Expertblog

1 reactie

‘Kies je voor kilo’s of kwaliteit bij pootgoed?’

Een goede reputatie van ons pootgoed, daar doen we het uiteindelijk toch voor? Dan is meer aandacht voor het gewas nodig. Dat zal de pootgoedreputatie meer versterken dan vooral kijken naar kilo‘s.

De Nederlandse pootgoedsector heeft zich na de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld tot de grootste exporteur van pootgoed in de wereld. Uit de schoolboekjes en het promotiemateriaal leren we dan dat dit komt omdat we vanuit Nederland betere kwaliteit kunnen leveren door het gunstige klimaat, het vakmanschap van onze telers en de goede infrastructuur rond productie en export van pootgoed.

Een van die belangrijkste pijlers van die kwaliteit was de lage besmetting met virussen, wereldwijd het grootste probleem bij pootgoedproductie.

Als je vijf jaar geleden met iemand uit de pootgoedsector sprak, dan kreeg je ook te horen dat virussen in Nederland geen probleem meer waren

Als je vijf jaar geleden met iemand uit de pootgoedsector sprak, kreeg je ook te horen dat virussen in Nederland geen probleem meer waren; dit hadden we volledig onder controle door selectie, insecticiden en olie. Bacterie werd als het echte probleem van de sector gezien en daar moest wat aan gebeuren.

Lees verder onder de foto.

Nacontrole van pootgoed. - Foto: Ton Kastermans Fotografie
Nacontrole van pootgoed. - Foto: Ton Kastermans Fotografie

Toenemende virusdruk de laatste drie jaar

De laatste drie jaar is het hierboven geschetste beeld helemaal omgeslagen. We zien de afgelopen jaren toenemende virusdruk in het veld en vooral veel klasseverlagingen in de nacontrole bij de NAK. Dit jaar lijkt daarbij de kroon te spannen, op 1 oktober was 50% van het pootgoed gekeurd; van deze 50% was 38% in klasse verlaagd. De praktijk van de laatste jaren geeft geen hoop dat dit percentage veel minder wordt.

Zachte winters, neonicotinoïden en strenge NAK

Uit de praktijk hoor je veel verschillende redenen voor deze virusbesmettingen: de zachte winters van de laatste jaren, besmettingsopbouw in pootgoed van voorgaande jaren, het afschaffen van neonicotinoïden, de weinige expressie en moeilijke selecteerbaarheid van nieuwe rassen, en er zijn zelfs opportunisten die roepen dat de NAK veel te streng keurt. Vermoedelijk zal alles een beetje hebben bijgedragen, behalve de NAK-testen, want die zijn bij mijn weten de laatste vijf jaar niet veranderd.

Drie methoden tegen virus

Wat moeten we eraan doen? Recent onderzoek uit Zwitserland geeft de drie belangrijkste methodes om virus tegen te gaan:

  1. Vroeg en regelmatig spuiten met oliën;
  2. goed selecteren van planten om virusbronnen weg te nemen, en:
  3. vanggewassen tussen het pootgoed planten om te zorgen dat minder luizen op de aardappelen terechtkomen.

De eerste twee methodes zijn al volop in gebruik in Nederland, al wil men nogal eens terughouden met olie zijn, omdat dit ook opbrengst kost. Naast de bovenstaande methodes kunnen we ook eens proberen te evalueren wat er de laatste jaren veranderd is in de pootgoedteelt en ons afvragen welke van deze veranderingen een nadelige invloed op de kans op virusbesmettingen hebben.

Pootgoed langer op veld, groter besmettingsrisico

Vanuit de cijfers zien we dat minder bedrijven meer pootgoed zijn gaan telen, waardoor selectie minder aandacht krijgt. Tegelijkertijd zien we een trend dat het pootgoed langer op het veld blijft staan om meer kilo’s te produceren, waardoor het besmettingsrisico toeneemt; 2018 was hierin vrij extreem.

Ik vraag me af of we door meer aandacht voor het gewas en dus de kwaliteit en door ons minder richten op de kilo’s al niet een eerste stap kunnen zetten

Als ik dit zo zie, vraag ik me af of we door meer aandacht voor het gewas en dus kwaliteit en door ons minder richten op de kilo’s al niet een eerste stap kunnen zetten. Dit zal op korte termijn wat geld kosten, maar op langere termijn de marktpositie en reputatie van ons pootgoed versterken.

Eén reactie

  • AART1959

    Beste stuurlui staan aan wal

Of registreer je om te kunnen reageren.