Home

Achtergrond

Korte keten kan impuls gebruiken

Korte keten is een toverwoord. Maar wat is het en wat kan een meer directe band tussen producent en consument verbeteren aan de werking van de markt en de positie van boeren?

De korte ketens poppen overal op. Waren het tien jaar geleden nog enkele initiatieven, nu zie je steeds meer boerderijwinkels en voedselboxconcepten. Zo bezocht Koning Willem-Alexander dit najaar de coöperatie Herenboeren in Boxtel, een initiatief van 200 huishoudens die duurzaam voedsel laten telen in een kleinschalig gemengd boerenbedrijf. Zonder tussenhandel. Het is een succes omdat het goedkoper is dan biologisch voedsel in de supermarkt en het verbindt.

Er komen steeds meer van die Herenboeren bij, pioniers die de bestaande patronen doorbreken en laten zien dat het mogelijk is duurzame producten tegen een goede prijs af te zetten. Ondanks de populariteit hebben de korte ketens nog te weinig klandizie om uit te groeien tot een volwaardig alternatief voor de supermarkt.

De tekst gaat verder onder de foto.

Koning Willem-Alexander op werkbezoek bij de coöperatie Herenboeren Wilhelminapark in Boxtel. De leden hiervan produceren op een kleinschalig gemengd bedrijf onder meer varkens en groente en fruit. - Foto: ANP
Koning Willem-Alexander op werkbezoek bij de coöperatie Herenboeren Wilhelminapark in Boxtel. De leden hiervan produceren op een kleinschalig gemengd bedrijf onder meer varkens en groente en fruit. - Foto: ANP

Met de consumentencampagne ‘De Kortste Weg’ probeert Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland samen met Zuid Hollands Landschap en Natuurmonumenten de inwoners uit de provincie te verleiden vaker te eten uit de korte keten. De campagne richt zich op de eigen achterban, die uit 25.000 mensen bestaat, met als einddoel 20.000 nieuwe klanten.

In korte keten consument bewust maken

Een korte keten betekent dat er weinig schakels zijn tussen producent en consument, zoals supermarkten en distributiecentra. Ook minister Schouten van Landbouw onderstreept het belang ervan. Zo is er een Taskforce Korte Keten en start ze handelsmissies om gesprekken aan te gaan met de supermarkten om obstakels weg te nemen over prijs en logistiek. Ook gaat ze bij overheidsinstellingen langs om te praten over duurzame catering.

Volgens projectleider Fleur Norbruis van Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland moet de samenwerking tussen boeren en consument worden versterkt, zodat de consument ziet waar het eten vandaan komt en dan bereid is een ‘eerlijke prijs’ te betalen voor het duurzame of ‘ambachtelijke’ voedsel van de boer uit de regio. “Ik geloof dat emotie bij het kopen uit de korte keten werkt. Dat wanneer je ziet waar en hoe het gemaakt wordt, je ook meer geld voor je eten overhebt. Het is vaak ook nog gewoon lekkerder”, aldus Norbruis.

De tekst gaat verder onder de tweet.

Weinig mensen zijn echt bezig met duurzaamheid

Volgens Jan Willem van der Schans, onderzoeker korte ketens bij Wageningen Economic Research (WEcR), is het slechts een aanname dat een deel van die achterban bereid is te kopen uit de korte keten. Van der Schans was als adviseur betrokken bij de campagne, maar mist de feitelijke onderbouwing. “Het gaat qua omzet sowieso ook om die klimaatsceptische Rotterdammer met een kleine portemonnee, die weinig geld overheeft voor voedsel en nog minder op heeft met politieke correctheid. Bovendien is het ook nog maar de vraag of een liefhebber van natuur wel een ‘donkergroene’ consument is. Uit onderzoek blijkt namelijk dat 80% van de mensen op vragen over het klimaat politiek gewenste antwoorden geeft, maar dat slechts 10% zich verdiept in het verhaal van duurzaamheid.”

Direct overleg met de consument zorgt voor een boel dynamiek, maar je moet er vooral plezier aan beleven

John Grin, hoogleraar duurzaamheidstransitie aan de Universiteit van Amsterdam (UVA), vindt de campagne absoluut nuttig vanwege de ontwikkeling van nieuwe manieren van produceren die kennis opleveren en waar de grotere bedrijven en kennisinstituten zoals WUR weer mee aan de slag gaan. “De innovaties in de korte keten zijn belangrijk voor het grotere plaatje: verduurzaming van de landbouw. Korte ketens kunnen helpen bij het wegzetten van duurzame producten. Omdat de tussenhandel ontbreekt en de boer rechtstreeks afspraken maakt met de afnemers, krijgt hij een betere prijs. De boer moet namelijk wel extra duurzaamheidsinvesteringen doen, die hij door de ‘machtsverhoudingen’ in de lange keten niet terugverdient.”

Verdienvermogen moet uit specialiteit komen, niet uit bulk

Landbouw minister Schouten heeft daarom de Taskforce Verdienvermogen ingesteld, die onlangs met concrete aanbevelingen kwam over randvoorwaarden die essentieel zijn voor het verdienmodel van de agrarische ondernemers bij de omschakeling naar circulaire landbouw. Toch is er volgens Van der Schans wel wat te halen voor de boer. In de korte keten handelt hij rechtstreeks met de klant zonder tussenkomst van Unilever of FrieslandCampina en daar kunnen mooie innovaties uitkomen, die weer op de langere termijn relevant zijn voor de Unilevers van deze wereld.

Van der Schans: “Het gaat niet om bulk maar om de specialiteit. De boer appelleert niet aan de prijs, maar aan de unieke ervaring van de klant: de beleving. Je moet het product zo verpakken en in de markt zetten dat de consument het leuk vindt.”

De tekst gaat verder onder de grafiek.

De consumentencampagne ‘De Kortste Weg’ richt zich op meer transparantie over het ontstaan van de prijs, op verbreding van kennis en spreekt de consument aan op bewustzijn en verantwoordelijkheid. “Het is echt een complex verhaal”, zegt ook de hoogleraar uit Amsterdam. Uiteindelijk moet er volgens beide deskundigen een gedragsverandering plaatsvinden bij de consument. Grin maakt daarnaast korte metten met de gezondheidsclaims van natuurorganisaties, want voedsel uit de korte keten is niet per definitie gezonder. “Je hoort het vaak als argument, maar het is klinkklare onzin.”

Abstracte termen zetten consument niet aan te kiezen voor duurzaam

Van der Schans stelt dat voor de gemiddelde consument duurzaamheidsclaims over bijvoorbeeld CO2-uitstoot te abstract zijn en geen invloed hebben op de aankoopbeslissing. Hij noemt als voorbeeld de discussie over vliegen. “Iedereen vindt minder vliegen belangrijk, maar bijna niemand pakt de zeilboot naar New York. “Je moet duurzaamheidsclaims zo verpakken dat het de consument meteen raakt. Hij noemt gemak, smaak en kleur. Een voorbeeld: een boer verkocht biologische kaas op de markt maar het liep niet want de mensen dachten: biologisch, dat zal wel duur zijn. Toen veranderde hij het bordje in ‘zelfgemaakte boerenkaas’ en liep het storm. Houd de boodschap vooral eenvoudig en ‘down to earth’. Met andere woorden: val er niemand mee lastig.”

Grin vult aan: “Je vraagt iets van mensen wat ze niet gewend zijn en waar ze over na moeten denken. Wij handelen allemaal routinematig, ook u en ik.”

“En nog een ding”, zegt Van der Schans: “Ik zeg niet dat 80% van de boeren in de korte keten moet werken. Direct overleg met de consument zorgt voor een boel dynamiek, maar je moet er vooral plezier aan beleven.”

Of registreer je om te kunnen reageren.