Home

Achtergrond

Denemarken: boer kan vliegen of neerstorten

Denemarken krabbelt na de landbouwcrisis weer op en raakt meer in trek bij Nederlandse emigranten. Melkveehouders en akkerbouwers moeten wel echte ondernemers en managers zijn om succesvol te worden.

Na de crisis in 2008 en het na-ijlende effect ervan staat de Deense landbouw nog steeds wat onvast op z’n benen. De lage rente verbloemt dat het niet op alle bedrijven even goed gaat. Toch informeren Nederlandse boeren weer vaker naar de mogelijkheden in Denemarken. De belangrijkste redenen: stikstof en Natura 2000-gebieden in eigen land, een ruim bedrijvenaanbod met lagere prijzen, een gelijkwaardig klimaat en de afstand: Zuid-Denemarken ligt op 600 kilometer afstand van Utrecht.

Wie in Nederland geen goede ondernemer is, redt het hier ook niet

Boerderij trok naar Jutland, reed van het Zuiden naar het Noorden, sprak met meerdere Deense boeren en bezocht emigratiebegeleider Siebe Jongsma van Danishfarms. “Je moet hier vooral een goede ondernemer/manager zijn; scherp inkopen en goed omgaan met personeel. Marges zijn klein en schulden zijn relatief hoog. Denemarken biedt veel kansen, maar vraagt ook veel. Wie in Nederland geen goede ondernemer is, redt het hier ook niet.”

Lees verder onder de foto.

Siebe Jongsma (58) is emigratiebegeleider voor Danishfarms. Hij begeleidt sinds 2000 Nederlandse boeren naar Denemarken en heeft zelf een boerenachtergrond. - Foto's: Theo Brummelaar
Siebe Jongsma (58) is emigratiebegeleider voor Danishfarms. Hij begeleidt sinds 2000 Nederlandse boeren naar Denemarken en heeft zelf een boerenachtergrond. - Foto's: Theo Brummelaar

Oppassen met lenen

Jutland is de grootste Deense landbouwregio en is gemengd (melkvee, varkens, akkerbouw). Verreweg de meeste melkveebedrijven bevinden zich in Zuid- en Midden-Jutland. In het Zuiden worden steeds vaker zetmeelaardappelen geteeld. Op het eiland Funen draait het vooral om varkens en akkerbouw (granen). Op het eiland Lolland zijn suikerbieten dominant.

Veel stoppers in Denemarken

In Denemarken is de gemiddelde leeftijd onder boeren vrij hoog. De komende 5 à 10 jaar zullen er veel stoppers bijkomen. “Dat betekent echter niet dat al die extra grond verkocht zal worden”, zegt Jongsma. “Veel stoppers verpachten een deel van hun grond. Ook is er een tendens dat grote investeerders bedrijven met meer dan 500 hectare opkopen en grond en gebouwen vervolgens verpachten.”

Het Deense landschap is heuvelachtig. Dat maakt bewerking soms lastiger. De melkveeregio op zandgrond aan de westkust van Zuid- en Midden-Jutland is wel relatief vlak.
Het Deense landschap is heuvelachtig. Dat maakt bewerking soms lastiger. De melkveeregio op zandgrond aan de westkust van Zuid- en Midden-Jutland is wel relatief vlak.

Banken strenger vanwege Deense ‘bubbel’

Een Deens voordeel is dat emigranten voor melkveebedrijven slechts 15 à 20% eigen vermogen hoeven mee te nemen. Al ligt dat percentage voor varkens- en akkerbouwbedrijven hoger: 35%. Vanwege de Deense ‘bubbel’ zijn banken strenger geworden en kijken ze nu ook naar ondernemerskwaliteiten. Bij onvoldoende startkapitaal kan een boer in Denemarken nog redelijk vlot bijlenen. Wie niet alles kan financieren, kan een tweede hypotheek (6 tot 7% rente) nemen of meedoen aan een starters- of groeilening van de overheid (8% rente). Jongsma: “Je kunt je nog altijd flink in de schulden steken. Een goede ondernemer kent de risico’s, maar moet wel oppassen met lenen.”

Fors lagere grondprijzen

De Deense grondprijzen stijgen de laatste jaren niet hard meer; gemiddeld met 2 à 3% per jaar. In Jutland variëren de hectareprijzen van € 16.000 tot € 27.000. In Zuid- en Midden-Jutland, waar de melkveebedrijven zitten, worden de laagste prijzen betaald. Pacht noteert hier € 475 tot € 675 per hectare. Dit is schrale zandgrond. De rest van Jutland is hoofdzakelijk betere kleigrond. Op het eiland Funen kost een hectare € 20.000 tot € 25.000, terwijl op Lolland de kleigrond het duurst is: bijna € 35.000.

Natura 2000-gebieden

Een voordeel is dat in Denemarken alles precies in kaart is gebracht. Zowel grondklasse als milieu. “Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Natura 2000-gebieden”, zegt Jongsma. “Als boer moet je vooraf altijd een milieucheck laten doen. Zo weet je direct of gevoelige natuurgebieden eventuele uitbreiding in de weg kunnen staan. Voor het bepalen van grondkwaliteit geldt hetzelfde. Je wilt de potentie van het bedrijf en het opbrengstvermogen van de grond kunnen zien.”

Denemarken kent grote percelen en grote loonwerkers. Melkveehouders besteden hun landwerk grotendeels uit. Ze zijn vooral koeienboer en manager.
Denemarken kent grote percelen en grote loonwerkers. Melkveehouders besteden hun landwerk grotendeels uit. Ze zijn vooral koeienboer en manager.

Subsidies voor ruilverkaveling

De verkaveling in Denemarken is relatief goed, maar minder dan in Nederland. De aankoop van een tweede bedrijf op afstand is meestal de reden. Gemiddeld is 65% van de grond huiskavel, er zijn meestal 10 tot 15 veldkavels. De Deense overheid probeert afstanden kleiner te maken door in te zetten op subsidies voor ruilverkaveling. Qua grond zijn er 2 aandachtspunten in vergelijking tot Nederland. Er zitten stenen in de grond (dit zie je minder vaak in de Deense melkveeregio) en het landschap is heuvelachtig. Dat maakt bewerking soms lastiger.

Kant-en-klare melkveebedrijven

Het Deense aanbod van melkveebedrijven is ruim. Bovendien zijn ze vaak kant-en-klaar; met machines, vee en ruwvoer. Emigranten moeten er wel rekening mee houden dat Arla 90% van de zuivelmarkt in handen heeft en gemiddeld iets minder betaalt dan FrieslandCampina. Daarbij komt dat de gemiddelde bedrijfsgrootte 2 tot 3 keer zo groot is als de Nederlandse. De vuistregel is dat zo’n bedrijf € 13.500 per koe kost. Voor € 2,7 miljoen krijg je ongeveer 200 koeien en 110 hectare.

Les is geleerd na de crisis

Lage rente

Deense melkveebedrijven zijn wel zwaar gefinancierd. De grootste bedrijven hebben slechts 6 à 7% eigen vermogen. Jongsma: “Het is scherp zeilen langs de wind en dat vraagt om een continue optimalisering van de kostprijs. Je kunt hier vliegen of neerstorten. Maar de rente is laag en boeren kunnen rentes nu tegen een iets hoger percentage voor 30 jaar vastzetten. Die les is geleerd na de crisis.”

Nauwelijks weidegang

Een Deens melkveebedrijf past nauwelijks weidegang toe en heeft gemiddeld 70% grond in eigendom. Er wordt dus meer gepacht dan in Nederland. Dit zijn meestal korte contracten van één tot vijf jaar. Er is voldoende grond beschikbaar, maar je moet telkens weer opnieuw op zoek.

Medio oktober werd nog volop mais gehakseld. Die teelt is in opkomst. Ook al omdat mais in toenemende mate als brandstof dient voor biogasinstallaties.
Medio oktober werd nog volop mais gehakseld. Die teelt is in opkomst. Ook al omdat mais in toenemende mate als brandstof dient voor biogasinstallaties.

Inkoop krachtvoer relatief goedkoop

Deense voordelen zijn er zeker ook. Door de schaalgrootte zijn de meeste veehouders zelfvoorzienend qua ruwvoer en kunnen ze relatief goedkoop krachtvoer inkopen. Het begrip fosfaatrechten bestaat niet, welstandscommissies zijn er nauwelijks en mestafzet is op transport na gratis. Overal zijn akkerbouwers in de buurt. Al wordt de mestnorm strenger; 30 tot 35 kilo fosfaat per hectare. Loonbedrijven zijn een andere plus. Denemarken kent grote percelen en dito loonwerkers. Bijna al het landwerk wordt uitbesteed. “De Deense melkveehouder is bovenal koeienboer en manager”, aldus Jongsma.

Zetmeelaardappelen in Jutland

Deense akkerbouwers telen vooral wintertarwe en gerst. 75% van alle telers heeft ook een varkenstak en tarwe wordt dan voor de eigen dieren gebruikt. De gemiddelde hectareopbrengst is 6 ton op zandgrond en 9 à 10 ton op de betere klei. Vanwege de gunstige vruchtwisseling wordt ook steeds vaker koolzaad geteeld.

Aardappelen zitten vooral in Jutland in het bouwplan. Daar zijn 3 moderne zetmeelfabrieken er is een goede markt voor. Van belang is wel dat het land niet te heuvelachtig is en er niet te veel stenen in zitten. Ook moeten telers voldoende kunnen beregenen. Fritesaardappelen en uien zijn vaak te risicovolle gewassen en worden sporadisch in het bouwplan opgenomen.

Combinatie varkens en akkerbouw

Voor emigranten biedt een Deens zetmeelaardappel- en granenbedrijf kansen, maar er zijn wel haken en ogen. Een gemiddeld bedrijf heeft tussen de 200 en 300 hectare en 35% eigen vermogen is vaak gewenst. In de startfase zijn de kosten hoog. Ook is de combinatie akkerbouw/varkens zeer gangbaar in Denemarken. Dat is niet voor iedereen weggelegd. Daar staat tegenover dat middelengebruik weliswaar onder druk staat (grondwater), maar niet in de zelfde mate als in Nederland.

Meeste kans met gesloten bedrijven

Voor emigranten is het niet eenvoudig om een varkensbedrijf in Denemarken te kopen. Bedrijven zijn er groter en in tegenstelling tot in Nederland ligt er al snel 100 tot 200 hectare rond het bouwblok. Het voordeel: voer van eigen land en geen problemen met mestafzet. Het nadeel: het forse prijskaartje van zo’n bedrijf. Zeker als een koper ook nog 35% van het aankoopbedrag moet kunnen financieren.

Daarbij komt dat de Deense varkensketen behoorlijk onder druk staat. De huidige goede prijzen ten spijt. Wie toch een bedrijf kan kopen, kan het beste mikken op een gesloten bedrijf (alleen of in samenwerking met andere boeren). Afmesters hebben het een stuk moeilijker.

“Een sterke troef is dat in Denemarken op een zeer hoog niveau geboerd wordt”, zegt Jongsma. “Bedrijfsgebouwen zijn groter, maar ook moderner dan in Nederland. Het kennisniveau is daar ook naar.”

Deense bedrijven zijn modern en groter dan in Nederland. Dat geldt voor alle sectoren. Deze 2 varkensstallen herbergen bijvoorbeeld 1.260 zeugen.
Deense bedrijven zijn modern en groter dan in Nederland. Dat geldt voor alle sectoren. Deze 2 varkensstallen herbergen bijvoorbeeld 1.260 zeugen.

Veel dunbevolkter

Denemarken is qua ruimte meer geschikt voor landbouw dan Nederland. Jutland telt slechts 2 steden van enige omvang: Aarhus (350.000 inwoners) en Aalborg (130.000 inwoners). Het agrarische Zuid- en Midden-Jutland is zeer dunbevolkt. Funen telt ook maar 1 stad: Odense (180.000 inwoners) en in suikerbietenregio Lolland wonen weinig mensen. De Deense infrastructuur (leveranciers, afnemers, loonwerkers) is echter zeer goed, ondanks de grotere afstanden.

Denen zijn daarnaast vriendelijk, maar gereserveerd. Veel gebeurt op afspraak, het is niet de zoete inval. Ook zijn ze trots en nationalistischer. De sociale voorzieningen zijn redelijk vergelijkbaar met de Nederlandse. Al zijn ziekenhuizen meer gecentraliseerd en zijn er relatief veel privéscholen (15% van het totaal).

De Deense landbouw in cijfers

In Denemarken daalde het aantal melkveebedrijven tussen 2012 en 2018 fors, van 3.886 naar 2.555. De schaalvergroting zette in die periode stevig door. Niet eens zozeer qua hectares, nu gemiddeld 174 hectare per bedrijf, maar wel qua aantal koeien. Een gemiddeld Deens veebedrijf had in 2018 maar liefst 202 melkkoeien. Dat waren er in 2012 nog 149. In de varkenshouderij nam het aantal bedrijven minder snel af, van 2.653 (2012) naar 2.169 (2018). Opvallend hierbij: 30% heeft meer dan 200 hectare land; 10% zelfs meer dan 400 hectare. Schaalvergroting is ook hier een feit, want de varkensstapel groeide tussen 2012 en 2018 licht. Er zijn nu 11,5 miljoen varkens, 1 miljoen zeugen en 2,6 miljoen biggen. De Deense akkerbouw is wat lastiger in kaart te brengen, omdat bedrijven veelal gemengd zijn. Nagenoeg elk bedrijf teelt granen. Daarnaast hebben dit jaar 1.792 bedrijven aardappelen in het bouwplan, 809 akkerbouwers telen suikerbieten. Dat blijkt uit cijfers van Danmarks Statistik.

In Denemarken worden steeds vaker biogasinstallaties gebouwd. De reden: er zijn gunstige overheidssubsidies voor.
In Denemarken worden steeds vaker biogasinstallaties gebouwd. De reden: er zijn gunstige overheidssubsidies voor.

Biogas is hot, personeel aandachtspunt

In Denemarken – vooral in het zuiden en westen van Jutland – verschijnen de laatste jaren steeds meer biogasinstallaties. Daar is alle reden toe. Er zijn in tegenstelling tot zonnepanelen goede subsidies voor. De Deense boer is vaak samen met tien tot twintig collega’s aandeelhouder en levert aan een energieleverancier. De brandstof bestaat uit koeien- en varkensmest, maar ook steeds vaker uit mais. De maisteelt neemt om die reden toe.
Personeel
Personeel is juist een aandachtspunt. Veel medewerkers kwamen voorheen uit Oost-Europa, maar in die landen gaat het beter waardoor er minder animo is om in Denemarken te gaan werken. Juist hier is dat een probleem. Bedrijven zijn immers groter en per 100 koeien is gemiddeld 1 medewerker nodig. Om die reden wordt op veebedrijven vaker voorgesorteerd op robotmelken.

Lees meer over agrarisch vastgoed in dit dossier. Weten wat de buurman betaalde voor grond? Of bekijk gemiddelde grondprijzen bij je in de buurt. Check: Koopaktes en grondprijzen

Of registreer je om te kunnen reageren.