Home

Achtergrond

‘Gelderland moet Sillicon Valley agrifood worden’

De provincie Gelderland wil het wereldwijde centrum van innovatie in agri en food worden. Daarvoor wil het grote bedrijven naar de regio trekken.

In mei vindt in Wageningen het F&A Next-evenement plaats. Bedrijven, start-ups en investeerders ontmoeten elkaar daar en willen innovatie naar een hoger level brengen. Provincie Gelderland steunt dit evenement financieel.

De provincie heeft grote ambities op het gebied van innovatie in agri en food. Met de regio Foodvalley wil de provincie hét wereldwijde centrum voor innovatie in de agrifoodsector worden. Daarvoor is Gelderland actief bezig om de onderzoeklocaties van grote bedrijven naar de provincie te halen. Vestigingen van Unilever, FrieslandCampina en Heinz zijn al een feit. Binnen 10 jaar moet het aantal R&D-bedrijven in Foodvalley verdrievoudigd zijn.

Michiel Scheffer is gedeputeerde economie, innovatie en Europa bij de provincie Gelderland. - Foto: Koos Groenewold
Michiel Scheffer is gedeputeerde economie, innovatie en Europa bij de provincie Gelderland. - Foto: Koos Groenewold

Om de ambitie kracht bij te zetten, is het zogenoemde AgriFood 2030-programma in ontwikkeling. Een langjarig programma dat door de provincie, samen met andere partners, wordt opgesteld. Als gedeputeerde van Innovatie, Economie en Europa, is Michiel Scheffer nauw betrokken bij de ontwikkeling van de regio en het programma.

Wat is de ambitie van de provincie Gelderland op het gebied van agrifood precies?

“We willen het Sillicon Valley van de agrifood worden: dé wereldwijde koploper in voedsel en landbouw. (Sillicon Valley is een regio in de Verenigde Staten waar veel innovatieve technologiebedrijven gevestigd zijn, red.). In Foodvalley werken bedrijven en kennisinstelingen samen aan innovatie en kennis binnen de agrifoodsector. We willen die regio nog verder versterken, waardoor meer grote bedrijven hun onderzoeklocaties in Gelderland vestigen. Het Agrifood 2030-programma dat nu in ontwikkeling is, moet die positie verder versterken.”

Agrifood is iets wat bij de provincie past, het is van oudsher zo gegroeid

Wat houdt dit programma precies in?

“Het Agrifood 2030-programma is een langjarig ontwikkel- en financieringsprogramma van de provincie, gemeentes, het ministerie van LNV en bedrijven als FrieslandCampina. Uit het programma moet duidelijk worden wat nodig is om het Foodvalley te worden dat we voor ogen hebben. Alle partners dragen financieel en niet-financieel bij aan het versterken van de regio. Binnen 10 jaar willen we een verdrievoudiging van het aantal R&D-bedrijven in de regio.”

Dat is een grote ambitie waar jullie op inzetten. Waar komt de wens van de provincie vandaan om een grote rol te spelen in de kennis en innovatie in agrifoodsector?

“Het is niet iets dat uit de lucht is komen vallen. Agrifood is iets wat bij de provincie past, het is van oudsher zo gegroeid. Dat moet ook wel, want je moet niet de beste willen zijn in iets dat niet in je genen zit. Als je erachter komt waar je goed in bent, kun je dat versterken en dat is precies wat het doel is. Daarbij willen we als provincie een rol spelen in de opgaves waar we voor staan, zoals de eiwittransitie, het produceren van voedsel met een kleinere voetafdruk, het inzetten van precisielandbouw en het inzetten van voeding om de gezondheid van mensen te verbeteren.”

De universiteit is niet alleen belangrijk vanwege het vele onderzoek dat er gedaan wordt

De regio Foodvalley bestaat officieel uit 8 gemeentes. Is het Agrifood 2030-programma beperkt tot dit gebied?

“Nee, Foodvalley kent eigenlijk geen grenzen. Het is een netwerkmodel. Als we door samenwerking met een bedrijf in Friesland of België meer kunnen bereiken, gebeurt dat ook gewoon. We hebben wel de stelregel dat we alleen dingen doen als we ermee de beste kunnen worden. Daarom kijken we ook continu naar wat andere regio’s doen. Soms betekent dat dat je nee moet zeggen tegen dingen die niet goed genoeg zijn. Dat is dan jammer, maar wel nodig om onze ambitie te volgen.”

Kunt u een voorbeeld noemen van zo’n samenwerking met andere regio’s?

“Het technologie- en innovatiecentrum OnePlanet is een goed voorbeeld. Dat is een samenwerking tussen de Radboud Universiteit Nijmegen, Wageningen Universiteit en het internationale onderzoeksinstituut Imec. Imec doet onderzoek op het gebied van micro-elektronica en nanotechnologie. In de samenwerking worden innovatieve technologieën ontwikkeld voor voeding, landbouw en gezondheid. Bijvoorbeeld slimme sensoren om voedingsstoffen in de bodem te meten.”

(Kort na het interview stemden Provinciale Staten van Gelderland in met de opening van het centrum in Gelderland en een financiering van € 65 miljoen voor OnePlanet, red.)

Start-ups hebben de intrinsieke motivatie om iets nieuws te doen

Om de ambitie van Foodvalley waar te maken, is onder andere de wens om meer grote internationale bedrijven naar Gelderland te trekken. FrieslandCampina, Unilever en Heinz zijn er al neergestreken. Hoe krijg je dat voor elkaar?

“Daarvoor is onder andere een aantrekkelijk vestigingsklimaat nodig. Voorzieningen zoals genoeg woningaanbod, goede infrastructuur en aanbod van cultuur bepalen onder meer of bedrijven zich in de regio willen vestigen. Ook draagt de aanwezigheid van Wageningen University & Research bij aan het wekken van interesse bij de grote bedrijven. Met ontwikkelingsmaatschappij OostNL doen we gerichte acquisitie naar bedrijven die de regio kunnen versterken. Zo hebben we nu bijvoorbeeld iemand in het Verenigd Koninkrijk om Foodvalley in beeld te brengen bij bedrijven die op zoek zijn naar alternatieve plaatsen voor hun bedrijf vanwege de brexit.”

Op welke manier is WUR belangrijk voor het wekken van interesse bij grote bedrijven?

“De universiteit is niet alleen belangrijk vanwege het vele onderzoek dat er gedaan wordt. Alumni van WUR verspreiden zich over de hele wereld. Daardoor ontstaat wereldwijd een krachtig netwerk van WUR-alumni. Dat is aantrekkelijk voor bedrijven die zich in de regio willen vestigen. Daarnaast beginnen afgestudeerde studenten vaak een eigen bedrijfje, een start-up, en dat is ook aantrekkelijk voor grotere bedrijven. Start-ups zijn belangrijk voor bestaande bedrijven voor het binnenhalen van nieuwe ideeën. Start-ups hebben de intrinsieke motivatie om iets nieuws te doen.”

Het Forumgebouw van de universiteit van Wageningen. - Foto: ANP
Het Forumgebouw van de universiteit van Wageningen. - Foto: ANP

Start-ups zijn dus een belangrijke factor voor innovatie. Wat is verder nog nodig om innovatie naar een hoger level te brengen?

“Er zijn 3 dingen die innovatie stimuleren. Ten eerste is dat het bij elkaar brengen van partijen. Dat kan bijvoorbeeld via georganiseerde meetings en seminars. Vervolgens zijn er bedrijven die financieel sterk genoeg zijn om zelf een samenwerking op te pakken, maar ook bedrijven die dat niet kunnen. Daarvoor is (ten tweede) financiële hulp essentieel. Als provincie kunnen we dit bijvoorbeeld doen door het uitgeven van groeivouchers: een subsidiebedrag voor het inzetten van experts. Die vouchers worden uitgegeven via Oost NL, een ontwikkelingsmaatschappij die publiek geld investeert in ondernemers in Oost-Nederland. Ten derde is het aanbieden van proeftuinen een belangrijke factor voor innovatie. Bedrijven op alle niveaus moeten de kans krijgen om nieuwe dingen uit te proberen. Een voorbeeld hiervan is het project Kunstmestvrije Achterhoek.”

Bedrijven samenbrengen om zo innovatie te bevorderen

Wat is een concreet voorbeeld van zo’n investering van Oost NL?

“Solynta is een bedrijf in Wageningen dat nieuwe aardappelgewassen kweekt uit zaad in plaats van uit pootaardappelen. Een baanbrekende innovatie. Ze zijn nog niet zo lang geleden gestart. Via Oost NL hebben we aandelen in dit bedrijf gekocht, zodat Solynta zich verder kan ontwikkelen. Solynta is maar 1 voorbeeld. We hebben via Oost NL al zo’n 800 starters begeleid.”

Gaat dat begeleiden van starters zo makkelijk? Wat zijn uitdagingen in het helpen van starters?

“Het gebruik van overheidsgeld voor het helpen van starters is altijd lastig. De starters moeten voldoen aan veel financiële voorwaarden. Maar we zien nu de beweging dat steeds vaker rijke mensen gaan investeren in start-ups in plaats van in bijvoorbeeld vastgoed. Dat is een positieve ontwikkeling om innovatie door middel van start-ups verder te helpen.”

In mei vindt op de Wageningen Campus het F&A Next-event plaats. Gelderland steunt dit evenement financieel. Hoe belangrijk is dit event voor de ambitie van de provincie?

“Het evenement past heel goed bij de ambitie en bij de provincie. Het evenement draagt bij aan wat we voor ogen hebben: bedrijven samenbrengen om zo innovatie te bevorderen. Het evenement is dan ook beeldbepalend voor de regio als wereldwijd centrum voor voedsel- en landbouwinnovatie.”

Of registreer je om te kunnen reageren.