Rundveehouderij

Achtergrond

Stijgende aanvoer bij groenvoederdrogerijen

Met de intrede van de KringloopWijzer meldt zich een nieuwe groep veehouders bij de groenvoederdrogerijen, net als destijds met Minas.

Groenvoederdrogerijen zijn dit jaar voortvarend van start gegaan. Opvallend is dat zowel de aanvoer van gras als luzerne een stijgende lijn vertoont. Over de eerste helft van het jaar ligt de productie 14.500 ton hoger dan in dezelfde periode in 2016. Het weer is in deze natuurlijk altijd een bepalende factor, maar op de achtergrond speelt er meer.

Diverse maatschappelijke trends spelen de sector in de kaart. Denk aan de toegenomen aandacht voor bodemvruchtbaarheid, waar de luzerneteelt prima bij past. Of de toenemende vraag naar regionaal geproduceerd voer waar de drogerijen bij kunnen helpen. Dan is er nog de sterke opkomst van de biologische veehouderij. Gezien de relatief hoge prijzen van biologisch krachtvoer past brok van eigen gras en klaver prima in het rantsoen op deze bedrijven. Een snede gras van 2.500 kilo droge stof per hectare is bij een redelijke bemesting zomaar goed voor grasbrok met 900 tot 1.000 VEM en 16% tot 20% ruw eiwit.

Last but not least is het ook de regelgeving die maakt dat meer veehouders bij groenvoederdrogerijen aankloppen. Door eigen gras beter tot waarde te brengen hoeven er minder mineralen op een bedrijf te worden aangevoerd. Natuurlijk kunnen veehouders ook proberen een deel van hun gras­opbrengst te verkopen, maar dat blijkt in de praktijk vanwege een beperkte vraag nog een hele uitdaging.

Meer gras en van eerdere snedes

Vanaf de eerste week van mei is drogerij Oldambt in het Groningse Oostwold volop in bedrijf. Het is hoofdzakelijk luzerne (70%) wat deze drogerij verwerkt. Jaarlijks wordt er zo’n 1.400 hectare Groningse kleigrond voor deze teelt gecontracteerd. De vergroeningseisen binnen het Europees landbouwbeleid drie jaar terug, gaven deze tak van sport nog eens een extra impuls. Verder staat de drogerij ten dienste van loondrogen. Naast luzerne is het gras wat in de twee kolossale trommeldrogers gaat. De luzerne en het gras worden vervolgens verwerkt tot 6 millimeter korrels of structuurbalen.

Aan het roer van deze drogerij staat al sinds jaar en dag Eiko Jan Duursema. Naast directeur van deze drogerij en de zo’n 75 kilometer verderop gelegen drogerij in het Friese Opeinde, is hij ook voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Groenvoederdrogerijen (VNG). Van de zes drogerijen zijn er vijf bij de vereniging aangesloten. Duursema is positief over de vooruitzichten voor de Nederlandse groenvoederdrogerijen. Opvallend is volgens hem de stijging die het aandeel loondrogen van gras laat zien en met name de verschuiving naar eerdere snedes gras. Zo nam de aanvoer in Opeinde gedurende de eerste twee maanden van dit seizoen met 50% toe. Maar ook afgelopen jaar signaleerden de meer op gras gerichte drogerijen al toegenomen interesse van melkveehouders hoewel een deel toen echter nog de hand op de knip hield vanwege de relatief slechte melkprijs.


  • Een container met gras wordt gelost bij groenvoerderdrogerij Oldambt. De in 1951 opgerichte drogerij verwerkt tegenwoordig gedurende het seizoen tussen de 5 en 10 partijen gras en luzerne per dag. Er is 14 uur per dag aanvoer en de drogers draaien 5,5 dag per week volcontinu. - Foto's: Jan Willem van Vliet

    Een container met gras wordt gelost bij groenvoerderdrogerij Oldambt. De in 1951 opgerichte drogerij verwerkt tegenwoordig gedurende het seizoen tussen de 5 en 10 partijen gras en luzerne per dag. Er is 14 uur per dag aanvoer en de drogers draaien 5,5 dag per week volcontinu. - Foto's: Jan Willem van Vliet

  • Het gras wordt met behulp van een transportband naar één van de twee trommels geleid. Samen verdampen de trommels zo’n 45.000 liter water per uur en zorgen voor een productie van 15 ton gedroogd product per uur. Per jaar gaat het om 35.000 ton gedroogd voer.  Het drogestofgehalte van de gewassen wordt verhoogd van 20 à 30% naar 90%.

    Het gras wordt met behulp van een transportband naar één van de twee trommels geleid. Samen verdampen de trommels zo’n 45.000 liter water per uur en zorgen voor een productie van 15 ton gedroogd product per uur. Per jaar gaat het om 35.000 ton gedroogd voer. Het drogestofgehalte van de gewassen wordt verhoogd van 20 à 30% naar 90%.

  • Het gras wordt gedroogd bij een temperatuur die oploopt tot 700 graden. Al met al bevindt het product zich slechts 4 minuten in de trommel. Het gehele proces neemt ongeveer een kwartier in beslag.

    Het gras wordt gedroogd bij een temperatuur die oploopt tot 700 graden. Al met al bevindt het product zich slechts 4 minuten in de trommel. Het gehele proces neemt ongeveer een kwartier in beslag.

  • Vanuit de centrale machinekamer kan een medewerker het volledige proces volgen en sturen.

    Vanuit de centrale machinekamer kan een medewerker het volledige proces volgen en sturen.

  • Vervolgens wordt het gras of de luzerne verwerkt tot 6 millimeterkorrels of structuurbalen.

    Vervolgens wordt het gras of de luzerne verwerkt tot 6 millimeterkorrels of structuurbalen.

  • Een snede gras van 2.500 kilo droge stof per hectare is bij een redelijke bemesting zomaar goed voor grasbrok met 900 tot 1.000 VEM en 16% tot 20% ruw eiwit.

    Een snede gras van 2.500 kilo droge stof per hectare is bij een redelijke bemesting zomaar goed voor grasbrok met 900 tot 1.000 VEM en 16% tot 20% ruw eiwit.

Moeilijke periode

Hoewel de drogerijen de wind weer in de rug lijken te hebben, hing de vlag er een aantal jaren terug een stuk minder rooskleurig bij. Het wegvallen van de Europese subsidie voor plantaardige eiwitproductie in 2012 maakte dat drogerijen zich moesten gaan specialiseren. Alleen loondrogen in opdracht van melkveehouders volstond niet langer om de broek op te houden. Een aantal kleinere drogerijen lukte het niet om deze omslag in aanloop naar afschaffing van de subsidie te maken. Eind jaren negentig telde de VNG dertien leden, nu zijn er nog zes.

Het wegvallen van de Europese subsidie voor plantaardige eiwitproductie in 2012 leidde tot een daling van de productie. Nu stijgt de productie weer.

De zes overgebleven drogerijen kozen voor verbreding zoals de productie van speciaalvoeders en stroproducten met bijbehorende handel. Het drogen van luzerne werd steeds belangrijker. Zo levert de drogerij in Oost-Groningen paarden- en kamelenvoer aan landen in het Midden-Oosten. De vraag naar luzerne in deze regio is enorm. De Verenigde Arabische Emiraten hebben niet voor niets een derde deel van de groenvoerdrogerijen in Spanje gekocht, zo legt Duursema uit. Wat betreft de aanvoer van ‘normale’ luzerne doet Nederland in verhouding tot landen als Spanje, Frankrijk en Italië niet echt mee. Maar wat betreft de levering van speciaalvoeders weet een aantal drogerijen toch een partij mee te spelen.

Laatste coöperatieve drogerij

De laatste coöperatieve groenvoederdrogerij in Nederland staat in het Drentse Ruinerwold. De coöperatie telt volgens directeur Robert Emmink nog een kleine 300 leden, vooral melkveehouders. Ook niet-leden kunnen trouwens bij de coöperatie terecht.

De activiteiten van Ruinerwold bestaan voor de helft uit loondrogen en de helft uit handel. De verhouding luzerne gras is ongeveer fiftyfifty. Emmink maakt duidelijk dat de coöperatieve drogerij geen focus heeft op de verkoop van voeders in het Midden-Oosten. Nee, in Drenthe ligt de focus nog op het loondrogen. Bij de huidige relatief lage grondstofprijzen het liefst voor de veehouder zelf, zo legt Emmink uit. Vooral als het gaat om een jonge goed bemeste snede gras. Mocht een veehouder het gedroogde gras toch niet terug willen, dan kan de drogerij dit doorverkopen aan een derde partij, bijvoorbeeld de mengvoerindustrie.

Ook Emmink ziet dat de vraag naar het drogen van gras is toegenomen. Sterker, er meldt zich met de intrede van de KringloopWijzer, weer een nieuwe groep veehouders. Een vergelijkbare ontwikkeling als destijds met mineralenaangiftesysteem Minas.

Energievraagstuk

Hoewel de groenvoederdrogerijen momenteel op veel maatschappelijke trends kunnen inspelen, ligt er nog wel een energievraagstuk dat de sector op termijn moet oplossen. Dit vormt mogelijk de grootste uitdaging om de toekomst van de drogerijen veilig te stellen. Tot nu toe zijn de drogerijen nog in grote mate afhankelijk van de aanvoer van fossiele brandstof. Mogelijk dat in het stoken van biomassa op termijn een alternatief gevonden kan worden, maar voorbeelden in Duitsland tonen aan dat dat je met een dergelijke keus ook flink de mist kunt ingaan zodra de subsidiekraan wordt dichtgedraaid. Duidelijk is dat de drogerijen er nog niet veel over kwijt willen, maar dat het onderwerp op de agenda staat is evident.

Of registreer je om te kunnen reageren.