Home

Achtergrond 3 reacties

‘Graag in gesprek met kritische meedenkers’

Het bio-keurmerk is te star en gebaseerd op ideeën uit de vorige eeuw. Dat vindt melkveehouder Freek van Leeuwen.

Van Leeuwen (39) heeft samen met zijn partner en ouders een biologisch melkveebedrijf met vijftig koeien in het Zuid-Hollandse Stompwijk. Driekwart van de melk wordt verkaasd en als Wilde Weide Kaas op de markt gebracht. De verkoop vindt plaats via onder meer de eigen boerderijwinkel, een aantal vestigingen van Ekoplaza en de Groene Hart Landwinkels. Agrarisch natuurbeheer is een andere belangrijke pijler onder het bedrijf.

Richtlijnen bio-keur ouderwets

Van Leeuwen is in hart en nieren biologisch boer, maar de reglementen van het bio-keurmerk zijn hem te star, ze rieken te veel naar de vorige eeuw. “Begrijp me niet verkeerd, het bio-keurmerk is een van de bekendste keurmerken. Consumenten hebben er vertrouwen in. Maar het gaat wel om een keurmerk waarvan de richtlijnen niet meer passen bij de maatschappelijke wensen van deze tijd.”

Het verschil tussen de biologische en de gangbare melkveehouderij wordt steeds kleiner. Gangbare boeren gebruiken minder kunstmest, bestrijdingsmiddelen en antibiotica. “Toch zijn de regels waar biologische bedrijven aan moeten voldoen sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw nauwelijks aangescherpt”, constateert hij.

Freek van Leeuwen: “Het verschil tussen biologisch en gangbaar wordt steeds kleiner.”
Freek van Leeuwen: “Het verschil tussen biologisch en gangbaar wordt steeds kleiner.”

Extra maatregelen vermarkten

Van Leeuwen gaat op zijn bedrijf veel verder als het gaat om een duurzame bedrijfsvoering. Of het nu gaat om energieproductie, agrarisch natuurbeheer of aanleg van groenstroken om vlinders te trekken, hij is er allemaal mee bezig. Probleem is echter dat hij die extra maatregelen in feite niet kan vermarkten. Het bio-keurmerk gaat er niet over. In zijn eigen winkel kan hij aan de consumenten nog wel uitleggen wat hij extra doet, “maar op andere plekken waar onze kaas ligt, is dat een stuk moeilijker.”

Vanuit die gedachte is hij gaan nadenken over een andere strategie. Hij voelt weinig voor de opzet van een nieuw, strenger bio-keurmerk. De wensen van de samenleving veranderen voortdurend, een keurmerk loopt er altijd achteraan. “Het mooiste is als een milieuorganisatie, liefst eentje met ontzettend veel leden zoals Natuurmonumenten, mijn bedrijfsvoering beoordeelt en waardeert waarna ik dat vervolgens met een stempel op mijn kaas kan vermelden.”

‘Ik zie een parlement met vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties voor me’

Parlement

Zijn Proeftuin voor een democratische landbouw komt uit die gedachtegang voort. “Ik zie een parlement met vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties voor me die met mij in gesprek gaan over de bedrijfsvoering op ons bedrijf. Ik doe voorstellen en voer uit, vorm in feite de regering. Het parlement gaat niet op mijn stoel zitten – ik ben en blijf de ondernemer – maar kan wel voorstellen doen voor bepaalde natuur- en milieumaatregelen.”

Kalf bij de koe als voorbeeld

Waar kan het dan over gaan? Als voorbeeld noemt Van Leeuwen het onderwerp kalf bij de koe. “Dat onderwerp leeft echt bij burgers, ik krijg daar al jaren vragen over bij mij in de winkel. Ik wil graag een stap vooruitzetten, maar de praktijk is weerbarstig. In samenspraak met zo’n parlement kan ik bekijken wat wel en niet mogelijk is. Zo krijg ik ook begrip voor het feit dat niet alles dat wenselijk is ook kan worden gerealiseerd. Samen gaan we dan op zoek naar verbeteringen die wenselijk zijn, maar ook economisch rendabel.”

Extra marketinginstrument

Het is allemaal nog lang niet uitgekristalliseerd. Welke organisatie wil bijvoorbeeld meepraten in zo’n boerenparlement? Van Leeuwen denkt aan Vogelbescherming, Natuurmonumenten, Wakker Dier en misschien Greenpeace. “Helder is wat mijn voordeel van deze aanpak is: ik krijg een extra marketinginstrument in handen. De organisaties die meedoen moeten er natuurlijk ook voordeel bij hebben. De vraag is welke tegenprestatie zij verlangen.” Van Leeuwen heeft inmiddels een aanvraag ingediend voor een Europese subsidie om – als er inderdaad geld loskomt – zijn democratische boerderij verder handen en voeten te geven.

Laatste reacties

  • farmerbn

    In een democratie is het parlement de baas en legt diktaten op. Als natuurmonumenten de kalveren bij de koe wil dan is dat een verplichting. De heer Van Leeuwen denkt dat hij met een goed gesprek daar dan onderuit komt maar dat is niet mogelijk want anders geeft natuurmonumenten niet zijn stempeltje. Ik zou de toekomst van mijn veehouderijbedrijf niet aan Thieme en de hare geven. Ook niet aan die andere organisaties.

  • Bennie Stevelink

    WakkerDier moet ook meedoen terwijl WakkerDier een volledig vegetarisch Nederland als einddoel heeft?

    En waarom moeten organisaties daar over meepraten? Je vraagt toch gewoon aan de consument waar hij wel of niet voor wil betalen?

  • DJ-D

    De organisaties die je omschrijft zijn niet meer zoals ze vroeger zijn opgericht. Het grote geld regeert. Halve waarheden vertellen en angst/haatzaaien om zoveel mogelijk potjes en donaties binnen te halen.

    Een echt duurzame manier van boeren is evenwichtsbemesting met meer gebruik van dierlijke en groene kunstmest. Zorgen voor een kringloop en geen roofbouw. Leg ze dat maar eens uit.

Of registreer je om te kunnen reageren.