Akkerbouw

Achtergrond

Rhizomanie alleen met resistentie te tackelen

Al zo’n 20% van de bietenpercelen is besmet met een resistentiedoorbrekende rhizomanievariant. Besmettingen zijn niet te stoppen.

Een resistentiedoorbrekende rhizomanievariant rukt op in bietentelend Nederland. In 2017 is al bijna 20% van de bietenpercelen ingezaaid met een ras met een aanvullende rhizomanieresistentie. De schade door een besmetting van een resistentiedoorbrekende variant kan volgens IRS-onderzoeker Bram Hanse oplopen tot 30% van de financiële opbrengst.

‘Blinkers’ zijn duidelijk teken van rhizomanie

Een duidelijke indicatie in het groeiseizoen van een doorbraak zijn de zogenoemde blinkers. Dit zijn bieten met een steilere bladstand, gestrekte bladsteel en een lichtere bladkleur. Bij minder dan 2% blinkers, egaal verspreid over een perceel, hoeft er niets aan de hand te zijn. Doordat de biet een kruisbestuiver is, zijn er altijd wel een paar planten die geen resistentiegen mee hebben gekregen. Staan er meer blinkers in een perceel of staan ze pleksgewijs bij elkaar, dan is sprake van een nieuwe variant van het rhizomanievirus in het perceel. Een valkuil bij de herkenning is dat bij een egale besmetting de symptomen nauwelijks opvallen.

IRS-onderzoeker Bram Hanse laat in een bietenperceel zien hoe een rhizomanieaantasting in de praktijk is te herkennen. Bij veel zieke planten valt een besmetting niet op. - Foto: Ton Kastermans Fotografie
IRS-onderzoeker Bram Hanse laat in een bietenperceel zien hoe een rhizomanieaantasting in de praktijk is te herkennen. Bij veel zieke planten valt een besmetting niet op. - Foto: Ton Kastermans Fotografie

Suikergehalte geleverde bieten geeft ook indicatie

Een tweede belangrijke aanwijzing is het suikergehalte van de afgeleverde bieten. De suikergehaltes gaan volgens Hanse zomaar 2 procentpunten onderuit. Bij een niet al te hoge virusdruk blijft de wortelopbrengst nog wel redelijk op peil. Aan de bieten zelf is een besmetting herkenbaar aan een insnoering rondom de biet. In juli valt het effect op de biet nog wel mee. Je moet goed kijken om de insnoering te zien. Volgens Hanse worden de symptomen later in het seizoen steeds duidelijker. De hoogte van de insnoering op de biet hangt af van de besmettingsdruk, hoe meer virus hoe hoger de insnoering. Onder de insnoering groeit de biet nauwelijks verder en vormt daar een dichte wortelbaard. Bij het doorsnijden van een biet is de besmetting te herkennen aan de verkleurde vaatbundels midden in de biet.

Een tweede belangrijke aanwijzing is het suikergehalte van de afgeleverde bieten. De suikergehaltes gaan volgens Hanse zomaar 2 procentpunten onderuit.

Een losstaande blinker in een perceel is te herkennen aan een steile bladstand, de verlengde bladstelen en een lichtere bladkleur. - Foto: Ton Kastermans Fotografie
Een losstaande blinker in een perceel is te herkennen aan een steile bladstand, de verlengde bladstelen en een lichtere bladkleur. - Foto: Ton Kastermans Fotografie

Virus is niet te stoppen

Aan een besmetting is niets te doen. Het enige dat een teler kan doen, is een bietenras kiezen met een aanvullende rhizomanieresistentie. In iedere resistentiecategorie zijn wel rassen verkrijgbaar met een aanvullende resistentie. De keus is echter nog beperkt en de financiële opbrengst op percelen zonder besmetting blijft nog wat achter bij de rassen bovenaan de rassenlijst.

Op dit moment vooral in Flevoland en op Tholen

De resistentiedoorbrekende rhizomanievariant komt tot nu toe het meest voor in Flevoland en op Tholen. Dat zijn ook de gebieden waar rhizomanie in de jaren tachtig van de vorige eeuw het eerst de kop op stak. Twaalf tot zestien jaar later werd hier ook het eerst de resistentie doorbrekende variant gevonden. In deze gebieden wordt al op bijna 60% van de percelen een ras met aanvullende resistentie geteeld.

Bij IRS-diagnostiek zijn de laatste jaren monsters uit het hele land binnengekomen waarin de resistentiedoorbrekende rhizomanievariant is aangetoond. De verspreiding van het virus is volgens Hanse niet te stoppen. Onderzoek uit de jaren tachtig laat zien dat het virus zich vanuit de kerngebieden met de stroomrichting van het water mee verplaatst naar andere gebieden.

Rhizomanie-virus wordt op vele manieren verspreid

Het virus wordt overgebracht door de waterminnende bodemschimmel Polymyxa betae, die overal voorkomt. Via slib in het drainwater kan de schimmel met virus in het water en in de waterbodem terechtkomen. Bij het oppompen van beregeningswater komt de schimmel dan op een volgend perceel terecht. Ook met het schoonmaken van de sloten kan het virus op een perceel terechtkomen. Verder wordt het met aanhangende grond aan machines verspreid, maar ook door verstuiven van grond bij oogstwerkzaamheden.

Via slib in het drainwater kan de schimmel met virus in het water en in de waterbodem terechtkomen. Bij het oppompen van beregeningswater komt de schimmel dan op een volgend perceel terecht. Ook met het schoonmaken van de sloten kan het virus op een perceel terechtkomen.

Verkleuring van de vaatbundels is een kenmerk van rhizomanie. Bij het doorsnijden van de wortel in de lengterichting wordt dat duidelijk zichtbaar. - Foto: Ton Kastermans Fotografie
Verkleuring van de vaatbundels is een kenmerk van rhizomanie. Bij het doorsnijden van de wortel in de lengterichting wordt dat duidelijk zichtbaar. - Foto: Ton Kastermans Fotografie

Mutatie

Daarnaast ontstaat een resistentiedoorbrekende variant min of meer spontaan door mutatie waardoor overal haarden kunnen ontstaan. Iedere teler krijgt er dus mee te maken. De schimmel met het virus kan volgens Hanse in sporenvorm wel 30 jaar overleven. Je komt er dus nooit meer van af.

Een aantasting wordt door telers soms ten onrechte aangezien voor structuurschade. De verwarring ontstaat doordat de vochtminnende schimmel zich op plekken die door structuurschade natter zijn, zich beter kan verplaatsen en eerder tot uiting komt. Een snelle test om te bepalen of een perceel besmet is, is er nog niet. Dat kan alleen via een biotoets, maar dat kost bijna een half jaar.

IRS-advies: wees alert op blinkers

Het IRS adviseert bietentelers daarom alert te zijn op blinkers. Komen deze pleksgewijs voor, dan is het perceel besmet met een nieuwe variant van het rhizomanievirus. Dan mag ook aangenomen worden dat percelen in de nabije omgeving besmet zijn en daar dus ook voor een ras met aanvullende resistentie gekozen moet worden.

Tot nu toe zijn rassen waarin een tweede resistentiegen is ingekruist voldoende bestand tegen de nieuwe rhizomanievarianten. Volgens Hanse is het echter een kwestie van tijd voordat het tweede resistentiegen doorbroken wordt. Het is nu aan de veredelaars om meer resistentiegenen te vinden en in te kruisen. Een punt daarbij dat Hanse noemt, is dat resistente rassen niet volledig resistent zijn en het virus nog wel kan vermeerderen. Hoe hoger de vermeerdering hoe groter de kans op uitselecteren van nieuwe varianten. Bij het IRS-rassenonderzoek is de virusconcentratie een parameter om wel of niet als aanvullend resistent aangemerkt te worden.

Tot nu toe zijn rassen waarin een tweede resistentiegen is ingekruist voldoende bestand tegen de nieuwe rhizomanievarianten. Volgens Hanse is het echter een kwestie van tijd voordat het tweede resistentiegen doorbroken wordt.

Of registreer je om te kunnen reageren.