Home

Achtergrond

Op zoek naar draagvlak bij boer voor klimaataanpak

Mooie doelen stellen voor het klimaat is niet genoeg. Bedrijven, overheid en consumenten zijn samen aan zet om klimaatdoelen te halen. Dat besef is aanwezig en ideeën om het uit te werken, zijn er volop, zo bleek tijdens een bijeenkomst bij Rabobank over het Klimaatakkoord.

Klimaatakkoord, dat klinkt goed. Maar wat betekent het voor mijn bedrijf? En als ik moet investeren, hoelang is dan de terugverdientijd? Met termijnen van 20 jaar of langer kan een bedrijf niets. Doelen moeten concreet worden. Efficiënter grondstoffen gebruiken en afvalstromen hergebruiken, lagere rente voor bedrijven die duurzaam produceren, winstdeling van een windmolen voor meer draagkracht in de omgeving, minder verspilling van voedsel of alleen nog maar aardwarmte in de kassen. Meer aandacht voor klimaat in het onderwijs. Zomaar een paar ideeën en aandachtspunten die geopperd zijn tijdens een recente bijeenkomst bij Rabobank in Utrecht. Een brede groep boeren, vertegenwoordigers van toeleverende en verwerkende industrie, belangenbehartigers, provinciebestuurders en politici spraken over de uitwerking van het Klimaatakkoord voor de land- en tuinbouw. In een informele bijeenkomst kon iedereen vrijuit ideeën en oplossingen aandragen.

Zonnepanelen, windmolens en aardwarmte zijn voorbeelden van investeringen die inmiddels op grote schaal worden toegepast in de land- en tuinbouw. Meer maatregelen zijn nodig om de CO2-uitstoot verder te reduceren voor 2030. - Foto: Bert Jansen
Zonnepanelen, windmolens en aardwarmte zijn voorbeelden van investeringen die inmiddels op grote schaal worden toegepast in de land- en tuinbouw. Meer maatregelen zijn nodig om de CO2-uitstoot verder te reduceren voor 2030. - Foto: Bert Jansen

Duidelijkheid en aanpassing van regels

Daar klonken bovendien meerdere oproepen aan de overheid om duidelijkheid en aanpassing van regels. Ofwel: voorkomen dat bedrijven die aan de slag willen met minder uitstoot worden tegengewerkt door ‘oude’ regels. Bijvoorbeeld door de Crisis- en herstelwet om te vormen naar een Klimaat- en herstelwet.

Niet achteroverleunen

“Het Klimaatakkoord van juli is nog niet meer dan een hoofdlijn van een nog te sluiten akkoord”, relativeerde Pieter van Geel het voorstel dat eerder dit jaar is gepresenteerd . Van Geel is voorzitter van de sectortafel Landbouw en landgebruik. Hij benadrukte dat het allemaal heel snel is gegaan en dat er in hoog tempo hoofdlijnen zijn opgesteld. Bovendien in overleg met vrijwel alle partijen die een rol spelen in de land- en tuinbouw. Van boer tot consument en alles wat daartussen zit. Maar het moeilijkste is de gang erin houden. Niet achteroverleunen nu er een eerste aanzet is gegeven.

Directievoorzitter Wiebe Draijer van Rabobank benadrukte het belang van het Klimaatakkoord van Parijs in het algemeen, maar ook voor de bank zelf. En de dilemma’s:

  1. er is tijdsdruk, maar als je meer tijd neemt, is meer mogelijk;
  2. regionale kringloop klinkt goed, maar geografisch ruimer kijken maakt meer mogelijk;
  3. minder CO2 is al lastig genoeg, en er zijn meer zaken die een rol spelen.
Pieter van Geel, voorzitter van de sectortafel Landbouw en landgebruik. - Foto: Roel Dijkstra
Pieter van Geel, voorzitter van de sectortafel Landbouw en landgebruik. - Foto: Roel Dijkstra

Draagvlak is cruciaal

Draagvlak voor vergaande klimaatmaatregelen is cruciaal. In een zaal met een flink aantal ondernemers worden natuurlijk de commerciële kansen genoemd. Inspelen op klimaatmaatregelen kan immers een betere positie opleveren op markten waar consumenten bereid zijn ervoor te betalen. Sterker nog, het kan een voorwaarde worden om te kunnen produceren en ondernemen als het wordt vastgelegd in regels of vanuit de markt wordt geëist. Tegelijkertijd wordt de prijs van veel producten meer of minder bepaald door de wereldmarkt. Alleen al binnen de EU zijn er grote verschillen in wensen van consumenten en inkomens.

Een nieuwe stapel regels in sectoren waar de regeldruk nu al groot is funest voor het draagvlak bij boeren

Grotere weerstand door meer regels

Funest voor het draagvlak bij boeren is een nieuwe stapel regels in sectoren waar de regeldruk nu al groot is. Nog een regel erbij voor een doel dat ver in de toekomst ligt, maar nu geld kost, maakt de weerstand alleen maar groter. Dat wil niet zeggen dat er geen maatregelen genomen moeten worden. Maar er ligt wel een flinke opgave om kennis te verbeteren over de noodzaak en vooral ook de mogelijkheden van klimaatmaatregelen, bijvoorbeeld in het onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Ook kennisuitwisseling tussen bedrijven kan nog veel beter. Laten zien dat minder uitstoot van CO2 mogelijk is en hoe het werkt, kan anderen over de streep trekken. Zeker als er een werkend verdienmodel bij hoort. Dat laat ook zien dat boeren en tuinders onderdeel van de oplossing zijn, zoals voorlopers nu al doen.

Bij alle veranderingen moet er wel perspectief zijn. Bedrijven moeten ervan op aan kunnen dat regels niet zomaar gaan veranderen. Duurzaam produceren mag niet leiden tot een concurrentienadeel

Integrale aanpak soms beter, maar niet altijd

Samenwerking tussen bedrijven in verschillende sectoren is nodig voor het efficiënter gebruik van grondstoffen en verwerking van reststromen. Voorbeelden zijn de uitwisseling van voer en mest, maar ook het gebruik van restproducten als veevoer. Dat vraagt om een integrale (samenhangende) aanpak om de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen te verlagen. Dat kan voorkomen dat er allerlei losse initiatieven komen om de uitstoot te verlagen, bij een betere samenwerking zou de totale reductie veel groter zijn. Een belangrijk gevaar van een integrale aanpak is dat maatregelen veel te ingewikkeld worden. Niet meer uit te leggen en bovendien is het effect van afzonderlijke maatregelen dan lastiger aan te tonen. Het gevolg is dat je zoveel tegelijk wilt regelen dat er vrijwel niets gebeurt.

Steun voor maatregelen

Tal van bedrijven zijn al volop bezig met duurzaam produceren met minder CO2-uitstoot. Bij alle veranderingen moet er wel perspectief zijn. Bedrijven moeten ervan op aan kunnen dat regels niet zomaar gaan veranderen. Duurzaam produceren mag niet leiden tot een concurrentienadeel.

Het is nog een lastige discussie. Het besef dat klimaatmaatregelen nodig zijn is er wel, al gaan de consequenties menigeen nog wel wat ver of zelfs veel te ver. Zeker als het bedrijven en de consument in de portemonnee gaat raken. Aan de andere kant is er ook het besef dat nu meer dan ooit gezamenlijke inzet nodig is om klimaatveranderingen om te buigen.

Meerdere claims op grond

De claims op de beperkt beschikbare grond in Nederland vormen samen een enorme olifant in de kamer. Alle partijen weten het, maar er wordt amper over gesproken. Die vaststelling lanceerde Pieter van Geel, voorzitter van de klimaattafel Landbouw en landgebruik, tijdens de klimaatbijeenkomst bij Rabobank. Vanuit allerlei richtingen wordt een claim gelegd op grond. Er moeten in de komende decennia onder meer 1 miljoen huizen gebouwd worden, meer windmolens en zonneparken aangelegd worden en er moet 100.000 hectare bos bij. Tegelijkertijd moet er meer biomassa geproduceerd worden en moet de landbouw extensiveren volgens de recente Landbouwvisie van minister Schouten. De melkveehouderij moet uiteindelijk grondgebonden worden.

Het is een van de grote hordes die nog genomen moeten worden voor er een definitief klimaatakkoord afgesloten kan worden. De uiteindelijke afweging tussen de verschillende doelen kunnen ondernemers niet zelf maken. Daarvoor is de overheid aan zet. Die roep om regie door de overheid is nog eens bevestigd tijdens de bijeenkomst.

Pieter van Geel is een van de sprekers op het evenement ’Grondgebonden ondernemen’.

Doelen landbouw en landgebruik haalbaar

Voor de sectortafel Landbouw en landgebruik is binnen het klimaatakkoord gerekend met een reductie en vastlegging van 3,5 megaton CO2 in 2030. Voor geheel Nederland is dat bijna 49 megaton in 2030. Binnen landbouw en landgebruik is die doelstelling haalbaar, maar het gaat ook minimaal € 200 miljoen per jaar kosten. Dat heeft het Planbureau voor de Leefomgeving berekend op basis van het akkoord dat in juli 2018 is gepresenteerd.

De regering heeft ingestemd met de julivoorstellen, de Tweede Kamer gaat er deze week over praten. De tijd wordt wel krap. Eind december moeten er uitgewerkte voorstellen liggen van de klimaattafels. Dat moeten ‘doorrekenbare en heldere afspraken’ zijn volgens voorzitter Pieter van Geel. In januari 2019 gaan de voorstellen naar de achterbannen voor raadpleging en gaan ze voor toetsing naar de planbureaus.

Of registreer je om te kunnen reageren.