Pluimveehouderij

Nieuws

Pluimveehouders: regels fipronil-mest te rigoureus

De regels voor de afvoer van mest waarin fipronil zat waren veel te rigoureus tijdens de fipronil-crisis, stellen advocaten namens 117 pluimveehouders.

De advocaten plaatsten er tijdens de tweede zittingsdag van de rechtszaak over bedrijfsblokkades tijdens de crisis vraagtekens bij of het wel in lijn is met de Europese regels dat de Nederlandse overheid besloot ook voor mest de MRL-norm van 0,005 mg/kg te hanteren. Mest met gehaltes fipronil boven die MRL wordt door de overheid aangemerkt als categorie 1-materiaal, en moet verbrand worden.

De 3 rechters van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) stelden de overheid verschillende vragen over hoe deze tot de MRL voor fipronil in pluimveemest is gekomen, en over de klassering als categorie 1-materiaal wanneer die MRL is overschreden.

Mest geen levensmiddel

De Europese verordening waarin de MRL-waardes zijn vastgelegd gaat over levensmiddelen. Mest is geen levensmiddel, erkende overheidsjurist Ellemieke Scheffer, die aangaf dat hiervoor een andere redenering was gevolgd. “Voor mest is geen niveau bepaald, daarom is de toegelaten hoeveelheid 0”, stelde ze. Haar collega Bas Kleijs vulde aan dat de mest een bijproduct is van een dier dat een illegale behandeling heeft ondergaan, en om die reden categorie 1-materiaal is.

Lees ook: Boeren vechten blokkades fipronil-crisis aan

Advocaat Tim Bodewes (Bout Advocaten, die een deel van de pluimveehouders vertegenwoordigt) was daar kritisch over. “De NVWA heeft ook voor mest een MRL vastgesteld. Het gaat er bij ons niet in om nu te zeggen: fipronil in mest mocht helemaal niet”, reageerde hij.

Lees verder onder de foto

Mest met gehaltes fipronil boven die MRL wordt door de overheid aangemerkt als categorie 1-materiaal, en moet verbrand worden. - Foto: Ton Kastermans Fotografie
Mest met gehaltes fipronil boven die MRL wordt door de overheid aangemerkt als categorie 1-materiaal, en moet verbrand worden. - Foto: Ton Kastermans Fotografie

Pluimveehouders reageerden

Aan het eind van de tweede zittingsdag kregen de aanwezige pluimveehouders de kans om te reageren. Zij vertelden met veel emotie over de grote impact die de blokkades en crisis op hen en hun gezinnen gehad hebben. Twee lieten weten inmiddels geen legpluimveehouder meer te zijn, één gaf aan op het randje van faillissement te hebben gestaan.

Dit heeft ontzettend veel pijn gedaan. Bedrijven zijn failliet gegaan, gezinnen zijn er kapot aan gegaan

Eén van de pluimveehouders zei tegen de rechters: “U heeft net geëmotioneerde pluimveehouders gehoord, die emotie heb ik ook. Ik weet zeker dat alle andere pluimveehouders die hier vandaag niet zijn er net zo geëmotioneerd over zijn. Dit heeft ontzettend veel pijn gedaan. Bedrijven zijn failliet gegaan, gezinnen zijn er kapot aan gegaan.”

Problemen met NVWA

De pluimveehouders benoemden problemen die zij tijdens de crisis met de NVWA hadden gehad; allerlei protocollen die lang op zich lieten wachten waardoor bedrijven of stallen weken niet vrij konden komen, en communicatie met de NVWA die als ‘belabberd’ werd bestempeld.

“We realiseren ons heel goed dat dit heel veel impact heeft gehad op de sector,” reageerde Scheffer namens de overheid. “Maar de NVWA moet ook andere belangen meewegen: volksgezondheid, milieu, diergezondheid.”

CBb heeft veel tijd nodig

Het CBb verwacht flink wat tijd nodig te hebben om tot een uitspraak te komen in de beroepsprocedures. Gebruikelijk staat hiervoor een termijn van 6 weken, met eventueel verlenging tot 12 weken. Voorzittend rechter Stuldreher liet weten niet te verwachten die termijnen te gaan halen.

In de week van woensdag 10 juli (wanneer de uitspraak wordt gedaan in de civiele zaak die LTO en pluimveehouders hebben aangespannen tegen de NVWA) zal het CBb laten weten of de zaak nog heropend moet worden, of wanneer de uitspraak verwacht kan worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.