extreem grote tegenvallers kunnen namelijk rechtstreeks ten laste worden gebracht van het eigen vermogen.

Toeslagen steeds belangrijker

Naast de basismelkprijs en de eventuele nabetaling is een derde onderdeel steeds belangrijker geworden voor de totale melkprijs. Dit betreft het onderdeel toeslagen. Koploper op dit punt is nog steeds de Noord-Hollandse kaasmaker Cono. Bij deze coöperatie kunnen leden tot € 2,75 per 100 kilo melk aan toeslagen bijverdienen en, sinds 2017, nog eens zo’n € 2.000 per jaar extra voor leden die via een pilot nog verder willen verduurzamen. Op een afstandje daarachter volgt een hele groep zuivelaars, met DOC Kaas aan kop, die melkveehouders tussen € 2,25 en € 2,00 extra laten verdienen als ze meedoen aan weidegang en duurzaamheid.

Gentechvrije melk

Naast DOC betreft dit Vreugdenhil, Bel Leerdammer, Hochwald Foods en Rouveen Kaas. Bij A-ware valt dit jaar nog maximaal € 1,75 extra te verdienen, maar vanaf begin 2018 gaat dat naar € 4,75, dankzij de € 3,00 die Albert Heijn biedt voor zijn verduurzaamde huismerkzuivel. DeltaMilk betaalt € 1,50 voor weidegang. FrieslandCampina kachelt met een maximale plus van € 1,15 per 100 kilo voor weidegang toch achteraan. Wel biedt FrieslandCampina – net als Cono – een selecte groep boeren de kans om € 1,00 bij te plussen met gentechvrije melk.

Veel verandering in de melkprijzen, maar ook veel stabiliteit. Cono blijft de beste betaler, FrieslandCampina daalt in uitbetaling, A-ware en Vreugdenhil stijgen en DOC Kaas zag de melkprijs het hardst stijgen, maar komt toch niet van de laatste plek.

Grote aanvoer wordt gevreesd

Het uitgangspunt voor elke melkprijs is en blijft de gang van zaken op de zuivelmarkt. Die bepaalt wat de basisprijs zal doen. Hoe die basismelkprijs in 2017 was, is beschreven. In 2018 dreigt die fors lager te gaan worden. Dat geeft de markt aan en daar houden ook alle tot nu toe bekende prognoses rekening mee. Duidelijk is ook dat een grote aanvoer wordt gevreesd, met fiks lagere uitbetaalprijzen.

Neerwaartse beweging

De Nederlandse verwerkers geven nu nog weinig krimp. Alleen A-ware heeft de melkprijs voor december met € 1,75 per 100 kilo verlaagd. In buurlanden is wel al een duidelijk neerwaartse beweging te zien; in België bij Milcobel en in Duitsland bij diverse bedrijven. Ook in het Verenigd Koninkrijk zijn verlagingen doorgevoerd. Hetzelfde is te zien aan de andere kant van de wereld, waar zuivelreus Fonterra de melkprijsprognose voor het lopende productiejaar (juli 2017 tot en met juni 2018) heeft verlaagd. Fonterra ziet een zwakke vraag, met name naar melkpoeders. Dat blijkt ook op de laatste GDT-veilingen. Ondertussen is het melkaanbod in vrijwel alle productieregio’s groot. Niet voor niets heeft FrieslandCampina diverse maatregelen genomen om het aanbod te helpen indammen.

Interventie: aanbieden, niet verkopen

Al ruim een jaar probeert de Europese Commissie van de interventievoorraden mageremelkpoeder af te komen.

Op 24 november 2016 kondigde landbouwcommissaris Phil Hogan een eerste inschrijfronde (tender) aan voor ‘een beperkt deel’ van de interventievoorraad. Handelaren konden bieden op 22.150 ton van de 360.000 ton in opslag. Hogan wilde minstens € 2.151 per ton. In de eerste ronde is slechts 40 ton verkocht. In de daaropvolgende tweewekelijkse rondes niets.

In het vroege voorjaar van 2017 is besloten nog maar eens per maand te tenderen. De vraagprijs werd geleidelijk verlaagd, maar bleef boven wat kopers wilden geven. In mei werd opnieuw melkpoeder ingekocht voor interventie, net als later in het najaar. Alleen in juni is nog 100 ton verkocht en recentelijk 80 ton.

De opstelling van de Commissie doet denken aan die van een toerist op een Arabische markt, maar omgekeerd. Dus niet: kijken, kijken, niet kopen, maar: aanbieden, aanbieden, niet verkopen. Intussen is de officiële gunprijs gezakt naar € 1.350 per ton (inkoopprijs: € 1.698). De voorraad staat op 380.000 ton.

Laatste reacties

  • gerben5

    Schijnt dat er €800 per ton geboden is voor de complete voorraad

  • Kelholt

    Heel simpel, NIEMAND kan de marktprijzen voorspellen. Wel kunnen de "professionals" een mooi verhaal ophangen met redenen waarom zij denken dat de prijzen gaan stijgen/dalen maar zij geven daarbij geen enkele garantie.
    Ik citeer hierboven: "De melkprijs ontwikkelde zich vanaf mei/juni opeens veel beter dan verwacht. Dit door onvoorziene tekorten aan boter, room en ook kaas."
    Onvoorziene ontwikkelingen bepalen dus de marktprijs.
    En dan nog even over de interventievoorraad. De inkoopwaarde daarvan is ca. 645 miljoen euro. Deze voorraad drukt al jaren de melkprijs. Waarom wordt deze niet vernietigd? (Verbranden levert groene energie op.) De jaarlijkse melkproductie in Europa is ca. 12.500 miljoen liter dus als alle Europese boeren één jaar lang genoegen nemen met 5 cent per liter minder melkgeld dan is de interventievoorraad weg. Ik denk dat er zonder interventievoorraad snel weer een plus van 5 cent of meer op de marktprijs komt.

  • Vhouder

    beste kelholt koeien melken door overschot aan melk poeder opkopen en dan vernietigen lekker duurzaam kun je beter die melk niet produceren dus niet zo veel koeien houden lijkt me duurzaamer

  • farmerbn

    Vhouder heeft kalverhouderij dus koper van melkpoeder. Hij heeft andere belangen dan een melkveehouder. Duurzaamheid noemen omdat het je uitkomt zie je wel vaker. Mag wel hoor.

  • mtseshuis

    Vind toch dat we van de interventie af moeten, gewoon de markt z'n werk laten doen, dan zullen de pieken hoger zijn, maar de dalen dieper. Echter van echt herstel is nu ook geen sprake: Wie weet waar we nog heen gaan. Niemand, ook de grote profeten niet!

  • nutterseweg10

    In de kalverhouderij wordt de laatste jaren weinig mager melkpoeder gebruikt er worden heel veel zgn nullijnen (zonder mager melkpoeder) gebruikt in combinatie met veel krachtvoer en gehakseld stro.
    Hooguit in de opstartfase en wat luxe blauwen zullen nog mmp in het rantsoen houden.
    dit alles omdat de mager melkpoeder in het verleden veels te duur was om rendabel te kunnen mesten.
    Deze werkwijze zal niet snel meer veranderen ondanks de lage melkpoederprijzen van dit moment.

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.