Pluimveehouderij

Achtergrond 2 reacties

‘Niemand produceert zo efficiënt als wij’

In het buitenland wordt vol bewondering naar de Nederlandse pluimveehouderij gekeken. Maar in Nederland zelf ligt de sector regelmatig onder vuur. Nepluvi-voorzitter Gert-Jan Oplaat kan daar met zijn hoofd niet bij.

Nepluvi had eind november wat te vieren: het succes van de twee jaar geleden gestarte, ambitieuze imagocampagne voor de vleeskuikenhouderij ‘Kip in Nederland’. Maar daar houdt het niet mee op. Op thuisbasis Nederland valt nog steeds veel zendelingenwerk te doen, ziet Nepluvi-voorzitter Gert-Jan Oplaat. Maar hij ziet ook kansen genoeg: “Niemand produceert zo efficiënt als wij dat doen.”

Was het nodig, een campagne om het imago van de vleeskuikensector te verbeteren?

“Dat vonden wij wel. Het Nepluvi-bestuur heeft daarom gezegd: we gaan een campagne starten om te laten zien hoe het werkelijk zit. We doen iets moois, zijn succesvol, worden wereldwijd geroemd en dan is het vervelend dat je op je thuisbasis zo ‘gebasht’ wordt.

Nepluvi-voorzitter Gert-Jan Oplaat: "Het is te gek voor woorden dat men in buitenland vol bewondering naar ons kijkt, en dat we hier in Nederland moeten duiken." - Foto: Nepluvi
Nepluvi-voorzitter Gert-Jan Oplaat: "Het is te gek voor woorden dat men in buitenland vol bewondering naar ons kijkt, en dat we hier in Nederland moeten duiken." - Foto: Nepluvi

In eerste instantie hebben we ons gericht op opinieleiders, politici en journalisten. De campagne is puur gericht op imago, om te zorgen dat we in toekomst draagvlak houden om te kunnen blijven produceren zoals we produceren. Een belangrijke stap is geweest dat de sector is gekomen met concepten puur voor de Nederlandse markt. Maar we blijven ook aandragen: laat ons ruimte om ook gangbaar te blijven produceren.”

Hoe succesvol was de campagne?

“Het is lastig om te meten. Maar als voorbeeld geef ik altijd: BNR zal nooit zomaar wat op de radio knallen over ons, die bellen nu altijd eerst. Je ziet dat ze daar meer over na gaan denken. Maar dat is een langzaam proces. We zien ook het effect van onze online advertenties. Die hebben 60 miljoen views gehad in twee jaar tijd en onze LinkedIn-adds worden heel goed bekeken. We kregen zelfs complimenten van het Ierse hoofdkantoor van LinkedIn. Op een campagnedag wordt de Kip in Nederland-website gemiddeld 2.000 keer bekeken. Ook onze advertenties in de landelijke dagbladen vallen op. Journalisten slaan daar op aan en gaan ons vragen stellen. Dat is wat we willen: dat niet meer klakkeloos wordt overgenomen wat NGO’s roepen. Het is te gek voor woorden dat men in buitenland vol bewondering naar ons kijkt, en dat we hier in Nederland moeten duiken.”

De campagne krijgt een vervolg?

“Ja, we hebben besloten om door te zetten. Vandaar ook het evenement, om met de eigen club ook dat trotse gevoel meer uit te stralen. De mensen in de sector zijn de beste ambassadeurs die je kunt hebben. We hebben ze met de campagne een gezicht gegeven. Eén van de reacties die je nu krijgt, is ‘goh, het zijn ook gewoon mensen’. We gaan op dezelfde tour met de campagne door, maar proberen het nu breder te trekken door ook thema’s aan te snijden zoals fijn stof en antibiotica. Er zijn continu verdere verbeteringen, we zullen er nooit zijn. De eerste voorbeelden van klimaatneutrale stallen zijn er. Ik ben ervan overtuigd dat we over 5 tot 10 jaar toegaan naar energieleverende stallen.”

Blijven de slachterijen de kar trekken?

“Nu zijn het de pluimveeslachterijen die het geld voor de campagne hebben opgebracht, maar we voeren ook gesprekken met toeleveranciers, zoals voerfabrieken. Het mooiste zou zijn als we budgetten kunnen ophogen om de campagne verder uit te bouwen. In principe kijken we daarvoor naar de periferie. We hebben allemaal hetzelfde belang dat we het imago goed houden.

De pluimveeslachterijen zetten hun imagocampagne voort, om ook in de toekomst draagvlak te houden, zegt Gert-Jan Oplaat. - Foto: Ronald Hissink
De pluimveeslachterijen zetten hun imagocampagne voort, om ook in de toekomst draagvlak te houden, zegt Gert-Jan Oplaat. - Foto: Ronald Hissink

Ook pluimveehouders moeten meedoen: ze zijn ambassadeur. Als er open dagen zijn, zou iedereen mee moeten doen. Het gaat niet alleen om grote advertenties in krant, maar ook om kleine dingen, zoals het vertellen over de sector tegen een schoolkas. Ik ben bijzonder gecharmeerd van de Young Poultry People. Een fantastisch initiatief, daar moeten we meer mee doen.”

U heeft zich publiekelijk kritisch uitgelaten over staatssecretarissen Dijksma en Van Dam. Is dat wel handig?

“Mijn leden zorgen voor 9.000 mensen maandelijks voor een salaris. Als er dan een staatssecretaris komt en die zegt ‘ik ga de plofkip niet in de etalage zetten’, dan zijn we klaar met zo’n figuur. Ik heb een hele discussie met hem gehad en aangegeven dat als ik hem zijn zin gaf we morgen 7.000 van die 9.000 mensen kunnen ontslaan. Weet je wat het antwoord was: nou dan moet dan maar, voor het hogere doel.

‘Het dichtgooien van grenzen bij vogelgriep blijf je houden. Een structurele oplossing zit wat mij betreft in ophokken’

We zijn bezig met markttoegang naar China. Chinezen gaan dierlijk eiwit eten, wil je hen dat onthouden? Dan zegt hij dat ze maar moeten leren geen vlees te eten. Dan heb je totaal geen wereldbeeld. Als mensen welvaart krijgen, gaan ze vlees eten. We hadden met deze man niets meer te verliezen en niets meer te winnen. Nu heb ik goede hoop dat er een andere wind gaat waaien. Binnenkort heb ik een gesprek met de nieuwe minister van Landbouw, daar verwacht ik wel wat van. Ik heb het gevoel dat er bij het ministerie een kentering gaat komen. Waar Van Dam helemaal niets met de landbouw had, merken we nu een andere houding.”

Moet Nederland de wereld voeden?

“Ja. Nederland is daar goed in geweest, waarom zouden we dat nu niet meer mogen? De Chinezen hebben niet eens genoeg land om in de eigen behoefte te voorzien. We moeten tot 2050 net zoveel voedsel produceren als we de afgelopen 4.000 jaar hebben gedaan. Er komen miljoenen mensen bij, en die mensen zullen gevoed moeten worden. Natuurlijk zijn we niet de enigen die dat kunnen en wil dat niet zeggen dat alles hier moet gebeuren, maar we kunnen daar een belangrijke bijdrage in leveren. Niemand produceert zo efficiënt als wij dat doen. Dus de vraag is eerder: waarom zouden we daar niet in meedoen?! We hebben kansen genoeg voor de toekomst, er gaat een gevecht om eten ontstaan.”

Dichte grenzen vanwege vogelgriep bedreigen de pluimveevleesexport. Wat valt daar aan te doen?

“Bij iedere uitbraak gaat er heel veel dicht, dat is echt een grote zorg. Het enige wat je kunt doen is uitbraken voorkomen. Ik vind dat nu (begin december; red.) de kippen naar binnen moeten. Wat mij betreft gaan ze vier maanden per jaar standaard naar binnen. Over laagpathogene vogelgriep hebben we discussie binnen de OIE of je dat wel moet melden. Ruimen van kippen bij laagpathogene vogelgriep is immers een voorzorgsmaatregel. Maar het dichtgooien van grenzen zal je houden. Een structurele oplossing zit wat mij betreft in ophokken.”

Lees meer verhalen rondom het thema ‘Blik op de toekomst’ in het kerstnummer van Pluimveehouderij.

Laatste reacties

  • wienbemelmans

    waar hebben ze in Nederland niks over te zeuren,

  • WGeverink

    In Nederland wordt veel voer geimporteerd. Waarom zouden de Chinezen dat niet kunnen? Zeker als hun buurman een van de grootste graan exporteurs in de wereld is. Het is een slechte eigenschap om te zeggen dat andere landen tot niks in staat zijn als het op landbouw aankomt. Rusland is daarvan een mooi voorbeeld! Rusland is een exporteur van graan en gaat dat met zuivel vlees en groente binnen afzienbare tijd ook worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.