Mechanisatie

Achtergrond 3 reacties

Mini-shovels: alleskunners waar je zo op springt

De mini-shovel heeft een vaste positie verworven. Waar akkerbouwers kiezen voor een heftruck, zijn het de veehouders die de mini-shovel massaal omarmen. Boerderij biedt overzicht in een overvolle markt. En: elektrisch komt eraan.

Deze compacte wielladers zijn in zekere zin de opvolgers van de klassieke trekkers Ford, Inter, Deutz of MF met grondbak. De mini-shovel heeft als voordeel dat je er nog gemakkelijker op en af stapt, dat hij nog compacter is, dat je hoger kunt heffen én dat hij dankzij de snelwissel aan het laadframe erg multifunctioneel inzetbaar is. De 2,5 tons klasse is een optimum tussen sterk en toch compact. Ze zijn in aanschaf niet goedkoop, met prijzen richting de € 30.000. Prijzen van de gevestigde merken liggen dicht bij elkaar. Aziatische nieuwkomers duiken daar onder, maar kunnen niet altijd buigen op een stabiel dealernetwerk of bewezen restwaarde.

Al snel onmisbaar

Eenmaal gekocht wil niemand meer zonder mini-shovel. Kopers verwachten vooraf vaak maximaal 1 uur per dag te draaien voor de gebruikelijke klussen zoals voer aanschuiven, stallen uitmesten of boxen instrooien. De praktijk leert dat dit al snel het dubbele is. Doordat je er snel opspringt is de mini-shovel vaak een praktisch vervoersmiddel op en rond het erf. Iedere koper zal zich erin herkennen dat er na verloop van tijd een heel arsenaal aan (zelfgebouwde) uitrustingsstukken op het erf te vinden is. Van boxenstrooier tot balenklem en van puinriek tot voerschuif. Die veelzijdigheid plus het gemak waarmee je erop stapt, lijken de succesformule van de mini-shovel.

Aantal aanbieders groeit hard

De knikbestuurde mini-shovel is een typisch West-Europese machine. Wereldwijd is de markt voor schrankladers (in de volksmond ook wel ‘Bobcatjes’ genoemd) in deze compacte klasse veel groter. De keuze tussen schranklader of mini-shovel is vaak ingebakken in de cultuur. De mini-shovel wint aan populariteit, dus groeit het aantal fabrikanten nog steeds. Ook in Nederland zijn er 4 fabrikanten van mini-shovels gehuisvest. Pionier en intussen veruit de grootste binnenlandse fabrikant is Tobroco (Giant) dat al jaren van forse groei kent in binnen- en buitenland. Een andere fabrikant van het eerste uur is Sherpa, die richt zich vooral op compactere machines en is daarom niet in dit overzicht opgenomen.

Lees verder onder de foto.

Vrijwel elk merk levert lichtere en/of zwaardere types. De 2,5-tons machines die we in onderstaande tabel op een rij zetten, combineren compacte afmetingen met voldoende kiplast voor het zwaardere werk. - Foto: Peter Roek
Vrijwel elk merk levert lichtere en/of zwaardere types. De 2,5-tons machines die we in onderstaande tabel op een rij zetten, combineren compacte afmetingen met voldoende kiplast voor het zwaardere werk. - Foto: Peter Roek

Overname

Nieuwkomers en verschuivingen zijn er ook. Zo bouwt Peeters Landbouwmachines sinds kort mini-shovels onder de merknaam Pitbull. De prijzen zijn net bekend en staan in de tabel. Minder bekend is Quappen; ook een lokale producent en eind vorig jaar overgenomen door de Reesink Groep, een van de grotere importeurs annex fabrikant van landbouwmachines in ons land. Zo’n overname onderstreept eens te meer dat bedrijven dus brood zien in het bouwen van mini-shovels. Opgeteld zijn er meer dan 20 merken actief in het 2,5 tons segment. Een deel is vrij onbekend en heeft geen uitgebreid dealernetwerk. Sommige merken hebben een slapende importeur, die hebben we weggelaten. Recent betreden ook Chinese merken de markt.

Koop vooral een passende machine

Zoek je een mini-shovel dan is het vooral van belang om een model te kopen dat past bij het werk dat je ermee doet. Hoeveel wil je tillen, hoe hoog en wat verg je van de hydrauliek. In de basis heb je namelijk bij vrijwel elk (gerenommeerd) merk de keuze tussen een model met laag voorfront en een standaardmodel. Bij een laag voorfront is het scharnierpunt van het laadframe verlaagd, en is het laderframe vaak korter. Resultaat is hogere hefkracht en een beter zicht. Nadeel: je levert wel in op hefhoogte. Gangbaar voor de landbouw zijn daarom de standaardmodellen met iets hoger voorfront. Bouwers zoeken hier het optimum tussen hefkracht en toch voldoende hefhoogte.

Telescopisch laadframe

Wil je echt hoog heffen, dan kunnen sommige fabrikanten een verlengd laadframe of zelfs een telescopisch laadframe leveren. Dat gaat dan wel weer ten koste van de stabiliteit. De kiplast zegt iets over deze stabiliteit. Het is de maximale last waarbij je nog stabiel kunt werken. In relatie tot het eigen gewicht zegt het ook wat over de bouwkwaliteit van een machine. Vergelijk je machines, let er dan wel scherp op hoe de kiplast is gemeten. Bij een kiplast-meting met bak zit het gewicht korter op de machine, dat geeft een hogere uitkomst dan gemeten op de palletvorken met de last midden op de lepels. Gerenommeerde fabrikanten vermelden alle waardes in hun folder.

Elektrificeren van deze compacte machines heeft de toekomst

Keuze voor diesel of elektrisch

Los van de keuze voor een bepaald merk of type, is een belangrijke overweging of je voor een mini-shovel met dieselmotor gaat of voor een elektrisch aangedreven model. Omdat veel veehouders in principe vanaf 1 of enkele vaste locaties werken, en de mini-shovel vrijwel nooit een volle dag moet werken, past een elektrische machine in theorie goed op een boerderij. Er resteert tussen het werk genoeg tijd om de accu te laden. Bijkomend voordeel is dat de machine stil is en geen uitstoot kent. Echter, het werken met een zware kuilhapper of de continu aandrijving van een bezem of boxenstrooier vreten energie. De opgegeven actieradius houdt geen rekening met zulk zwaar werk, dus houdt de accu het in praktijk minder lang uit dan voorgespiegeld. Verwachting is wel dat deze markt de komende jaren meer toetreders krijgt, en dat de kwaliteit verder omhoog zal gaan. Elektrificeren van deze compacte machines heeft de toekomst. Regelingen voor jonge ondernemers bieden (lokaal) subsidies voor investeringen in schonere (elektrische) machines. MIA-Vamil maakt versneld afschrijven mogelijk, maar heeft wel de harde eis dat de mini-shovel moet beschikken over een lithium-Ion accupakket. Weinig machines die daadwerkelijk leverbaar zijn voldoen hieraan.

Voordelen elektrisch

► lagere onderhoudskosten
► minder geluid en trillingen
► stroom goedkoper dan diesel
► geen emissie tijdens het werk
► kan (soms) fiscaal gunstig zijn

Nadelen elektrisch

► (meestal) beperkte topsnelheid
► onduidelijk hoe lang acculading meegaat in de praktijk
► weinig aanbieders
► duurder in aanschaf
► restwaarde nog vraagteken

Gebruikt is optie

Mini-shovels van de gevestigde merken blijken erg waardevast. Een voordeel als je nieuw koopt, een nadeel als je op zoek bent naar een occasion. Die zijn aan de prijs. Sommige merken hanteren een afwijkende kleurstelling en gescheiden verkoopkanalen voor de bouwsector en de agrarische markt. Schäffer is daar een voorbeeld van. Wacker Neuson gaat nog een stap verder. Tot dit concern behoren ook Weidemann en Kramer. Voor het bouwsegment verkoopt het bedrijf de Weidemann-wielladers onder Wacker Neuson merknaam. Technisch zijn er meestal weinig verschillen. Ben je op zoek naar een gebruikte mini-shovel? Dan kun je dus op deze manier eenvoudig je zoekopdracht verbreden. Let wel op de uitvoering, in de bouw zijn machines met een laag voorfront vaak de standaard. Ook Gehl, Mustang en Manitou zijn van hetzelfde laken een pak. Tot slot zijn bepaalde types Giant ook onder Kubota-merknaam te koop.

Fabrikanten druk met Fase V-motoren

De vraag naar mini-shovels is momenteel enorm, mede door een recordafzet van machines richting de bouw. Levertijden verschillen flink per fabrikant. Fors meer dan een jaar is bij met name de Duitse fabrikanten geen uitzondering. Een tweede factor is dat de leveranciers (op die termijn) al moeten overschakelen van Fase IIIB-motoren naar Fase IV- en V- motoren. Doordat de verwachte vraag al goed was, kochten importeurs veelal extra in en durven dealers eerder een machine op voorraad te zetten dan in tijden van crisis. Verschillende fabrikanten kunnen zodoende alsnog toch vrij vlot leveren.

Praktijkdoorbraak elektrisch hangt af van draaiuren per acculading

Hoewel de eerste elektrische mini-shovel al vijf jaar geleden op de markt kwam, is het marktaandeel nog zéér beperkt. Naar schatting 1 à 2%. Wel is sprake van een kentering in de markt. De laatste twee jaar kwamen er drie fabrikanten bij. Elektrisch kost nu 1,5 à 2 keer zoveel als een diesel. Toch blijkt de techniek vaak nog in de kinderschoenen te staan. Veel fabrikanten testen nu met prototypes. Elektrische mini-shovels zijn van zichzelf zwaarder door het accupakket. Vergelijk ze dus niet op gewicht met een dieselversie. Het werken met een elektrische machine is een genot: geen trillingen en geen geluid. De techniek moet dan wél uitgerijpt zijn. In de markt is er bijvoorbeeld geen consensus over wat het beste type accu is voor mini-shovels. De crux is dat die óók piekbelastingen goed moet opvangen. Ook bij de actieradius kun je vraagtekens zetten.
Een elektrische mini-shovel bouwen is niet simpel. De komende jaren zal de markt volwassen worden en de praktijk z’n oordeel vellen. Leveranciers merken wel dat de vraag de laatste twee jaar stijgt.

Lees in het digitale magazine van Boerderij een overzicht van 2,5-tons mini-shovels.

Laatste reacties

  • Gerrit Lammertink

    Voor iets meer geld heb je een zwaardere shovel waar je ook voer mee kan laden.
    Kleine shovels zijn leuk speelgoed maar ook ontzettend gevaarlijk omdat men er net datgene mee doet wat net niet kan!
    Die grote baal stro of die net te grote bak zand!

  • Attie

    De vrouw kun je wel één dag missen, shoveltje is lastig!

  • JNJS

    Het idee achter een kleine shovel is, dat het een kleine shovel is. Oftewel handig voor die kleine dingen die je anders met kruiwagen en greep/vork zou doen. Met een grote shovel kom je niet in kleine ruimtes.

Of registreer je om te kunnen reageren.